Blij verrast door Bangkok

Eerlijk gezegd zagen we er een beetje tegen op om naar Bangkok te gaan. Zo’n hete grote stinkstad… maar het is nu eenmaal een superhandig punt om je reis door Azië verder te vervolgen of om nog één en ander te regelen.

Dit keer ging de, toch wel weer lange reis, zeer voorspoedig. We vertrokken om 10:15 ’s ochtends met de ferry en een kleine 2 uur later stonden we weer op het vaste land. Daar stond een tourbus op ons te wachten die ons naar Bangkok bracht. Om 20:30, stipt op tijd, kwamen we aan. Een taxi bracht ons naar onze containerhostel. Onderweg, toen we in de straat reden waar ons hostel bij lag, zagen we behoorlijk wat bars die flink bezocht werden. De taxichauffeur begon erg te giechelen. Wij, nog versuft van de lange reis, lachten wat mee en zeiden dat je daar vast leuk kon feesten.

Later, toen we weer door dat deel van de straat liepen begrepen we onze giechelende taxichauffeur. Onder andere was daar een Hooters bar. Dat was de rustigste bar waar mannen op hun gemak een krantje konden lezen. Al die andere bars waren van een grote luidruchtigheid waar mannelijke sekstoeristen naar binnen werden gelokt door de Thaise vrouwen. Het was treurig om te zien, zeker de te jonge meisjes in bugs bunny jurkjes die nog maar wat sterke drank achteroversloegen en een klant probeerde te scoren…

Het paleis en de koning

Onderweg in Thailand zagen we uiteraard veelvuldig de afbeelding van de koning. Op zich niets bijzonders. Maar we zagen ook regelmatig rouwlinten en mensen met zwarte strikjes opgespeld. We sloegen er eigenlijk niet zoveel acht op. Toen wij de ‘Grand Palace’ bezochten realiseerden we dat we nieuws hadden gemist. In oktober vorig jaar was de koning overleden, waarschijnlijk toen wij ergens door een modderbos in Nieuw-Zeeland aan het heenploegen waren. Hij was erg geliefd bij de bevolking en we zagen dan ook veel Thai hun respect betuigen bij het paleis.

Het paleis en de tempels waren echt schitterend, het is veel goud wat er blinkt. Het is een behoorlijk terrein waar je onder andere kunt komen met een boot. Op de Menan rivier varen de rivierschepen, taxibootjes en alles wat er tussenin zit kriskras door elkaar, maar het is een heerlijke manier om van a naar b te reizen in Bangkok. Ook is het heerlijk om over het paleiselijk terrein te dwalen. Het is druk, maar evengoed aangenaam, er is gewoon veel te zien.

Vele contrasten

Na drie dagen Bangkok kwamen we tot de conclusie dat we het eigenlijk wel een leuke stad vonden. Veel leuker dan Kuala Lumpur bijvoorbeeld. Waarom dat precies is weet ik eigenlijk niet. Want het is ook echt een grote drukke hete stinkstad. Je ziet hier ook veel meer armoede, het verschil tussen arm en rijk is groot. Op straat zie je mensen tot de bedelstaf veroordeeld omdat ze invalide zijn, oude mensjes die iets proberen te verkopen en ook wijkjes die nog net geen krottenwijkjes zijn. Daarnaast zie je weer vele enorme luxe shoppingmalls. Er is een mall met uiteraard alle luxe dure kledingmerken, met exclusieve restaurantjes, maar daar is ook, op de derde verdieping nota bene, een uitstalling van Maseraties, Rolls Royles’, Aston Martins, Porsches etc. etc. En wat misschien wel het bizarste is dat er onderin deze mall een enorm aquarium huist. Je kunt er gewoon in duiken als je dat zou willen om te zwemmen met haaien. Er is een complete onderwaterwereld gecreëerd inclusief pinguïns! We zijn hier overigens niet in geweest.

We hebben in drie dagen tijd een klein deel gezien van deze enorme stad. Maar we voelden ons er wel prettig en dat hadden we simpelweg niet verwacht. De lieve mensen in het containerhostel waar we verbleven droegen daar ook aan bij. Het was een familiebedrijfje waarbij iedereen zijn steentje bijdroeg. We raakten een beetje ontroerd door de oma die bij ons vertrek nog een geurende bloem plukte voor ons ieder.

Ho Chi Minh City

Vanuit Bangkok vlogen we naar Ho Chi Minh City, oftewel Saigon. Ons startpunt om Vietnam te verkennen. Bangkok was druk en heet, maar dat viel in het niet bij deze Vietnamese stad met zijn plusminus 10 miljoen inwoners en 8 miljoen scooters… gekkigheid! Inmiddels hebben we deze stad ook achter ons gelaten en reizen we met de trein langzaam richting Hanoi. Later meer over onze belevenissen in Vietnam.

Een helse tocht naar Koh Tao

We konden natuurlijk niet eeuwig op ons paradijseiland Langkawi blijven. Ondanks al het moois lonkte er een duikavontuur. Voor mij dan, en Deb vond het helemaal niet erg om ergens anders te chillen. Onze volgende stop zou het kleine Thaise eilandje Koh Tao worden, bekend van de vele duikscholen waar je voor een prikkie, maar wel professioneel, je duikcertificaat kunt halen.

Beetje complex

Als je de kaart er bij pakt dan zie je dat Koh Tao aan de andere kant van het vaste land ligt. Dat maakte de reis vanuit Langkawi er naar toe wat complex. Tenminste in Thailand dan, want in Maleisië zou zoiets met zijn goed georganiseerde openbaarvervoersysteem gemakkelijk zelf te regelen zijn. De keuze was om óf alles ter plekke te regelen (eerst ferry, taxi naar busstation, met bus naar plaats, overstappen op trein of bus en dan weer een ferry) óf een totaalpakketje op Langkawi boeken. Het eerste zou ons een dag of drie reistijd kosten en bij de tweede optie zouden we in één keer gaan en een reis hebben van bij elkaar 24 uur. Na wat uitzoekwerk kwamen we tot de conclusie dat beide mogelijkheden het zelfde zou kosten, maar bij het pakketje hoefden we niets ter plekke uit te zoeken wat ons uiteindelijk veel tijd zou schelen. Al met al ideaal. Bij het kleine kantoortje in Langkawi was een zeer vriendelijke Indiase jongeman die ons het pakketje verkocht. Hij was niet erg te spreken over zijn Thaise ‘collega’s’ en raadde ons dan ook aan om de laatste etappe, de nachtboot naar Koh Tao, niet bij hem te boeken maar bij de boot zelf, dit omdat deze weleens niet gaat of volgeboekt is en dat je dan kan fluiten naar je munten. Een top tip bleek later.

Daar gaan we

Om half acht stond de Indiase jongeman keurige voor onze hostel om ons naar de ferry te brengen op Langkawi. Hij regelde aldaar de ferrytickets en overhandigde ons een envelop met een naam erop. Onze contactpersoon in Thailand. Wij dachten dat er tickets in de envelop zaten, maar het bleek geld te zijn.

Bij aankomst in Thailand stond er inderdaad keurig een man te wachten die ons naar de bus zou brengen. Echter vertelde hij ons dat we bij hem kaartjes moesten kopen voor de nachtboot wilden we zeker weten dat die niet vol zou zijn. Met een beetje argwaan kochten we het kaartje, maar zijn argumentatie over de drukte van de full moon party’s op de eilanden maakten dat we overstag gingen.

We kregen stickertjes opgeplakt met onze bestemmingen en daar gingen we. Eerst met een open taxitruck naar een minivan die ons naar Hat Yai zou brengen. Een rit van ongeveer 2 uur. En op elke lokatie was er weer een persoon die dan weer regelde dat we tickets hadden (of iets wat daarvoor moest doorgaan) voor de volgende etappe. Van Hat Yai reden we in een uur of 5 naar Surat Thani waar de nachtboot zou vertrekken.

Snelheidsduivels

De trajecten met de twee busjes gingen chaotisch en erg snel, alle andere voertuigen leken stil te staan! De chauffeurs leken wel kamikaze piloten die door het redelijk ongeregelde verkeer heen sjeesde met duivelse snelheden. Af en toe hard op de rem staand, midden op de snelweg, om iemand te droppen of een pakketje op te halen. De taxibusjes zaten tot de nok gevuld met bagage en dozen en daartussen gepropt de passagiers, niet erg comfortabel…

Aangekomen bij Surat Thani, inmiddels al donker, werden we door het busje bij een soort halte midden in een wijkje gedropt. De laatste reizigers, twee Amerikanen, een Argentijnse en wij waren nogal verbaasd.. We zouden namelijk bij de nachtboot worden afgezet. Zodra we de bus uitstapten kwamen de volgende tussenpersonen ons ophalen, dit keer waren het twee vrouwen. Ze vertelden ons dat de nachtboot vol was en dat we met deze kaartjes de ochtendboot op konden. Uiteraard waren we hier alle vijf niet over te spreken, maar ja.. we waren te ver van de boot en de vrouwen beschikten over onze tickets voor de boot. Ze loodsten ons naar een goedkoop schimmel hotel waar we besloten om met zijn vijven een kamer te delen. De Amerikanen en wij crashten alle vier meteen op onze bedden, maar de Argentijnse gaf haar bed een grondige inspectie.. ze had tijdens het reizen wat bedbugs gespot en dit leek haar ook zo’n hotel… wij waren zo moe dat we het liever niet wilden weten.

Voor het blok

De volgende ochtend moesten we om 6 uur klaar staan. Om tien voor zes werd al op de deur gebonkt. Dat waren de vrouwen, maar op één of andere manier konden alleen de andere drie mee, wij zouden later worden opgehaald. Twee uur later kwamen ze weer terug met het verhaal dat onze tickets niet geldig zijn voor de ochtendboot en dat we moeten wachten tot 16.00 uur of we moeten extra betalen om de boot van 10 uur te kunnen pakken. Op dat moment ontvlamde er iets in mijn hoofd! Gelukkig heb ik de mini woedeuitbarsting in de perken kunnen houden. De vrouwen excuseerden zich en gaven natuurlijk andere organisaties de schuld. Uiteindelijk hebben we onderhandeld en zaten we om 10 uur op de boot naar Koh Tao.

De zee was ruig tijdens de boottocht. De boot zigzagde zich een weg door de golven. Wij hadden gelukkig pilletjes op, maar vele mensen waren wit weggetrokken. Onderweg stopten we bij twee party eilandjes waar gelukkig het merendeel van de buideldragende-plakplaatjestattoo-types afstapten. Na 6 uur op de boot en 33 uur in totaal, kwamen we dan eindelijk aan op Koh Tao!

Duikeiland

Koh Tao is toeristisch, maar nog net niet op een vervelende manier. Het publiek bestaat voornamelijk uit mensen die komen duiken. Tuurlijk zijn er barretjes en vele restaurantjes (echt heerlijk!), maar een feesteiland is het niet… de hoofdmoot is duiken en dat is een prettige vibe.

Via internet had ik een Nederlandse duikschool gevonden, Impian Divers. Een duikschool met uitstekende reviews en Nederlandse instructeurs. Normaliter proberen wij alles wat met Nederland te maken heeft te mijden in het buitenland, maar je duikbrevet halen in je eigen taal is toch wel erg comfortabel. En comfortabel was het! Het contact verliep vooraf erg makkelijk, denk aan snelle en heldere reacties op je mailtjes, maar ook de lessen waren top. In drie dagen tijd leer je in een groepje van maximaal 4 mensen de theorie en praktijk van het duiken. Elke dag heb je een paar uur theorie in een lokaaltje en maak je in de middag 1 of 2 duiken. Het theoriegedeelte wordt afgesloten met een examen en voor het praktijkgedeelte moet je allerlei oefeningen doen die de instructeur goed moet keuren. In totaal maak je 5 duiken waarvan 2 funduiken (dan hoef je geen oefeningen te doen). Het was in een woord fantastisch, wat is de onderwaterwereld toch ontzettend mooi! Impian Divers is echt een aanrader.

Westers eten en drinken

Op Koh Tao is zo ongeveer alles te krijgen, zo ook westers eten zoals pizza’s en hamburgers. We moeten regelmatig terugdenken aan ons bezoek aan de Travelclinic in Christchurch. Daar hadden we een Schotse arts die ons vooral tips gaf over leuke wandelroutes en daarna adviseerde over malaria en welke inentingen we moesten hebben. Daarna moesten we naar de verpleegster, een gezette oudere vrouw met bloemetjesjurk, die ons inlichtte over de gevaren in de tropen. Zo konden we beter maar geen westers voedsel tot ons nemen in Azië, zo zei ze terwijl ze nog een bonbonnetje naar binnen werkte die de magere Schotse arts haar aanbood. Want, zo zei ze, dat kunnen ze daar niet goed. Nu zijn we dol op Thais en ander Aziatisch eten, maar soms… en tot nu toe, iig in de grote steden en toeristische plaatsen waar we zijn geweest, hebben we in hippe tentjes (waarvan veel vegan en vega keuzes) ook hele goeie salades, pizza’s en ontbijtjes gegeten.

Vanmorgen nog, voordat we naar onze favoriete strandje gingen, ontbeten we heerlijk. Gewoon prima brood en roerei en smoothies enz enz. De Thaise eigenaar van dit tentje begroette ons enthousiast in het Duits, en opeens hoorden we op de achtergrond Duitse rap. Toen Deb wilde afrekenen begon hij behoorlijk vloeiend in het Duits te praten. Dus zegt ze in het Engels dat zijn Duits heel goed is maar dat wij Nederlands zijn. De kokkin proestte het uit van het lachen, gelukkig kon hij er zelf ook om lachen.

Conclusie

We zijn weer op een paradijselijk eilandje beland, zowel onderwater als boven water. De Thai is zeker anders als de Maleisiër, maar ook superlief ook al moet je soms wat alerter zijn. De helse tocht zijn we door het fijne verblijf weer bijna vergeten… en een duikbrevet draagt daar zeker aan bij!