Easy tramping op de St. James Walkway

De afgelopen weken hebben we bijna elke dag wel een wandeling gemaakt verschillend van een uurtje op en neer naar de fish en chips afhaal tot een flinke hike van 6 uur in de bergen. Zo’n 6 uurswandeling is na onze kleine deceptie van de Te Araroa meer dan genoeg, maar desondanks stond een meerdaagse wandeling van hut naar hut nog wel op ons verlanglijstje.

Great Walks

Met name op het Zuidereiland kan je prachtige wandelingen maken van hut naar hut. Wat erg populair is zijn de 9 great walks, wandelingen van meerdere dagen door de mooiste gebieden van Nieuw-Zeeland. Door de populariteit zijn de hutten en campgrounds al maanden van de voren volgeboekt. De 9 great walks zijn niet te zwaar, maar pittig genoeg. Naar iets soortgelijks gingen we dan ook op zoek. Dit was nog best lastig aangezien de meeste meerdaagse wandelingen Alpine ervaring vereisen en worden aangeduid als Tramping of hard Tramping, twee termen die niet al te feestelijk zijn weten we nu ;-). Uiteindelijk kwamen we op de St. James Walkway uit, een 5 daagse easy tramping track van hut naar hut.

St. James Walkway

Deze route van 66 km is in het noorden van de provincie Canterbury en wordt veel gedaan door Nieuw-Zeelanders, maar is minder bekend bij de toeristen. De trail notes omschrijven een easy tramping track die in 5 dagen bewandeld kan worden. Als je wilt kun je het ook sneller doen, maar op tijd in een hut aankomen en op je gemak een vuurtje stoken, lezen en eten maken is ook wat waard. Het is een track die door sub-alpinegebied loopt. De route gaat door prachtige valleien, bossen, rivieren en dat alles met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Easy tramping

In de trail notes van de Te Araroa staan drie gradaties aangegeven: easy tramping, tramping en hard tramping. Tijdens onze voorbereidingen dachten we dan ook dat easy tramping ongeveer hetzelfde zou zijn als bijvoorbeeld de beentjes strekken op de Veluwe. Misschien wat naïef van ons.
Tramping is iets heel anders dan wandelen. Het gaat over lastige oneffen paden in de bush, vaak kun je het geen pad noemen. Je steekt rivieren en stroompjes over, met behulp van een vervaarlijke swingbridge of soms ook niet. Je loopt door de blubber, je klautert, je stijgt en je daalt en dat doe je met rugzak op voor meerdere dagen, weer of geen weer.

De St. James is 4 tot 6 uur per dag easy tramping en we zijn er achtergekomen dat dat precies is wat we gezellig vinden om te doen! Het is uitdagend genoeg en ondertussen kan je ook nog genieten van de prachtige natuur. En een grappig detail voor ons, twee van de 5 dagen liepen we weer op de Te Araroa en aan het begin van de route kwamen we zelfs een oude vertrouwde tegen; Amerikaan Luke waar we weken geleden een tijdje mee hadden gewandeld. Hoe toevallig is dat!

Cannibal Gorge hut

Vier nachten overnachtte we in serviced huts. Denk hierbij niet aan douches, maaltijden en een winkeltje zoals je dat veelal in Europa ziet. Een serviced hut in Nieuw-Zeeland betekent stapelbedden, een zitje, een keukenblad, water (wat je beter nog even kunt filteren), een soort Dixy en een houtkachel waarbij de Ranger voor hout heeft gezorgd. Al met al waren het fijne huts op mooie locaties. Het gekke is wel dat je niet weet of er nog meer mensen komen en twee avonden zaten we dan ook te wachten op visite die niet kwam opdagen. De eerste nacht alleen in een hut werden we opgeschikt door een geluid dat het beste kan worden aangeduid als iemand die de keuken grondig aan het verbouwen is… het bleek gelukkig maar een possum! De laatste nacht waren we ook alleen en dat in de Cannibal Gorge hut. Deze hut heeft zijn naam te danken aan de vele menselijke botten die in de omgeving gevonden zijn. Het waren overblijfselen van een feestmaal waarbij de overwinnaars hun slachtoffers opaten. In combinatie met een spannend boek (De Pelgrim), de donkere stormachtige nacht en iemand die het grappig vond om geestverhalen in het logboek te schrijven werd het toch een beetje spannend in de Cannibal hut…

Outdoorsie Kiwi’s

De omschreven route liepen wij in tegengestelde richting wat resulteerde in mooie ontmoetingen met de trampers van zowel de St. James Walkway, de Te Araroa en andere routes. Op een paar toeristen na zijn we met name Kiwi’s tegengekomen. Nog steeds niet veel, maar op een plezierige manier voldoende. De outdoorsie Kiwi is een zeer nuchter soort en het was dan ook een plezier om ze onderweg of in de hutten tegen te komen. Trailverhalen worden gedeeld, gear wordt onder de loep genomen en (hiking)verhalen uit de media worden gebagatelliseerd… verafgelegen van de bewoonde wereld zonder internetverbinding verbroederd dezelfde passie. Een opa met zijn kleinkind te paard, jonge blaadjes zoals wij, vriendinnen op leeftijd en zingende kerkkinderen de diversiteit was alom. De Kiwi’s (jong en oud) zijn actief en dat doet de mens goed zo zagen wij.

De veelgestelde vraag van Kiwi’s: wat vinden jullie van Nieuw-Zeeland?  Als we het land hebben verlaten zal Deb hier een blogje aan wijden.

Orde op zaken

Uitgerust en met goede zin verlieten wij het heerlijke motel in Kerikeri. In het centrum zouden we nog wat boodschappen doen om vervolgens een, volgens de Te Araroa aantekeningen, makkelijke etappe te lopen naar Waitangi of als het heel goed ging een stukje verder naar Paihia.

Bij winkel één, waar we gevriesdroogd eten konden halen kwamen we een jonge Zwitserse jongen tegen die ook de Te Araroa loopt. Vervolgens kwam er een vrouw al zwaaiend aangereden en bood ons een sinaasappel aan. Ze bleek bevriend met de grondlegger van de route. Na een praatje moesten we gedrieën nog even op de foto. We hadden de straat nog niet over gestoken of we raakten alweer in gesprek met een Duits – Nieuw-Zeelands echtpaar… kortom het duurde die ochtend lang voordat we op pad waren. Maar ach, het zou een makkelijke etappe worden.

Heuvel op, heuvel af

We lieten Kerikeri achter ons en kwamen in een groot dennenbos, met een heerlijke breed glooiend pad. Totdat er een omleiding kwam van de route, toen ging het pad behoorlijk steil omhoog en weer naar beneden. Het bleef maar doorgaan. Op de één of andere manier voelden we ons niet topfit die dag (misschien teveel gegeten ;-)) en voelden de rugzakken extra zwaar met onze bevoorrading. Door onze mind-set dat we al fluitend door de dag heen zouden wandelen leek het nu wel of er geen einde aan kwam. Uiteindelijk kwamen we moe en minder voldaan (ondanks de 24 km) aan bij de camping.

Campertje?

In de ochtend hebben we altijd goede zin, vreten we kilometers en voelt de rugzak niet te zwaar. Maar in de middag verandert de last op onze rug in lood, lijkt de tijd en de afstand die we afleggen voorbij te kruipen en lijkt het alsof je op kleine naaldjes loopt.

Waarom doen we onszelf dit toch aan vragen we ons dan af. Met een campertje rondtrekken en daarna een paar maanden door Azië reizen is toch ook leuk? Zo liggen we dan te fantaseren als we uitgeteld en met pijn in de voeten en benen in de tent liggen. Maar al lachend besluiten we dan onze zelfkastijding voort te zetten. Alleen dit keer bedachten we wel dat we het met wellicht wat minder kilo’s afkonden. We spraken met ons zelf af dat als we een groot plaatsje tegen zouden komen met een postkantoor dat we wat we niet meer nodig zouden hebben terug naar Nederland zouden sturen.

Watertaxi

Bij de etappe die volgde moesten we eerst 13 km water overbruggen (via watertaxi).Vijf kilometer vanaf de camping in Waitangi was er een camping van waaruit de watertaxi je kon oppikken. We besloten daar naar toe te gaan en de dag erna de watertaxi te nemen. Die gaat in verband met het getij maar 1 keer per dag. Na 5 km door het leuke plaatsje Paihia kwamen we aan op een prachtige camping en genoten van onze middag aan het water.

De kleine, maar super snelle watertaxi kwam ons in de ochtend op de camping ophalen. In de boot zaten vijf Amerikaanse jongens die al een halte eerder waren opgestapt. Vier studenten die met elkaar de Te Araroa liepen en 1 solo hiker. Na een prachtig watertochtje langs een mooi haventje en mangroves kon onze voettocht weer verder gaan. De 4 jonge jongens marcheerden snel door en de solo hiker, Luke uit Seattle, die vond het wel gezellig om bij ons te blijven. Dat was wederzijds.

Wandelen door water

We voelden ons goed en hadden na de gave boottocht zin in het bos met onder andere een 4 km lange trip door een stroom. Het was echt prachtig en tot dusver onze favoriet. Het stroompje slingerde door het bos met haar flinke heuvels en grote bomen. Het was net of je in het regenwoud liep en op sommige stukken kwam het koude water tot boven je knieën. Speciaal voor dit soort onderdelen van de route hadden we, toch wel lelijke, Keen sandalen gekocht, maar die sandalen vulden zich steeds met kleine steentjes… resulterend in de allereerste blaar tot nu toe. Pris was de ongelukkige. Daarnaast drogen ze ook voor geen meter, dus de sandalen kwamen als eerste op de lijst van terug te sturen spullen! Uiteraard zijn daar ondertussen dichte waterschoenen voor terug gekomen, want er volgen nog veel meer waterstukken.

De lange, maar mooie dag sloten we gedrieën af tussen de koeien en paarden. De koeien vonden ons niet zo fascinerend, maar de jonge paarden des te meer. In de avond en de nacht kwam het met bakken uit de hemel, maar tegen alle voorspellingen in werd het droog toen wij weer op pad wilden. Luke ging al snel verder op zijn eigen tempo (speedy) en na een tijdje zagen we 2 borden. Het ene wees ons op een art gallery en café 5 km verderop (met heerlijk eten vermoedde we) en het andere wees ons op het feit dat de grote plaats, Whangarei, waar we naar toe wilden om een en ander te reorganiseren maar 41 km verderop was. Beide borden wezen de tegengestelde richting van de route, maar we gingen overstag (kwam door het eten :-)).

Liften is geen doodzonde

We zouden de weg volgen en dan uiteindelijk via highway 1 naar Whangarei lopen. Dan zouden we er al in 2 dagen zijn! En zorgen over die snelweg maakten we ons niet want daar hadden we al eerder over gelopen en dat was heel goed te doen, druk was het niet. Gedurende onze wandeling waren er 2 auto’s die ons zagen en rechtsomkeert maakten om te vragen of we wel wisten dat we verkeerd gingen. Dat wisten we. Drie keer kregen we een lift aangeboden. Wij liepen vrolijk door want het idee dat onze rugzakken na de reorganisatie snel lichter zouden worden gaf ons vleugels.

Toen zagen we highway 1 opdoemen. Er reden auto’s op. Gevaarlijk veel snelle auto’s. Onverantwoord om daarop te gaan lopen. Er zat maar één ding op en dat was om tegen onze principes in te liften. En we hadden het nog niet bedacht of er stopte een auto. Twee vijftigers, een man en een vrouw, collega’s van de Department of Conversation, natuurbeheer van Nieuw-Zeeland. Ze waren erg geïnteresseerd in onze tocht en hadden ons al eerder zien lopen. We voelden ons een beetje beschaamd dat we een lift namen en niet liepen, alsof we valsspeelden. Zij zagen dat helemaal niet zo en dropten ons netjes af bij een Holiday Park in Whangarei.

De Camino versus Te Araroa

Liften voelt voor ons misschien als valsspelen, maar blijkbaar is dat de gewoonste zaak van de wereld op deze route en soms ook pure noodzaak. Ook Luke, mister wildernis, had al een paar keer gelift en we begrepen dat er op sommige stukken services worden aangeboden zodat wandelaars niet een stuk weg hoeven te lopen, maar gelijk op een route in een bos terecht komen. Waar de camino een pelgrimstocht is, een religieuze oorsprong heeft, het gaat om boetedoening en zelfkastijding, is dat anders bij een route als deze. Hier gaat het om een manier om een land te ontdekken, om te reizen op de manier hoe jij wilt. Daarbij zijn er plekken op de route waarbij je wel moet liften of met de boot over moet. Luke stelde het mooi, ‘Is het doel om 3.000 km te lopen of is het doel al wandelend gave dingen te zien’. Misschien is het inderdaad niet zo erg om uiteindelijk bijvoorbeeld 2.500 of 2.300 of 2.800 km te lopen, het gaat om het avontuur.

Inmiddels hebben we 6 kilo teruggestuurd naar Nederland. 6 kilo!! Wie heeft er nou twee broeken nodig? En Uno? En een EHBO-set waar een gemiddeld ziekenhuis jaloers op zou zijn? Extra trui? Twee extra lampjes? En…? Thuis lijkt alles handig, maar hier ga je over elke gram toch extra nadenken! Morgen sluiten we weer, verlicht, aan op de route. Op naar nieuwe wandelavonturen!

Het baggerbos en de detour

Na de strandetappe volgt een lange tocht door dichtbegroeide subtropische bossen. In diverse blogjes en op Facebook lazen we heftige dingen. Vooral de bagger en de hoogteverschillen maken deze bossen tot een van de zwaarste etappes van de Te Araroa.

Herekino Forest

Gemotiveerd als wij waren wilden we ons niet gek laten maken, want hoe erg kan bagger en dichtbebost bos nu eenmaal zijn?! Vol goede moed begonnen wij aan het eerste bos: Het Herekino Forest, door Deb inmiddels omgedoopt tot het ‘Kl*te H€&r@ Baggerbos’.

De eerste 2 kilometers waren dan ook prima te doen en we vervloekte de mensen die negatieve dingen over dit prachtige bos hadden geschreven, maar bij kilometer 3 kregen we het toch wel benauwd en bij kilometer 4 waren we er al goed klaar mee!

Met een gemiddelde snelheid van 1 kilometer per uur, baggerberg op en al slippend er van af en op sommige stukken geen hand voor ogen zien door de begroeiing, welke aan je tas blijft hangen waardoor je jezelf weer los moet zien te worstelen. Zonder rugzak is het al gekkenwerk, maar met een zware rugzak op is het een ware hel.

Kauri’s

Ondanks het afzien was er, op momenten dat we konden kijken, ook prachtige natuur te zien. De indrukwekkende en met bijna uitsterven bedreigde reusachtige Kauri-bomen, Indiana Jones-achtige stroompjes en een enorme diversiteit aan planten & bomen.

Overnachten in het bos

Na een vermoeiende dag zette we onze tent op op één van de weinige ‘vlakke’ stukken. De modder zat ondertussen tot aan onze knieën, alles was vochtig, maar we waren blij met dit stukje bos waar we rustig de nacht in konden gaan. De vele vogels stellen je gerust en al snel lagen we te ronken. Totdat we wakker schrokken van een oorverdovend gekrijs, het geluid van een Kiwi… We openden onze ogen, maar het was net zo donker als met onze ogen dicht. Het was zo pikdonker dat je er claustrofobisch van werd! In je hoofd stel je jezelf gerust met dat het bijna weer licht wordt, maar bij het zien van de tijd 23.30 uur weet je dat het een lange nacht gaat worden!

Bevrijd uit het bos

Aan het einde van de volgende dag zouden we het baggerbos dan eindelijk verlaten. Na 5 flinke uitglijers van Deb en 3 van mij waren we intens opgelucht toen we het boerenland met haar koeien en schapen betraden. Meteen zette we onze tent op voor een nachtje onder de sterren.

Als we de dagen daarna de route zouden volgen zouden we door het Raetea Forest (net zo heftig, maar de kans op verdwalen was groter) en het Puketi Forest (raden ze af bij regen ivm overstromingsgevaar) wandelen. Door de voorspelde regen wat o.a. tot meer bagger zou leiden en omdat we er helemaal klaar mee waren, besloten we een detour te maken over de weg.

De detour

Opgelucht door onze keuze wandelden we over een houthakkersweg, via een bosweg naar een autoweg welke ons via de sporadisch gehuchtjes (in dit gebied is zelfs mobiele telefoonverbinding niet aanwezig) naar Kerikeri zou brengen. De eerste dag wandelden we gemakkelijk en genoten we van de koeien, kalfjes, schapen, lammetjes en het getjilp van de vogeltjes (lente!!).

Omdat we nu over wegen en langs weilanden wandelden was het zoeken naar een plekje om wild te kamperen lastig. Bij gebrek aan campings of motels klopten we bij een huis aan en bijna als vanzelfsprekend mochten we onze tent opzetten bij een lieve Maori-familie.

Rauwe mosselen

Enthousiast kwam de schoonzoon des huizes aan met mosselen. Rauw. Die moesten we echt proeven. Daar zit veel ijzer in, zei hij. Hij opende de mosselen en wij aten braaf een rauwe mossel, denkende dat dat blijkbaar gewoon was. Het was best lekker, maar één was genoeg vonden wij. Hij kon het wel beamen, hij vond ze rauw niet te knagen.

Na nog even gespeeld te hebben met de twee hondjes Coco en Little one, een kletspraatje en onze gevriesdroogde maaltijd doken we de tent in.

’s Nachts kwam het met bakken uit de hemel en ook in de ochtend regende het nog erg hard. Extra blij met de detour vouwden we onze zeiknatte tent op. Het was nu de derde dag dat we niet hadden gedoucht waardoor er een heerlijke baggerlucht van ons af kwam, als we dan ook maar iets van een douche zouden tegenkomen dan was die van ons!

Broadwood

Na 4 kilometer in de stromende regen kwamen we in het gehuchtje Broadwood, wat wij telkens per ongeluk Broadway noemden. In de verste verte leek het niet op Broadway, maar er was wel een benzinestation met cola & een yoghurtje (niet zo’n beste combinatie als ontbijt) en er was een Homestay!!! Wij konden onze geluk niet op en Deb belden meteen of ze nog een kamer beschikbaar hadden. Dat hadden ze en we konden direct terecht.

Bijna huppelend liepen wij de toch wel stijle 1 kilometer omhoog naar de Homestay, onderweg druk fantaserend over een heerlijk bed en vooral een douche. Boven aangekomen zag het er idyllisch uit, een mooie tuin, een huis van rood hout en een lieve Herdershond die ons stond op te wachten. De eigenaresse kwam ons tegemoet en nam ons mee naar binnen waar onze verbazing van onze gezichten af te lezen moest zijn. Wat een enorme vieze bende! Gaten in de muren, verf wat afbladderde, kieren waar de vliegen doorheen kwamen, een vies berenkleedje en iets wat toch wel verdacht veel op pretvlekken leek op de bedden.

De wc en douche waren nog viezer en van bovenaf gezien leek het op een filmset. Er zaten geen plafonds in, alles was open. Vanaf de trap had je een prachtig uitzicht op beiden en als je een klein poepje deed zaten er meteen vliegen om je heen en was het gehele huis vergeven. Meteen hadden we spijt dat we niet doorgelopen waren, maar in de middag werd het zonnig en kregen we van de man des huizes een tourtje in de tuin om eetbare dingen te vinden die we op onze verdere tocht ook zouden tegenkomen. We zijn het wel alweer vergeten, maar interessant was het wel. ’s Avonds waagden we het er toch op om te douchen en doken we zonder al te veel aan te raken onze eigen vertrouwde slaapzakjes in.

Kerikeri is hemels

De drie dagen erna was het zonnig en warm met in de nacht regen. We wandelden lange dagen, soms te moe om ’s avonds te eten (niet goed, weten we ;-)), kampeerden we wild langs de snelweg op een verborgen stukje berm & bij een gezinnetje in de tuin, dachten we gedurende de dag aan ceasar salades, wijntjes, vers fruit (iets anders dan verlepte fish en chips bij bezinepompen en gevriesdroogde maaltijden) en werden Debs wonden op d’r heupen met de dag groter.

Gisteren kwamen we dan eindelijk aan in Kerikeri. We hadden bedacht dat we wel een rustdag hadden verdiend in een lekker hotelletje. Na eerst een heerlijke ceasar salade (YES) te hebben gegeten bij het paradijselijke Palmco café kwamen we aan bij het Kauri Park Motel waar we een upgrade kregen naar een ruim huisje met keuken, woonkamer, groot bed, een heerlijke douche en een bubbelbad!

Meteen doken wij het bubbelbad in waarna het schone heldere water in een paar minuten bruin kleurde van onze vieze lijven. Vandaag blijkt ons paradijsje nog paradijselijker, tegenover het motel is een local farmers market met veel vers eten en live-muziek en naast het motel een chocoladefabriekje met een patisserie!! Wij komen onze rustdag wel door, morgen sluiten we ons weer aan op de route!

Cape Reinga en Ninety Mile Beach: de eerste 100 km

Cape Reinga is een spirituele plek voor de Maori en het is de plek waar de Tasmaanse zee en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Kortom een bijzondere plek om onze tocht te beginnen. Je kunt er niet komen met openbaar vervoer. De laatste 120 kilometer moet je liften of je gaat mee met een tourbus. Wij kozen het laatste.

Simon onze Maori chauffeur en tourguide bracht ons naar wonderschone plekjes in zijn speciale 4×4 bus voordat Cape Reinga werd aangedaan. Ook ontkwamen we niet aan een pitstop bij een winkeltje met de grootste ijsjes in Nieuw-Zeeland. Uiteraard een familiebedrijfje van zijn familie, zoals Simon zelf al grapte. Maar het Hokey Pokey ijsje smaakte er niet minder om. Om 12:30 werden we gedropt bij de Cape.

Eerste stop Camp Twilight Beach

Daar stonden we dan. Nog een beetje onwennig met onze kraaknieuwe rugzakken en wandelstokken. Het weer was prachtig, zonnig, maar niet te heet en een heerlijke zeebries. Rond 13:15 zette we onze eerste stappen op Te Araoa. Om 13:20 was het avontuur bijna afgelopen toen Priscilla door d’r enkel ging en met 17 kilo op haar rug op haar knieën viel. Gelukkig deed ze het nog en kwam ze er vanaf met een kleine schaafwond. We trokken verder  door een prachtig duingebied met de nodige duinbeklimmetjes (oef). Twaalf kilometer naar Camp Twilight Beach was het doel de eerste dag.

Aan het einde van het strand, net voor de ingang van het kampeerterrein stond een lange jongeman met lang zwart golvend haar ons op te wachten. Beetje excentriek. Hij stelde zich netjes voor. Norbert uit Italië. Hij vroeg hoeveel kilo wij meetorsten… Veel te veel antwoordde wij. Maar Norbert droeg 45 (!) kilo met zich mee, waaronder een stapel handdoeken, een grote camera, een flinke tent en eten uit blik. Hij reisde wat rond en liep niet de Te Araroa maar überhaupt bewonderingswaardig dat hij zover was gekomen.

Verder op het kampeerterrein zelf troffen we twee uitgeputte Canadese meiden aan. Wij voelde de kilometers ook, maar op zich ging het best heel goed. Wij waren dan ook niet verdwaald (door hulp van onze verrekijker) in de duinen zoals deze meiden.

Ninety Mile Beach

De volgende ochtend vertrokken we al vroeg, voelden ons kiplekker en liepen vol goede moed richting Ninety Mile Beach. Niemand weet waarom dit strand zo heet, want het is iets van 80 kilometer, maar we kunnen jullie vertellen dat de gevoelsafstand zeker 90 Mile is… Na een prachtige maar steile afdaling met behulp van trappen stonden we op Ninety Mile Beach, vanaf dat moment leefden we met het getij, aan de rechter kant de mooie, azuurblauwe maar ruige zee en aan ons linkerhand de duinen met daarachter bos. De zon scheen in onze rug (in Nieuw-Zeeland kun je maar het beste een tuin op het Noorden hebben) en ook de wind hadden we mee. Mooi maar op den duur eentonig. Er is namelijk bijna geen leven op het strand. Hier en daar een meeuw of een andere zeevogel. Tijdens eb scheuren er af en toe auto’s en van die 4×4 bussen langs. Hier en daar een wandelaar en er wordt ook tijdens eb naar Tua Tua (schelpdier) gezocht. Het grootste deel van de tijd ben je alleen en zie je kilometers lang niets of niemand. De Canadese meiden hadden het dan ook snel gezien en die kwamen we op het einde van de tweede dag tegen achterin een pick-up truck… of we ook een lift wilden. Wij wilden gewoon stug doorwandelen naar het volgende kampeerterrein en de meiden hebben we sindsdien nergens meer gezien. Van de kampeerterreinen moet je je overigens niets voorstellen. Er is namelijk niks, behalve, als je geluk hebt, drinkwater en een soort houten hut met een Dixie toilet.

Vastgeraakte Françaises en de reddeloze zeehond

Na de tweede dag (28 km) op het strand volgende een nog langere derde dag (30 km). Aan het einde van deze dag waren we wel klaar met het strand, maar het vooruitzicht op twee kortere dagen deed ons doorgaan. We eindigde die lange dag in Utea Park. Er was weliswaar nog geen verbinding met de rest van de wereld, maar het was een idyllisch plekje met lieve mensen. We namen een cabin, er was bier, een straaltje wat voor douche doorging en gehinnik van wilde paarden op de achtergrond. Het was perfectie! De volgende dag begonnen we wat later want we hadden maar 18 km te gaan die dag. Na een tijd ontwaarde we iets in de verte. Wat was het waar de zee mee speelde? Het bleek een bumper te zijn van een auto. Toen we het ding al een tijd gepasseerd hadden en achterom keken zagen we een auto stoppen bij de bumper. Een jonge vrouw stapte uit en pakte, onhandig door de wind, de bumper. En ze zoefden weer door. Wij dachten nog ‘als dat maar goed gaat’ want het water stond bijna op zijn hoogst. Een uur later zagen we een auto ingezakt in het zand met de zee onder zich. Het was de bumperauto en de jonge vrouw verscheen uit de duinen. Het was een Française en had de avond ervoor de bumper verloren. Haar reisgenote zocht hulp en zij had alle spullen al uitgeladen. Wij konden haar geruststellen dat het getij niet hoger zou komen. Later die dag scheurden ze al toeterend en uitgelaten langs ons.

Toen we onze tocht vervolgden zagen we een zeehondje op het strand. Eerst dachten we dat het dood was, maar toen bewoog het… We probeerde nog een Lenie het Hart actie. Trokken onze schoenen uit en halveerden onze afritsbroeken. We brachten het beestje zover mogelijk de zee in. Maar het lukte het zeehondje niet om de branding door te zwemmen, het was te zwaar gewond. We konden niet anders dan het achterlaten.

Ahipara

We eindigen de strandetappe in het plaatsje Ahipara. Er is een prachtig begroeide camping met alles erop en eraan. Er is weer een telefoonverbinding en een beetje internet. We maken de balans op en bereiden ons voor op de volgende etappe. We beginnen een beetje te wennen aan de verschillende pijnen, schaafwonden van de rugzak en de ontembare honger en verlangen naar een lekkere maaltijd. Morgen gaan we weer voor een dag of vijf de wildernis in. Eten en water mee en geen telefoon- of internetverbinding.

 

Hikingspullen: wat nemen we mee?

Hikingspullen… Wat moet je meenemen? Wanneer is het teveel en wordt het – letterlijk – ondragelijk. Er zijn veel thru-hikers die met ultralichtgewicht of lichtgewicht bepakking op pad gaan. Wij behoren niet tot die categorie. Het zal daardoor wel wat zwaarder zijn, maar vaak ook comfortabeler omdat je net dat extra jasje bij je hebt of even kunt ontspannen met dat spannende boek op de e-reader. Bovendien, we hoeven niet snel te gaan, we hebben de tijd. Hieronder krijg je een overzicht van wat er zoal uit onze rugzakken komt.

In meer detail

HikingspullenTent, slaapzakken en matjes etc… dat waren geen moeilijke keuzes voor ons. Maar kleding, dat vonden we lastig. Grote kans dat we op dat vlak teveel mee hebben, maar het kan veel regenen in Nieuw-Zeeland en koud worden in berggebieden en daar wil je wel op voorbereid zijn. Hieronder, voor de liefhebber, in meer detail wat er in onze rugzakken zit:

Kamperen

  • Tent: MSR Hubba Hubba HP (2 persoons)
  • Slaapmatjes: Therm-a-Rest NeoAir Xlite
  • Slaapzakken: Lightwave Firelight 350
  • Opblaasbare kussentjes
  • Kookgerei: Sporks, Optimus kookset, MSR brandertje
  • Steripen waterfilter
  • 4 x 1 liter waterflessen
  • Lampjes
  • Zakmes en Zwitsers zakmes
  • Sea to Summit poepschepje
  • Rugzakken: Osprey Ariel 65

Elektronica 

  • IPhones (inclusief route app)
  • PowerMonkey zonneoplader
  • Kobo Auro H2O e-readers
  • Nikon Coolpix camera
  • Mini IPod
  • Spot Gen3 satellite messenger


Kleding (per persoon)

  • Onderbroeken (2 mee, 1 aan)
  • BH (1 mee, 1 aan)
  • Wolle wandelsokken (2 paar mee, 1 paar aan)
  • Thermoshirt en thermolegging
  • T-shirts (2 mee, 1 aan)
  • Afritsbroek (1 aan, 1 mee)
  • Zwemkleding
  • Fleecevest
  • Windstopper
  • Regenjas en regenbroek
  • Poncho
  • Lichtgewicht donsjas
  • Handschoentjes
  • Buffs
  • Petje
  • Zonnebril (en gewone bril)
  • Bergschoenen (Meindl, Hanwag)
  • Keen sandalen
  • Gamache
  • Black diamond wandelstokken

En verder…

  • Toilettas met zeep, tandpasta, tandenborstels, deo, naalden, pleisters, leukoplast, nagelknipper, borsteltje, pincet, aspirine, zonnebrand, menstuatiecup etc.
  • EHBO-set
  • Touwvolle-rugzakken
  • Ducktape
  • Uno
  • Extra veters
  • Aansteker
  • Portemonnee, papieren, paspoort etc.
  • Notitiboekjes en pennen
  • Kompas
  • Monoculair
  • Routekaarten