Easy tramping op de St. James Walkway

De afgelopen weken hebben we bijna elke dag wel een wandeling gemaakt verschillend van een uurtje op en neer naar de fish en chips afhaal tot een flinke hike van 6 uur in de bergen. Zo’n 6 uurswandeling is na onze kleine deceptie van de Te Araroa meer dan genoeg, maar desondanks stond een meerdaagse wandeling van hut naar hut nog wel op ons verlanglijstje.

Great Walks

Met name op het Zuidereiland kan je prachtige wandelingen maken van hut naar hut. Wat erg populair is zijn de 9 great walks, wandelingen van meerdere dagen door de mooiste gebieden van Nieuw-Zeeland. Door de populariteit zijn de hutten en campgrounds al maanden van de voren volgeboekt. De 9 great walks zijn niet te zwaar, maar pittig genoeg. Naar iets soortgelijks gingen we dan ook op zoek. Dit was nog best lastig aangezien de meeste meerdaagse wandelingen Alpine ervaring vereisen en worden aangeduid als Tramping of hard Tramping, twee termen die niet al te feestelijk zijn weten we nu ;-). Uiteindelijk kwamen we op de St. James Walkway uit, een 5 daagse easy tramping track van hut naar hut.

St. James Walkway

Deze route van 66 km is in het noorden van de provincie Canterbury en wordt veel gedaan door Nieuw-Zeelanders, maar is minder bekend bij de toeristen. De trail notes omschrijven een easy tramping track die in 5 dagen bewandeld kan worden. Als je wilt kun je het ook sneller doen, maar op tijd in een hut aankomen en op je gemak een vuurtje stoken, lezen en eten maken is ook wat waard. Het is een track die door sub-alpinegebied loopt. De route gaat door prachtige valleien, bossen, rivieren en dat alles met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Easy tramping

In de trail notes van de Te Araroa staan drie gradaties aangegeven: easy tramping, tramping en hard tramping. Tijdens onze voorbereidingen dachten we dan ook dat easy tramping ongeveer hetzelfde zou zijn als bijvoorbeeld de beentjes strekken op de Veluwe. Misschien wat naïef van ons.
Tramping is iets heel anders dan wandelen. Het gaat over lastige oneffen paden in de bush, vaak kun je het geen pad noemen. Je steekt rivieren en stroompjes over, met behulp van een vervaarlijke swingbridge of soms ook niet. Je loopt door de blubber, je klautert, je stijgt en je daalt en dat doe je met rugzak op voor meerdere dagen, weer of geen weer.

De St. James is 4 tot 6 uur per dag easy tramping en we zijn er achtergekomen dat dat precies is wat we gezellig vinden om te doen! Het is uitdagend genoeg en ondertussen kan je ook nog genieten van de prachtige natuur. En een grappig detail voor ons, twee van de 5 dagen liepen we weer op de Te Araroa en aan het begin van de route kwamen we zelfs een oude vertrouwde tegen; Amerikaan Luke waar we weken geleden een tijdje mee hadden gewandeld. Hoe toevallig is dat!

Cannibal Gorge hut

Vier nachten overnachtte we in serviced huts. Denk hierbij niet aan douches, maaltijden en een winkeltje zoals je dat veelal in Europa ziet. Een serviced hut in Nieuw-Zeeland betekent stapelbedden, een zitje, een keukenblad, water (wat je beter nog even kunt filteren), een soort Dixy en een houtkachel waarbij de Ranger voor hout heeft gezorgd. Al met al waren het fijne huts op mooie locaties. Het gekke is wel dat je niet weet of er nog meer mensen komen en twee avonden zaten we dan ook te wachten op visite die niet kwam opdagen. De eerste nacht alleen in een hut werden we opgeschikt door een geluid dat het beste kan worden aangeduid als iemand die de keuken grondig aan het verbouwen is… het bleek gelukkig maar een possum! De laatste nacht waren we ook alleen en dat in de Cannibal Gorge hut. Deze hut heeft zijn naam te danken aan de vele menselijke botten die in de omgeving gevonden zijn. Het waren overblijfselen van een feestmaal waarbij de overwinnaars hun slachtoffers opaten. In combinatie met een spannend boek (De Pelgrim), de donkere stormachtige nacht en iemand die het grappig vond om geestverhalen in het logboek te schrijven werd het toch een beetje spannend in de Cannibal hut…

Outdoorsie Kiwi’s

De omschreven route liepen wij in tegengestelde richting wat resulteerde in mooie ontmoetingen met de trampers van zowel de St. James Walkway, de Te Araroa en andere routes. Op een paar toeristen na zijn we met name Kiwi’s tegengekomen. Nog steeds niet veel, maar op een plezierige manier voldoende. De outdoorsie Kiwi is een zeer nuchter soort en het was dan ook een plezier om ze onderweg of in de hutten tegen te komen. Trailverhalen worden gedeeld, gear wordt onder de loep genomen en (hiking)verhalen uit de media worden gebagatelliseerd… verafgelegen van de bewoonde wereld zonder internetverbinding verbroederd dezelfde passie. Een opa met zijn kleinkind te paard, jonge blaadjes zoals wij, vriendinnen op leeftijd en zingende kerkkinderen de diversiteit was alom. De Kiwi’s (jong en oud) zijn actief en dat doet de mens goed zo zagen wij.

De veelgestelde vraag van Kiwi’s: wat vinden jullie van Nieuw-Zeeland?  Als we het land hebben verlaten zal Deb hier een blogje aan wijden.

Daar waar de pinguïns zijn

Christchurch, de logische volgende stop na onze wwoofer avontuur. Onze wwoofer host, Catherine, gaat niet graag meer naar de door aardbevingen geteisterde stad. Het maakt haar droevig. Zij kent de stad in volle glorie met haar oude gebouwen. Wij kunnen er anders naar kijken.

Het is een gebroken stad in opbouw. De aardbeving van 2011 heeft de meeste schade aangericht, die van afgelopen november heeft niet zo’n groot effect gehad. We zien veel half ingestorte gebouwen, braakliggend terrein, nieuwe futuristische gebouwen en heel veel bouwvakkers, omleidingen en tijdelijke winkels in containers. Tevens zegeviert de creativiteit, er is veel graffiti, alternatieve eettentjes en prachtige moderne musea. Misschien is Christchurch gebroken, maar zeker niet zielloos.

In de gevangenis

Overnachten in een gevangenis, maar dan voor de lol. Dat kan in Christchurch, of om preciezer te zijn in Addington. Een oude gevangenis die tot en met 1999 nog in bedrijf was is omgetoverd tot een hostel. Een bijzonder verblijf en dat vond ik helemaal toen bleek dat Pauline Parker, die op 15-jarige leeftijd samen met haar hartsvriendin haar moeder vermoordde, haar straf er had uitgezeten. Dit drama vond plaats in 1954 en hield de gemoederen in Nieuw-Zeeland lang bezig. Dit verhaal inspireerde Peter Jackson tot het maken van de film Heavenly Creatures… Eén van mijn favoriete films.

Kerst in Dunedin

Onze roadtrip vervolgde zich richting Dunedin. De oudste stad van het Zuidereiland. Langs de kust vind je onder andere pinguïns, zeeleeuwen en de raadselachtige Moeraki boulders. Het zijn grote grijze, bijna perfect ronde stenen die daar op het strand liggen verspreidt. Jarenlang was dit onderwerp van allerlei legendes en theorieën, maar uit onderzoek blijkt dat ze 60 miljoen jaar geleden zijn ontstaan op de bodem van de zee.

Na een heerlijke lunchstop bij Fleurs Place op aanraden van Catherine & Michael reden we naar Dunedin waar we de kerstdagen zouden doorbrengen. Op kerstavond was het centrumpje nog druk en bruisend, maar op kerstdag was het net een spookstad waar de straten verlaten waren en alles gesloten. Op een mini market en een MC Donalds op het industrieterrein na. Je kunt raden waar onze kerstmaal uit bestond ;-).

Op pinguïnjacht

Een pinguïn in het wild zien, dat stond hoog op onze wensenlijst. Er zijn verschillende kolonies van de Kleine Blauwe pinguïn die je kunt bezichtigen en je kunt tours doen om de bijzondere Geeloog pinguïn te bewonderen. Maar er zijn ook plekken waar je ze zonder hordes toeristen kunt zien, als je geluk hebt tenminste. Het idee om ergens rond te lopen en daar een pinguïn te zien leek me een prachtige ervaring. Alsof je een schatzoeker bent. Op kerstdag was dat onze missie. We reden richting Sandfly Bay over het schitterende Otago Peninsula. Daar zouden Geeloog pinguïns leven. Deze leven overigens niet in kolonies. We hoopten, maar verwachtten niet dat we ze zomaar zouden aantreffen. Maar na een zeer steile afdaling door de duinen naar het strand zagen we een paar mensen gegroepeerd op veilige afstand van twee pinguïns! Ze waggelden de steile duinen op. Gebiologeerd bleven we een tijd lang kijken, waarna we nog even naar de andere kant van de baai liepen om ons geluk te beproeven. Daar vonden we een paar luierende zeeleeuwen. Op de terugweg bleven we nog even plakken bij de waggelende vogels waarvan we er nu drie telden. Missie geslaagd!

Bluff, bitterzoet

Bluff zou het eindpunt zijn van onze wandeltocht. Het zuidelijkste punt van Nieuw-Zeeland, als je tenminste Stewart Island niet meerekent, een kleine 5000 kilometer verwijdert van de zuidpool. Het is zo’n kleine grauwe havenplaats waarbij je het gevoel krijgt dat je het einde van de wereld hebt bereikt. Bij Den Helder heb ik ook altijd dat gevoel. Naast dat einde van de wereld gevoel, voelden we ons ook een beetje ontdaan. We weten heel goed waarom we zijn gestopt en we weten ook dat het een goed besluit is, maar naarmate de tijd vordert vergeet je een beetje hoe het ook daadwerkelijk was. Je vergeet de pijn, de oneindigheid, de honger, de stress van ‘ergens op tijd te moeten zijn voor een slaapplek’ en op de plek wat je eindpunt zou zijn denk je dan; ‘waarom hebben we niet doorgezet’. Maar aan de andere kant wat hebben we nu al een mooie reis gemaakt en wat hebben we nog voor moois voor de boeg. How lucky we are. Kortom bitterzoet.

Gloeiende gloeiwormen

Als je in Nieuw-Zeeland bent dan is een must do een glowworm cave bezoeken. Wij hadden besloten om dit te doen bij Te Anau, een klein en toeristisch plaatsje bij het gelijknamige meer in het Fiordland. Na eerst een mooie boottocht over het meer en langs fjorden belandden we bij de grot. Daar leerden we alles over het leven van de gloeiworm alvorens we de grot ingingen. En het was prachtig, soms een beetje desoriënterend omdat je steeds omhoog kijkt in het pikkedonker en de gids rondjes maakt met het krappe bootje. Maar het was betoverend als een sterrenhemel. Echt bijzonder.

Af en toe is het is net een kermis

De piek van het hoogseizoen is aangebroken en wij bevinden ons inmiddels in supertoeristisch gebied. Niet voor niets is het toeristisch, want het is er schitterend. Te Anau is in alles voorzien en voor het gemak staat ook bijna alles in het Chinees aangegeven. Vanuit hier kun je in twee uur tijd naar Milford Sound rijden, het bekendste fjord van dit gebied. Het is een schitterende rit en je rijdt zo ongeveer in colonne met tientallen tourbussen, campertjes en andere huurauto’s. Op elke stopplek langs de route stopt ook iedereen dat telkens tot bijna ongelukken leidt. Bij Milford Sound wemelt het er dan ook van de toeristen die op één van de vele fjordcruises stappen of een helikoptertochtje ondernemen. De ene vlucht na de ander wordt gelanceerd. Het is er heel mooi, maar ook een kermis…

Na deze kermis wilden we richting Queenstown gaan om daar in de omgeving Oud & Nieuw te vieren. Maar het was haast onmogelijk om in dit gebied een slaapplek te vinden. Uiteindelijk vonden we nog een plekje in Te Anau, dus besloten we daar naar terug te keren, je komt er sowieso weer langs, de weg naar Milford Sound is een doodlopende. De route terug hakten we in tweeën en verbleven we op prachtige doch simpele DOC campgrounds. Hier hebben we mooie wandelingen gemaakt en een zogenaamde walkwire getrotseerd: een brug bestaande uit drie staaldraden, twee om je aan vast te houden, één om over te wandelen. Een wankele ervaring.

Oud & Nieuw

We hebben prachtige dagen gehad qua weer, maar nu regende het pijpenstelen…  dat mocht de pret niet drukken. Wij waren sowieso blij dat we nog betaalbare accommodatie hadden gevonden. Het was een relaxte jaarwisseling. Om half elf waagden we ons door de regen naar een parkje waar er een bandje zou spelen. Het was er niet bepaald bomvol maar gezellig druk. Aan het meer was er om twaalf uur een georganiseerd vuurwerk. Het gemeentelijke vuurwerkbudget was genoeg voor 5 minuten knallen. Heerlijk om niet dagenlang half ingedoken en gespannen over straat te hoeven lopen in afwachting van een knal of vuurpijl uit onverwachte hoek. Kortom een geslaagde jaarwisseling en bij het ontwaken werden we getrakteerd op een stralende regenboog!

Sla, paardentrekkings en Cigarette Jane

Daar reden we dan richting Christchurch of nauwkeuriger gezegd naar the south Eyre Road in het gehucht Swannanoa voor een weekje werken op een boerderij. Vier weken eerder hadden we ons aangemeld op de website Workaway.info om een leuk werkadresje te vinden. Er ging een wereld voor ons open, echt er is zoveel keus en niet alleen in Nieuw-Zeeland. En dat verschilt van werken op een schooltje tot boerderijwerk. Gemiddeld 4 á 5 uur per dag in ruil voor kost en inwoning. Een gave manier om op een andere manier een land te ontdekken.

De farm

Na een grove selectie te hebben gemaakt kwamen we uit bij o.a. Catherine en Michael. Een hydrocultuur boerderij waar sla wordt gekweekt en waar ze, als hobby, drie paarden hebben. Ondanks de weinige informatie in hun profiel werden we getriggerd door de kleinschaligheid, de locatie en de paarden. Na wat kort contact waren we welkom en zo zaten we in de auto vol enthousiasme, maar vol vragen over waar we nu eigenlijk terecht zouden komen.

Het huis

Het was een zeer aangename verrassing. Michael ontving ons om 12 uur en gaf ons een tour door het huis. Het werd al snel duidelijk, doe lekker of je thuis bent en dat ging helemaal gemakkelijk met onze eigen slaapkamer en badkamer. Het huis staat op 10 hectaren en is gemaakt in de stijl van een barn. Het huis heeft een ruime woonkamer met aansluitend de keuken, 4 slaapkamers, twee badkamers, bijkeuken en twee ruime entrees. Naast het huis is een garage, paardenwei en twee kassen waarin sla wordt geteeld. Voor die omgeving is het blijkbaar aan de kleine kant, maar wij vonden het een aardig optrekje, helemaal als je in Amsterdam hebt gewoond :-)!

Karakters

Misschien wel het leukste aan het werken bij Catherine en Michael waren de ontmoetingen. Door de open en sociale Catherine hebben we in een korte tijd een paar hele leuke mensen ontmoet. Hieronder een korte omschrijving van de verschillende personages.

Michael, 73 jaar

In 1970 vertrokken met de boot van Engeland naar Nieuw-Zeeland. Engineer geweest en sinds 15 jaar in de slabladeren. Werkt 7 dagen in de week, gaat twee keer in de week met Rea naar de pub, sleutelt aan zijn oude Jaguar en heeft sinds 6 maanden officieel dementie. Uit een eerder huwelijk heeft hij 2 kinderen en is nu al 22 jaar getrouwd met Catherine. Een lieve man, al dan wel wat eigenwijs (tot frustratie van Catherine ;-)).

Catherine, 63 jaar

Geboren en getogen in Nieuw-Zeeland. Mooi om te zien hoe je in één leven zoveel verschillende dingen kunt doen. 21 jaar getrouwd geweest met haar eerste man, 3 kinderen grootgebracht, gewerkt bij een bank, heel veel gezeild, getennist, ongeveer in heel Nieuw-Zeeland gewoond, hertrouwd met Michael, op haar 50ste leren paardrijden en nu in de slabladerenbusiness. Voor Nieuw-Zeelandse begrippen is ze heel direct, maar wij vonden dat wel weer even een verademing. Een leuke en lieve vrouw. Pittig , eigentijds, goedlachs en een rots in de branding voor Michael. Iemand die van lekkere wijntjes, eten, gezelligheid en series houdt… een PriDe match!

Cigarette Jane, 70 jaar

Woont op 20 hectaren en is de buurvrouw van Catherine and Michael. Al jaren gescheiden, een zoon verloren door een vliegtuigongeluk en getergd door reuma. Maar desondanks een lieve en zeer intelligente vrouw en bovenal een veilige haven voor Catherine. Catherine wil sinds een paar maanden minder roken en gaat daarom elke avond naar Jane voor een paar sigaretjes. Jane lijkt een eindeloze voorraad te hebben van zowel sigaretten als van wijn.. en een luisterend oor voor Catherine. Normaal gesproken neemt Catherine maar zelden WWoofers (Willing Workers on Organic Farms) mee naar Jane, maar aangezien wij zo gezellig waren werden we de tweede dag al meegenomen om kennis te maken met Jane. Aangekomen bij Jane leek het wel een kleine kinderboerderij… kippen, konijnen, hanen, hond, katten, eenden.. alles liep er los rond, dat beloofde niet veel goeds voor mijn kleine smetvreesaanleg. Maar binnen bleek het super schoon en opgeruimd. Avonden hebben we geluisterd en gelachen om de vele verhalen van Jane en Catherine. Een waar genot, ondanks de enkele katertjes!

Rea, +/- 65 jaar

Een buurman die regelmatig binnenloopt met groenten en fruit uit eigen tuin, 2 keer in de week met Michael naar de pub gaat en regelmatig rijdt hij op de quad met Catherine’s paardentreks mee voor bevoorrading.

Dawn, +/- 60 jaar

Ken je de buurvrouw van Hyacinth? Meer intro is niet nodig. Dawn is twee keer mee geweest met haar paard. Rijdt al sinds dat ze klein is, heeft een schat van een paard, maar zodra er iets gebeurd (zuchtje wind bijvoorbeeld) schiet ze in de stressmodus. Lieve vrouw, maar zou iets meer gas op die lolly moeten hebben (zo zou Boerin Bertie het in ieder geval omschrijven).

Denise, +/- 60 jaar

Is architect geweest en heeft 19 paarden op 100 hectaren. In tegenstelling tot Dawn nergens bang voor (qua rijden) en het was dan ook super dat ze de laatste rit mee ging.

Sla, heel veel sla

We kwamen om te helpen in de slakassen. Michael en Catherine hebben een hydrocultuur boerderij waar sla geteeld wordt doormiddel van water waar voedingsstoffen aan zijn toegevoegd. Er komt geen grond aan te pas. Het was leerzaam om te zien hoe het werkt en je krijgt er onder andere schone sla van. De zaadjes die ze gebruikten kwamen uit Nederland. We werkten elke dag een paar uurtjes. We hebben geplant, schoongemaakt, onkruid vergiftigd en sla ingepakt. Leuk om dit voor anderhalve week te doen.

Ritjes door de natuur

Dit was in één woord geweldig!! Wat was het fijn om weer op het paard te zitten. Deb heeft een klein lesje gehad en is mee naar het strand geweest. Naast het strandritje heb ik nog een tocht langs de rivier gemaakt en eentje door berggebied incl. rivier crossings. Een autorit van een half uur tot uur brengt je bij de mooiste gebieden en daar maakt iedereen goed gebruik van, desondanks kom je sporadisch iemand tegen. Catherine heeft drie paarden; Ebony, een 29 jarige merrie welke in topvorm is, Little Red, afkomstig van Denise die haar heeft gered van mishandeling en uiteindelijk de slacht (echt een schatje), en Peachy, ook gered uit een blik hondenvoer en is omgetoverd tot een lief bomproef paard maar wel met genoeg spirit! Het triggert het allemaal wel weer… wie weet, toch misschien maar weer een paard nemen?!

Dementie

Zoals al eerder vermeld lijdt Michael aan dementie. Waar wij het eerst nog niet zo doorhadden ging het ons na de verhalen van Catherine ook opvallen. Een lastige periode omdat er snel gehandeld moet worden. De paarden, de tuin, het huis, het bedrijf en uiteindelijk de verzorging van Michael is veel te veel voor Catherine om alleen te behappen. Nu runt Michael nog de business, maar hoe lang hij daar nog in staat toe is is moeilijk te zeggen. Het liefst zouden ze er willen blijven wonen maar ze  bekijken nu of dat mogelijk is.

Uiteindelijk zijn we 12 dagen bij Catherine en Michael gebleven. Als het aan hun lag mochten we voor altijd blijven, maar het Zuidereiland roept om verder verkend te worden. Hier wordt gesuggereerd dat we in Nieuw-Zeeland kunnen blijven wonen en in Nederland wordt vermoedt dat we er zullen blijven. Maar waar Zeeland nog te doen zou zijn is Nieuw-Zeeland toch echt te ver! Ze hebben een speciaal plekje in onze gedachten gekregen en aan het einde van onze Nieuw-Zeelandreis zoeven we nog even bij ze langs voor wellicht een ritje te paard, maar zeker voor een heerlijk wijntje!

 

Bye..Bye.. Noordereiland, Hello Zuidereiland

Langzaam zakten we verder af naar Wellington. Eén van de natuurgebieden welke we graag wilden zien was de Tararua range. Dit zou tijdens de wandeling één van de moeilijkste gedeeltes zijn, met name omdat in dit berggebied het weer snel om kan slaan waardoor het zicht nihil is en het ook behoorlijk koud kan worden. Twee weken geleden waren in dit gebied nog twee ervaren mannen omgekomen. Omdat we nu met de auto zijn konden we een DOC-campground* opzoeken van waaruit je mooie en vooral veilige wandelingen kan maken. De campground was simpel, maar mooi en aan het begin van één van de wandelroutes. Bij aankomst regende het pijpestelen en het hield pas ’s nachts een beetje op. De ranger vertelde ons dat het de komende dagen niet veel beter zou worden en dat het misschien zelfs zou gaan sneeuwen.

Plimmerton

Na een nacht op de campground hebben we een prachtige wandeling gemaakt van 4 uur. Eigenlijk wilden we nog een nacht blijven, maar als je dan ziet dat het 1,5 uur verder aan de kust prachtig weer is dan geeft zo’n auto toch wel heel veel vrijheid en zo zaten we in de middag op een terrasje in de zon in Plimmerton!

Wellington

Plimmerton ligt bijna aangesloten aan Wellington waardoor we met een half uurtje in centrum arriveerden. Een stad waar wij ons eigenlijk nog niet erg in hadden verdiept waardoor de aangename verrassing des te groter was! We houden allebei erg van de natuur, maar het is af en toe toch ook wel erg fijn om in een grotere stad te zijn. Een stad met veel alternatieve winkeltjes & barretjes, heerlijke restaurantjes, musea, galeries en de meest fantastische bioscoop ever! Tips; Het nationaal museum (gratis en erg interessant), Jam, een kapperszaak (was wel nodig bij mij, Deb wil pas in Christchurch voordat we naar Azië gaan dus die ziet er nog steeds uit als John de Wolf ;-)), The Library (yummie cocktails) en The Embassy (best bios ever).

De oversteek

Na een paar heerlijke dagen in de stad verlieten we het Noordereiland per ferry. De overtocht duurt 3,5 uur. De ferry verlaat Wellington via de kleine haven, vaart over open zee waarna het door prachtige fjorden gaat en aankomt in Picton. Onderweg zagen we zelfs dolfijnen een zeilboot passeren, voor ons was het al prachtig, maar op de zeilboot moet het fantastisch zijn geweest. Bij aankomst kwamen we in Picton, een perfect plaatsje om een nachtje te blijven en waaruit watertaxi’s vertrekken om de Queen Charlotte Track te wandelen. Deze track van 4 dagen over de fjorden willen we waarschijnlijk aan het einde van onze reis in Nieuw-Zeeland nog gaan doen.

Albert Tasman National Park

Iets ten westen van Picton heb je het Abel Tasman National Park wat met name bekend staat om de coastal walkway, één van de 9 great walks in Nieuw-Zeeland. We boekten twee nachten op de Old Mac Donalds Farm, een camping, zodat we een volle dag hadden om een deel van de kustroute te wandelen. Een gemakkelijk pad met mooie vergezichten, heerlijke strandjes en aparte vogels…. een echte aanrader!

Hakka’s en een nieuwsgierige Nederlander

We zijn nog vlak voor het hoogseizoen dus heel druk is het nog nergens. Ook niet op de Old Mac Donalds Farm. Het kampeerveldje deelden we met een camper en later kwam er een jongensschool die het veldje bevolkten. We komen veel schoolreisjes tegen, het outdoorleven wordt er hier met de paplepel ingegoten. Ook aan de Maori cultuur wordt veel aandacht besteed. Deze jongens deden ’s ochtends en ’s avonds Hakka’s, de bekende Maori dansrituelen.

De camper werd bevolkt door Nederlandse pensionados. De man bemoeide zich overal mee en probeerde ook mee te doen met de jongens… na een tijd kwam hij ook bij ons buurten, want hoezo hebben wij zo’n dikke dure bak (zijn eerste vraag). Verder was hij niet zo onder de indruk van Nieuw-Zeeland. Daarom vroeg ik maar of ie het wel naar zijn zin had… toen krabbelde hij wel weer wat terug. Een toch wel vervelende man, met name omdat hij zo gefixeerd was op geld. Hij kon er niet over uit dat wij zo jong zo lang van de baas (een hond heeft een baas, maar goed) weg mochten en hoe wij dat dan konden betalen. Hij vroeg zelfs of we er voor geleend hadden (bizar?!). Naar onze toelichting luisterde hij niet, bij nader inzien had het grappig geweest een beetje te dollen met deze man. Uiteraard zijn we ons enorm bewust van onze luxe positie, maar het is fascinerend dat veel mensen zo geobsedeerd zijn van wat andere mensen hebben.. dat naast onze dikke uitziende bak een klein tentje staat valt hem niet op, dat Debby ook niet meer de jongste is wordt vaak niet gezien (wat telkens voor zeer grappige reacties zorgt bij het laten zien van haar legitimatie in de supermarkt bij de aanschaf van een flesje wijn) en het feit dat wij hard hebben gespaard wordt weggewimpeld. Dat wij zaken als kinderen en (weer) een huis kopen (lees: hypotheek afsluiten) even vooruit schuiven maakt dat we nu deze kans konden pakken. Fascinerend hoe vaak mensen naar andere mensen kijken i.p.v. te zien hoe goed ze het zelf wel niet hebben. Je kan er maar druk mee zijn!

Zandvliegjes

De ochtend van vertrek ging het regenen waardoor we letterlijk werden aangevallen door de zandvliegjes. In heel Nieuw-Zeeland komen deze vliegjes voor en eerder hebben we al reuze jeukende beultjes op onze benen gehad, maar nu leek het wel of ze weken niet gegeten hadden. Snel pakten we alles in en stapten we in de auto, maar helaas toch weer gebeten… ik heb volgens mij nog liever tien Tarantula’s dan die irritante jeuk (ok..ok.. dat neem ik terug.. brr..).

Aardbeving

Gelukkig hebben wij niks gemerkt van de aardbeving maar onderweg naar Wellington zagen we steeds meer de gevolgen hiervan. Zowel op het Noorder- als het Zuidereiland zijn hele stukken weg verzakt en veel gebouwen zijn nog gesloten voor inspectie of moeten gerestaureerd worden. In Wellington waren ook veel restaurantjes gesloten en zag je overal briefjes op de ruiten van bedrijfjes hangen waarop stond waarnaar toe ze tijdelijk waren verhuisd. De hele stad is een beetje verdwaald. Een deel van de highway 1 in het noorden van het Zuidereiland is nog steeds niet open waardoor iedereen 2 á 3 uur moet omrijden. Wij hebben van het meeste geen last, maar je ziet wel goed wat de impact het voor de bevolking is. Iets wat in het National museum in één van de tentoonstellingen ook goed in beeld werd gebracht. Echt heftig!

Van het Abel Tasman zijn we onderweg naar Christchurch voor een weekje farm werk. Momenteel zitten we, met jeukende armen en benen, in een heerlijk motel in Hanmer Springs. Vandaag vertrekken we naar de farm! We zijn heel benieuwd en hebben er super veel zin in!

*DOC-Campgrounds, Het Department of Conservation (DOC) beheert meer dan 250 campings in Nieuw-Zeeland die allemaal bereikbaar zijn met een camper of auto. Dit zijn over het algemeen vrij eenvoudige campings (voor een paar dollar) op prachtige, afgelegen locaties.

De Tongariro Alpine Crossing

In Napier zagen we dat het schitterend weer zou worden bij de vulkanen in Tongariro National Park. En dat werd het! Dus wij gingen in de herkansing en konden dit keer de Tongariro Alpine Crossing doen, een dagtocht van 19,4 km waarvan gezegd wordt dat het de spectaculairste ééndaagse wandeltocht in Nieuw-Zeeland is. We reden via Taupo naar de camping waar we eerder in de vriezende kou hadden vertoefd. Dit keer hing er geen regensluier over Taupo en waren de vulkanen ver over het grote meer zichtbaar. Na een lunch reden we verder naar Whakapapa Village. Zo anders met de warmte en een stralende zon. Ons vertrouwde plekje was weer vrij, we boekten de tourbus die ons bij het begin van de tocht zou droppen en aan het einde ons weer zou ophalen. We lummelden lekker in de zon, maakten wat eten in de gezamenlijke keuken. Nu zaten we daar graag ter verkoeling in plaats vanwege de kou. Ik bladerde wat door mappen waarin stond wat te doen bij een vulkaanuitbarsting. Een realistisch gevaar. In 2012 was er nog een uitbarsting. Niet veel later ging er een luid alarm. Iedereen schrok op en keek elkaar aan van is dit hét alarm en f*ck wat moeten we nu doen??? Maar een Nieuw-Zeelander wist ons gerust te stellen dat het ging om een oproep voor de vrijwillige brandweer. Gelukkig, maar het zet je toch aan het denken.. 😉

De Alpine Crossing

De camping was behoorlijk drukker, gewoon vol. En zo ook de tourbus die ons om 07:00 ’s ochtends naar het beginpunt bracht. Het was niet de enige tourbus… bus en busladingen vol werden er gedropt. Rijen stonden er voor het toilet… maar het was dan ook een perfecte dag (wat heel vaak niet het geval is waardoor het te gevaarlijk is). Onze chauffeuse verzekerde ons ervan dat al onze foto’s er nep uit zouden zien vanwege de strakblauwe lucht en scherpe zon.

Vol goede zin, samen met honderden anderen, gingen we op pad. Het pad is bijzonder goed aangeharkt. Je hebt eigenlijk maar echt één lastige beklimming en afdaling… Heel steil. Verder zijn er allemaal keurige trappen. Het is niet persé een hele moeilijke tocht, maar zeker ook geen makkelijke. We zagen veel mensen die het onderschat hadden. En dan kan het een hele lange dag worden. Regelmatig hoorden we mensen elkaar vervloeken met ‘Wie zijn idee was dit nou eigenlijk??!!’ en ‘nu zouden we die meren toch wel een keer moeten gaan zien!!’

Je begint in laag vulkanische gebied aan de voet van Mount Doom, je loopt langs een stroompje en hebt uitzicht op een witte bergtop zo’n 200 km verder gelegen. Je stijgt en klimt tot je op de Red Crater staat, een indrukwekkend iets. Dan volgt de steile afdaling met uitzicht op de Emerald Lakes en de Blue Lake. Oogstrelend! Ik was blij dat we onze wandelstokken mee hadden, want die afdaling was een worsteling voor velen.
Na de Blue Lake begint er een lange afdaling met prachtige uitkijkjes. Ook loop je langs een rookpluim, dat is een krater die nog steeds rookt sinds de uitbarsting van 2012. Je eindigt in een elfenbos. We zijn blij dat we er voor terug zijn gekomen, het is inderdaad magisch, zelfs met zoveel mensen om je heen.

Plannen voor Azië

Daags na de Alpine Crossing reden we richting Whanganui. Een mooie bergachtige weg. Je realiseert je hoe hoog je zat omdat je opeens zo daalt en de auto flink op de rem moet trappen om langzaam door de haarspeldbochten te rijden.

In Whanganui wilden we onze verdere reis regelen. Tenminste onze tickets omboeken. Maar het is hoogseizoen dus alles zit vol of je betaalt de hoofdprijs. Gelukkig is het ons uiteindelijk voor normale omboekingskosten gelukt (80 ipv 600 of meer euries per ticket). We vliegen nu 23 januari naar Singapore, daar vieren we Pris haar verjaardag. Dan reizen we door Maleisië en Thailand, daarna is het plan om naar Myanmar te gaan en tot slot naar Cambodja en Vietnam. Dat is nu tenminste onze grove plan. We hebben nu nog iets minder dan 8 weken in Nieuw-Zeeland. We reizen nu langzaam af richting Wellington waar we de Ferry naar het Zuidereiland nemen. Daar hebben we nog 7 weken, waarvan (over 2 weken) we 1 week vrijwilligerswerk gaan doen op een farm. In ruil voor 4 á 5 uur per dag werken in de tuin en met paarden krijgen we kost en inwoning! Een mooie manier om op een andere manier kennis te maken met de Kiwi’s.

Orde op zaken

Uitgerust en met goede zin verlieten wij het heerlijke motel in Kerikeri. In het centrum zouden we nog wat boodschappen doen om vervolgens een, volgens de Te Araroa aantekeningen, makkelijke etappe te lopen naar Waitangi of als het heel goed ging een stukje verder naar Paihia.

Bij winkel één, waar we gevriesdroogd eten konden halen kwamen we een jonge Zwitserse jongen tegen die ook de Te Araroa loopt. Vervolgens kwam er een vrouw al zwaaiend aangereden en bood ons een sinaasappel aan. Ze bleek bevriend met de grondlegger van de route. Na een praatje moesten we gedrieën nog even op de foto. We hadden de straat nog niet over gestoken of we raakten alweer in gesprek met een Duits – Nieuw-Zeelands echtpaar… kortom het duurde die ochtend lang voordat we op pad waren. Maar ach, het zou een makkelijke etappe worden.

Heuvel op, heuvel af

We lieten Kerikeri achter ons en kwamen in een groot dennenbos, met een heerlijke breed glooiend pad. Totdat er een omleiding kwam van de route, toen ging het pad behoorlijk steil omhoog en weer naar beneden. Het bleef maar doorgaan. Op de één of andere manier voelden we ons niet topfit die dag (misschien teveel gegeten ;-)) en voelden de rugzakken extra zwaar met onze bevoorrading. Door onze mind-set dat we al fluitend door de dag heen zouden wandelen leek het nu wel of er geen einde aan kwam. Uiteindelijk kwamen we moe en minder voldaan (ondanks de 24 km) aan bij de camping.

Campertje?

In de ochtend hebben we altijd goede zin, vreten we kilometers en voelt de rugzak niet te zwaar. Maar in de middag verandert de last op onze rug in lood, lijkt de tijd en de afstand die we afleggen voorbij te kruipen en lijkt het alsof je op kleine naaldjes loopt.

Waarom doen we onszelf dit toch aan vragen we ons dan af. Met een campertje rondtrekken en daarna een paar maanden door Azië reizen is toch ook leuk? Zo liggen we dan te fantaseren als we uitgeteld en met pijn in de voeten en benen in de tent liggen. Maar al lachend besluiten we dan onze zelfkastijding voort te zetten. Alleen dit keer bedachten we wel dat we het met wellicht wat minder kilo’s afkonden. We spraken met ons zelf af dat als we een groot plaatsje tegen zouden komen met een postkantoor dat we wat we niet meer nodig zouden hebben terug naar Nederland zouden sturen.

Watertaxi

Bij de etappe die volgde moesten we eerst 13 km water overbruggen (via watertaxi).Vijf kilometer vanaf de camping in Waitangi was er een camping van waaruit de watertaxi je kon oppikken. We besloten daar naar toe te gaan en de dag erna de watertaxi te nemen. Die gaat in verband met het getij maar 1 keer per dag. Na 5 km door het leuke plaatsje Paihia kwamen we aan op een prachtige camping en genoten van onze middag aan het water.

De kleine, maar super snelle watertaxi kwam ons in de ochtend op de camping ophalen. In de boot zaten vijf Amerikaanse jongens die al een halte eerder waren opgestapt. Vier studenten die met elkaar de Te Araroa liepen en 1 solo hiker. Na een prachtig watertochtje langs een mooi haventje en mangroves kon onze voettocht weer verder gaan. De 4 jonge jongens marcheerden snel door en de solo hiker, Luke uit Seattle, die vond het wel gezellig om bij ons te blijven. Dat was wederzijds.

Wandelen door water

We voelden ons goed en hadden na de gave boottocht zin in het bos met onder andere een 4 km lange trip door een stroom. Het was echt prachtig en tot dusver onze favoriet. Het stroompje slingerde door het bos met haar flinke heuvels en grote bomen. Het was net of je in het regenwoud liep en op sommige stukken kwam het koude water tot boven je knieën. Speciaal voor dit soort onderdelen van de route hadden we, toch wel lelijke, Keen sandalen gekocht, maar die sandalen vulden zich steeds met kleine steentjes… resulterend in de allereerste blaar tot nu toe. Pris was de ongelukkige. Daarnaast drogen ze ook voor geen meter, dus de sandalen kwamen als eerste op de lijst van terug te sturen spullen! Uiteraard zijn daar ondertussen dichte waterschoenen voor terug gekomen, want er volgen nog veel meer waterstukken.

De lange, maar mooie dag sloten we gedrieën af tussen de koeien en paarden. De koeien vonden ons niet zo fascinerend, maar de jonge paarden des te meer. In de avond en de nacht kwam het met bakken uit de hemel, maar tegen alle voorspellingen in werd het droog toen wij weer op pad wilden. Luke ging al snel verder op zijn eigen tempo (speedy) en na een tijdje zagen we 2 borden. Het ene wees ons op een art gallery en café 5 km verderop (met heerlijk eten vermoedde we) en het andere wees ons op het feit dat de grote plaats, Whangarei, waar we naar toe wilden om een en ander te reorganiseren maar 41 km verderop was. Beide borden wezen de tegengestelde richting van de route, maar we gingen overstag (kwam door het eten :-)).

Liften is geen doodzonde

We zouden de weg volgen en dan uiteindelijk via highway 1 naar Whangarei lopen. Dan zouden we er al in 2 dagen zijn! En zorgen over die snelweg maakten we ons niet want daar hadden we al eerder over gelopen en dat was heel goed te doen, druk was het niet. Gedurende onze wandeling waren er 2 auto’s die ons zagen en rechtsomkeert maakten om te vragen of we wel wisten dat we verkeerd gingen. Dat wisten we. Drie keer kregen we een lift aangeboden. Wij liepen vrolijk door want het idee dat onze rugzakken na de reorganisatie snel lichter zouden worden gaf ons vleugels.

Toen zagen we highway 1 opdoemen. Er reden auto’s op. Gevaarlijk veel snelle auto’s. Onverantwoord om daarop te gaan lopen. Er zat maar één ding op en dat was om tegen onze principes in te liften. En we hadden het nog niet bedacht of er stopte een auto. Twee vijftigers, een man en een vrouw, collega’s van de Department of Conversation, natuurbeheer van Nieuw-Zeeland. Ze waren erg geïnteresseerd in onze tocht en hadden ons al eerder zien lopen. We voelden ons een beetje beschaamd dat we een lift namen en niet liepen, alsof we valsspeelden. Zij zagen dat helemaal niet zo en dropten ons netjes af bij een Holiday Park in Whangarei.

De Camino versus Te Araroa

Liften voelt voor ons misschien als valsspelen, maar blijkbaar is dat de gewoonste zaak van de wereld op deze route en soms ook pure noodzaak. Ook Luke, mister wildernis, had al een paar keer gelift en we begrepen dat er op sommige stukken services worden aangeboden zodat wandelaars niet een stuk weg hoeven te lopen, maar gelijk op een route in een bos terecht komen. Waar de camino een pelgrimstocht is, een religieuze oorsprong heeft, het gaat om boetedoening en zelfkastijding, is dat anders bij een route als deze. Hier gaat het om een manier om een land te ontdekken, om te reizen op de manier hoe jij wilt. Daarbij zijn er plekken op de route waarbij je wel moet liften of met de boot over moet. Luke stelde het mooi, ‘Is het doel om 3.000 km te lopen of is het doel al wandelend gave dingen te zien’. Misschien is het inderdaad niet zo erg om uiteindelijk bijvoorbeeld 2.500 of 2.300 of 2.800 km te lopen, het gaat om het avontuur.

Inmiddels hebben we 6 kilo teruggestuurd naar Nederland. 6 kilo!! Wie heeft er nou twee broeken nodig? En Uno? En een EHBO-set waar een gemiddeld ziekenhuis jaloers op zou zijn? Extra trui? Twee extra lampjes? En…? Thuis lijkt alles handig, maar hier ga je over elke gram toch extra nadenken! Morgen sluiten we weer, verlicht, aan op de route. Op naar nieuwe wandelavonturen!

Het baggerbos en de detour

Na de strandetappe volgt een lange tocht door dichtbegroeide subtropische bossen. In diverse blogjes en op Facebook lazen we heftige dingen. Vooral de bagger en de hoogteverschillen maken deze bossen tot een van de zwaarste etappes van de Te Araroa.

Herekino Forest

Gemotiveerd als wij waren wilden we ons niet gek laten maken, want hoe erg kan bagger en dichtbebost bos nu eenmaal zijn?! Vol goede moed begonnen wij aan het eerste bos: Het Herekino Forest, door Deb inmiddels omgedoopt tot het ‘Kl*te H€&r@ Baggerbos’.

De eerste 2 kilometers waren dan ook prima te doen en we vervloekte de mensen die negatieve dingen over dit prachtige bos hadden geschreven, maar bij kilometer 3 kregen we het toch wel benauwd en bij kilometer 4 waren we er al goed klaar mee!

Met een gemiddelde snelheid van 1 kilometer per uur, baggerberg op en al slippend er van af en op sommige stukken geen hand voor ogen zien door de begroeiing, welke aan je tas blijft hangen waardoor je jezelf weer los moet zien te worstelen. Zonder rugzak is het al gekkenwerk, maar met een zware rugzak op is het een ware hel.

Kauri’s

Ondanks het afzien was er, op momenten dat we konden kijken, ook prachtige natuur te zien. De indrukwekkende en met bijna uitsterven bedreigde reusachtige Kauri-bomen, Indiana Jones-achtige stroompjes en een enorme diversiteit aan planten & bomen.

Overnachten in het bos

Na een vermoeiende dag zette we onze tent op op één van de weinige ‘vlakke’ stukken. De modder zat ondertussen tot aan onze knieën, alles was vochtig, maar we waren blij met dit stukje bos waar we rustig de nacht in konden gaan. De vele vogels stellen je gerust en al snel lagen we te ronken. Totdat we wakker schrokken van een oorverdovend gekrijs, het geluid van een Kiwi… We openden onze ogen, maar het was net zo donker als met onze ogen dicht. Het was zo pikdonker dat je er claustrofobisch van werd! In je hoofd stel je jezelf gerust met dat het bijna weer licht wordt, maar bij het zien van de tijd 23.30 uur weet je dat het een lange nacht gaat worden!

Bevrijd uit het bos

Aan het einde van de volgende dag zouden we het baggerbos dan eindelijk verlaten. Na 5 flinke uitglijers van Deb en 3 van mij waren we intens opgelucht toen we het boerenland met haar koeien en schapen betraden. Meteen zette we onze tent op voor een nachtje onder de sterren.

Als we de dagen daarna de route zouden volgen zouden we door het Raetea Forest (net zo heftig, maar de kans op verdwalen was groter) en het Puketi Forest (raden ze af bij regen ivm overstromingsgevaar) wandelen. Door de voorspelde regen wat o.a. tot meer bagger zou leiden en omdat we er helemaal klaar mee waren, besloten we een detour te maken over de weg.

De detour

Opgelucht door onze keuze wandelden we over een houthakkersweg, via een bosweg naar een autoweg welke ons via de sporadisch gehuchtjes (in dit gebied is zelfs mobiele telefoonverbinding niet aanwezig) naar Kerikeri zou brengen. De eerste dag wandelden we gemakkelijk en genoten we van de koeien, kalfjes, schapen, lammetjes en het getjilp van de vogeltjes (lente!!).

Omdat we nu over wegen en langs weilanden wandelden was het zoeken naar een plekje om wild te kamperen lastig. Bij gebrek aan campings of motels klopten we bij een huis aan en bijna als vanzelfsprekend mochten we onze tent opzetten bij een lieve Maori-familie.

Rauwe mosselen

Enthousiast kwam de schoonzoon des huizes aan met mosselen. Rauw. Die moesten we echt proeven. Daar zit veel ijzer in, zei hij. Hij opende de mosselen en wij aten braaf een rauwe mossel, denkende dat dat blijkbaar gewoon was. Het was best lekker, maar één was genoeg vonden wij. Hij kon het wel beamen, hij vond ze rauw niet te knagen.

Na nog even gespeeld te hebben met de twee hondjes Coco en Little one, een kletspraatje en onze gevriesdroogde maaltijd doken we de tent in.

’s Nachts kwam het met bakken uit de hemel en ook in de ochtend regende het nog erg hard. Extra blij met de detour vouwden we onze zeiknatte tent op. Het was nu de derde dag dat we niet hadden gedoucht waardoor er een heerlijke baggerlucht van ons af kwam, als we dan ook maar iets van een douche zouden tegenkomen dan was die van ons!

Broadwood

Na 4 kilometer in de stromende regen kwamen we in het gehuchtje Broadwood, wat wij telkens per ongeluk Broadway noemden. In de verste verte leek het niet op Broadway, maar er was wel een benzinestation met cola & een yoghurtje (niet zo’n beste combinatie als ontbijt) en er was een Homestay!!! Wij konden onze geluk niet op en Deb belden meteen of ze nog een kamer beschikbaar hadden. Dat hadden ze en we konden direct terecht.

Bijna huppelend liepen wij de toch wel stijle 1 kilometer omhoog naar de Homestay, onderweg druk fantaserend over een heerlijk bed en vooral een douche. Boven aangekomen zag het er idyllisch uit, een mooie tuin, een huis van rood hout en een lieve Herdershond die ons stond op te wachten. De eigenaresse kwam ons tegemoet en nam ons mee naar binnen waar onze verbazing van onze gezichten af te lezen moest zijn. Wat een enorme vieze bende! Gaten in de muren, verf wat afbladderde, kieren waar de vliegen doorheen kwamen, een vies berenkleedje en iets wat toch wel verdacht veel op pretvlekken leek op de bedden.

De wc en douche waren nog viezer en van bovenaf gezien leek het op een filmset. Er zaten geen plafonds in, alles was open. Vanaf de trap had je een prachtig uitzicht op beiden en als je een klein poepje deed zaten er meteen vliegen om je heen en was het gehele huis vergeven. Meteen hadden we spijt dat we niet doorgelopen waren, maar in de middag werd het zonnig en kregen we van de man des huizes een tourtje in de tuin om eetbare dingen te vinden die we op onze verdere tocht ook zouden tegenkomen. We zijn het wel alweer vergeten, maar interessant was het wel. ’s Avonds waagden we het er toch op om te douchen en doken we zonder al te veel aan te raken onze eigen vertrouwde slaapzakjes in.

Kerikeri is hemels

De drie dagen erna was het zonnig en warm met in de nacht regen. We wandelden lange dagen, soms te moe om ’s avonds te eten (niet goed, weten we ;-)), kampeerden we wild langs de snelweg op een verborgen stukje berm & bij een gezinnetje in de tuin, dachten we gedurende de dag aan ceasar salades, wijntjes, vers fruit (iets anders dan verlepte fish en chips bij bezinepompen en gevriesdroogde maaltijden) en werden Debs wonden op d’r heupen met de dag groter.

Gisteren kwamen we dan eindelijk aan in Kerikeri. We hadden bedacht dat we wel een rustdag hadden verdiend in een lekker hotelletje. Na eerst een heerlijke ceasar salade (YES) te hebben gegeten bij het paradijselijke Palmco café kwamen we aan bij het Kauri Park Motel waar we een upgrade kregen naar een ruim huisje met keuken, woonkamer, groot bed, een heerlijke douche en een bubbelbad!

Meteen doken wij het bubbelbad in waarna het schone heldere water in een paar minuten bruin kleurde van onze vieze lijven. Vandaag blijkt ons paradijsje nog paradijselijker, tegenover het motel is een local farmers market met veel vers eten en live-muziek en naast het motel een chocoladefabriekje met een patisserie!! Wij komen onze rustdag wel door, morgen sluiten we ons weer aan op de route!

Cape Reinga en Ninety Mile Beach: de eerste 100 km

Cape Reinga is een spirituele plek voor de Maori en het is de plek waar de Tasmaanse zee en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Kortom een bijzondere plek om onze tocht te beginnen. Je kunt er niet komen met openbaar vervoer. De laatste 120 kilometer moet je liften of je gaat mee met een tourbus. Wij kozen het laatste.

Simon onze Maori chauffeur en tourguide bracht ons naar wonderschone plekjes in zijn speciale 4×4 bus voordat Cape Reinga werd aangedaan. Ook ontkwamen we niet aan een pitstop bij een winkeltje met de grootste ijsjes in Nieuw-Zeeland. Uiteraard een familiebedrijfje van zijn familie, zoals Simon zelf al grapte. Maar het Hokey Pokey ijsje smaakte er niet minder om. Om 12:30 werden we gedropt bij de Cape.

Eerste stop Camp Twilight Beach

Daar stonden we dan. Nog een beetje onwennig met onze kraaknieuwe rugzakken en wandelstokken. Het weer was prachtig, zonnig, maar niet te heet en een heerlijke zeebries. Rond 13:15 zette we onze eerste stappen op Te Araoa. Om 13:20 was het avontuur bijna afgelopen toen Priscilla door d’r enkel ging en met 17 kilo op haar rug op haar knieën viel. Gelukkig deed ze het nog en kwam ze er vanaf met een kleine schaafwond. We trokken verder  door een prachtig duingebied met de nodige duinbeklimmetjes (oef). Twaalf kilometer naar Camp Twilight Beach was het doel de eerste dag.

Aan het einde van het strand, net voor de ingang van het kampeerterrein stond een lange jongeman met lang zwart golvend haar ons op te wachten. Beetje excentriek. Hij stelde zich netjes voor. Norbert uit Italië. Hij vroeg hoeveel kilo wij meetorsten… Veel te veel antwoordde wij. Maar Norbert droeg 45 (!) kilo met zich mee, waaronder een stapel handdoeken, een grote camera, een flinke tent en eten uit blik. Hij reisde wat rond en liep niet de Te Araroa maar überhaupt bewonderingswaardig dat hij zover was gekomen.

Verder op het kampeerterrein zelf troffen we twee uitgeputte Canadese meiden aan. Wij voelde de kilometers ook, maar op zich ging het best heel goed. Wij waren dan ook niet verdwaald (door hulp van onze verrekijker) in de duinen zoals deze meiden.

Ninety Mile Beach

De volgende ochtend vertrokken we al vroeg, voelden ons kiplekker en liepen vol goede moed richting Ninety Mile Beach. Niemand weet waarom dit strand zo heet, want het is iets van 80 kilometer, maar we kunnen jullie vertellen dat de gevoelsafstand zeker 90 Mile is… Na een prachtige maar steile afdaling met behulp van trappen stonden we op Ninety Mile Beach, vanaf dat moment leefden we met het getij, aan de rechter kant de mooie, azuurblauwe maar ruige zee en aan ons linkerhand de duinen met daarachter bos. De zon scheen in onze rug (in Nieuw-Zeeland kun je maar het beste een tuin op het Noorden hebben) en ook de wind hadden we mee. Mooi maar op den duur eentonig. Er is namelijk bijna geen leven op het strand. Hier en daar een meeuw of een andere zeevogel. Tijdens eb scheuren er af en toe auto’s en van die 4×4 bussen langs. Hier en daar een wandelaar en er wordt ook tijdens eb naar Tua Tua (schelpdier) gezocht. Het grootste deel van de tijd ben je alleen en zie je kilometers lang niets of niemand. De Canadese meiden hadden het dan ook snel gezien en die kwamen we op het einde van de tweede dag tegen achterin een pick-up truck… of we ook een lift wilden. Wij wilden gewoon stug doorwandelen naar het volgende kampeerterrein en de meiden hebben we sindsdien nergens meer gezien. Van de kampeerterreinen moet je je overigens niets voorstellen. Er is namelijk niks, behalve, als je geluk hebt, drinkwater en een soort houten hut met een Dixie toilet.

Vastgeraakte Françaises en de reddeloze zeehond

Na de tweede dag (28 km) op het strand volgende een nog langere derde dag (30 km). Aan het einde van deze dag waren we wel klaar met het strand, maar het vooruitzicht op twee kortere dagen deed ons doorgaan. We eindigde die lange dag in Utea Park. Er was weliswaar nog geen verbinding met de rest van de wereld, maar het was een idyllisch plekje met lieve mensen. We namen een cabin, er was bier, een straaltje wat voor douche doorging en gehinnik van wilde paarden op de achtergrond. Het was perfectie! De volgende dag begonnen we wat later want we hadden maar 18 km te gaan die dag. Na een tijd ontwaarde we iets in de verte. Wat was het waar de zee mee speelde? Het bleek een bumper te zijn van een auto. Toen we het ding al een tijd gepasseerd hadden en achterom keken zagen we een auto stoppen bij de bumper. Een jonge vrouw stapte uit en pakte, onhandig door de wind, de bumper. En ze zoefden weer door. Wij dachten nog ‘als dat maar goed gaat’ want het water stond bijna op zijn hoogst. Een uur later zagen we een auto ingezakt in het zand met de zee onder zich. Het was de bumperauto en de jonge vrouw verscheen uit de duinen. Het was een Française en had de avond ervoor de bumper verloren. Haar reisgenote zocht hulp en zij had alle spullen al uitgeladen. Wij konden haar geruststellen dat het getij niet hoger zou komen. Later die dag scheurden ze al toeterend en uitgelaten langs ons.

Toen we onze tocht vervolgden zagen we een zeehondje op het strand. Eerst dachten we dat het dood was, maar toen bewoog het… We probeerde nog een Lenie het Hart actie. Trokken onze schoenen uit en halveerden onze afritsbroeken. We brachten het beestje zover mogelijk de zee in. Maar het lukte het zeehondje niet om de branding door te zwemmen, het was te zwaar gewond. We konden niet anders dan het achterlaten.

Ahipara

We eindigen de strandetappe in het plaatsje Ahipara. Er is een prachtig begroeide camping met alles erop en eraan. Er is weer een telefoonverbinding en een beetje internet. We maken de balans op en bereiden ons voor op de volgende etappe. We beginnen een beetje te wennen aan de verschillende pijnen, schaafwonden van de rugzak en de ontembare honger en verlangen naar een lekkere maaltijd. Morgen gaan we weer voor een dag of vijf de wildernis in. Eten en water mee en geen telefoon- of internetverbinding.

 

Nieuw-Zeeland is dus echt heel erg ver weg

Natuurlijk, je ziet het op de wereldkaart, je weet dat er een halve dag tijdsverschil is en dat het een uurtje of 22 à 24 vliegen is zonder de tussenstops meegerekend. Maar als je dan urenlang in zo’n vliegtuig zit… van continent naar continent vliegt, het nacht, dag, weer nacht en het op de eindbestemming weer dag ziet worden, dan ervaar je pas echt hoe ver weg het is. Je bent geradbraakt en ik lijk altijd een halve griep op te pikken op zulke lange vluchten. Hoe dan ook we zijn er!

Auckland

Gelukkig verbleven we de afgelopen dagen in Auckland om te acclimatiseren en de laatste zaken te regelen zoals een simkaart, hutpassen, een kompas en gevriesdroogd eten. Verder slapen we op de verkeerde tijden, bezochten we een museum, zijn we naar de film geweest en eten we onze buikjes rond nu het nog kan.

Auckland is een heerlijke overzichtelijke stad waar alles binnen het centrum op loopafstand is. Het is ruim en voor onze begrippen niet druk. Er hangt een relaxte sfeer en iedereen is inderdaad bijzonder vriendelijk. Nieuw-Zeeland mag dus heel ver weg zijn, maar je voelt je er snel thuis. Morgen vertrekken we richting het noorden. Daar overnachten we op een camping in het plaatsje Awanui van waar uit wij maandag naar Cape Reinga afreizen en aan onze wandeltocht gaan beginnen.