Na 2 weken wandelen zijn we in Frankrijk aangekomen. In die tijd zijn we al behoorlijk omgevormd tot loopmachines. De billen worden strakker, de benen worden sterker, zonder 12 kilo zware rugzak op lopen voelt alsof we dronken zijn en ondertussen verdwijnt ook het buikspek.
Het lopen gaat steeds makkelijker en het herstel gaat sneller. We hebben gelukkig geen last van blaren of ander vervelend leed. Elke dag is er ergens anders een pijntje maar dat vinden we een goed teken. Het zou erg zijn als er elke dag dezelfde pijn er zou zijn op dezelfde plek.

Natuurlijk hebben we op onze tandvlees gelopen, dat alles zwaar was en pijn deed en dat je dacht niet meer verder te kunnen. Op zulke momenten gebeurde er altijd iets waardoor je weer verder kon; een enthousiaste boer die je 4 liter melk in je handen duwt en zegt dat je nog 3 kilometer moet.
Jammergenoeg wordt eten ook functioneel. Zo hebben we dagen geleefd op brood, brie, worst en chocola omdat er niets anders was omdat we door slaperige dorpjes heenlopen.
Maar nu zitten we aan het bier in een Franse dorps hotel/restaurant/café verlangend naar een stevige warme maaltijd.