Nieuw-Zeeland; wat vonden we er nu eigenlijk van?

Welkom thuis zei Catherine toen we aankwamen op Ballinger farm. Tijdens onze laatste weekend in Nieuw-Zeeland maakten we gebruik van de gastvrijheid van Catherine en Michael. En thuis is ook hoe het voelde. We hadden een maand rondgereisd en nu waren we weer op vertrouwd terrein. Na drieënhalve maand Nieuw-Zeeland verkend te hebben, rond de 800 km te voet en tussen de 5000 a 6000 km met de auto, voelt het land als thuis. Al lijkt het voor ons gevoel heel lang geleden dat we in Auckland aankwamen herinner ik mij goed hoe onmetelijk ver het van alles voelde. Wat ook zo is, maar wat je toch snel vergeet omdat het een goed georganiseerd land is met Europese, vooral Britse roots. Het is vertrouwd en toegankelijk. Ook herinner ik me toen we richting Cape Reinga afreisde hoe betoverend mooi we het landschap vonden. Ik riep zo nu en dan: ‘God schiep Nieuw-Zeeland op de achtste dag, toen hij eindelijk doorhad hoe het moest’. Maar je raakt gewend aan zoveel natuurschoon en het wordt het onderdeel van je dagelijkse bestaan, het raakt vertrouwd.

De veelgestelde vraag

Tijdens onze wandeling op de St. James Walkway vroegen Kiwi’s ons vaak wat we het mooiste van Nieuw-Zeeland vonden. De vraag is bijzonder lastig. We hebben veel gezien en gedaan, maar ook veel niet gezien en gedaan.

We hebben bijvoorbeeld van heel veel mensen gehoord dat ze het Zuidereiland veel mooier en indrukwekkender vinden dan het Noordereiland. Dat vinden wij niet. Beide eilanden hebben hun eigen schoonheid die we beide zeer waarderen. De kracht van Nieuw-Zeeland zit hem denk ik in dat er qua natuur heel veel diversiteit is op een relatief klein oppervlakte. Plus het feit dat er maar 4 miljoen mensen wonen wat het ongerepte gevoel nog meer versterkt. Wat het mooiste is is moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid de kleuren, de vogels, de sprookjesbossen, de fjorden, de glowworms en zo kunnen we een hele waslijst opnoemen. Hieronder een paar willekeurige observaties en ervaringen over wat wij van Nieuw-Zeeland vinden.

Zandvliegen en het weer

Ik denk dat het veel zegt over Nieuw-Zeeland dat je eigenlijk maar kunt klagen over twee dingen: Zandvliegen en het weer. Zandvliegen zijn bijna overal in meer of mindere mate aanwezig. Als ze je bijten krijg je op de meest gekke momenten jeukaanvallen. Soms zorgen ze ervoor dat je niet lekker buiten kunt zitten. Dan is er dat onvoorspelbare schizofrene weer. Je staat buiten in de zon en tegelijkertijd krijg je een hagelbui op je kop. Soms zijn we weggeregend en waren we veroordeeld om in de auto te blijven in plaats van een mooie wandeling oid te maken. Verder was het ’s avonds vaak net te koud om lekker lang buiten te zitten en hebben we geen enkele keer gezwommen. Toch prijzen we ons gelukkig omdat we vaak ook mooi weer hebben gehad, zeker in het begin toen we wandelden.

Vogels

Misschien zijn onze favoriet wel de vogels van Nieuw-Zeeland. Elke ochtend het prachtige gezang en gekwetter van de voor ons exotische vogels. De Tui met zijn twee klankkasten of de superschattige Fantail die altijd om je heen blijft vliegen in het bos. Net als de grijze Robin. En dan die malle Weka’s en om in het wild heuse Pinguïns op de duinen te zien waggelen, dat was echt fantastisch. Kiwi’s hebben we niet gezien, maar eentje krijste ons wel ’s nachts wakker…

Toeristisch Nieuw-Zeeland

De natuurwonderen, de Lord of the Ring en de Maori cultuur worden flink uitgebuit. Dat is best jammer. Mooie plekken zijn duur en druk… wat de magie toch vaak doet vervagen. Ik bedoel, 94 NZD (plusminus 60 euro) per persoon om een geijser te zien waarbij voor de leuk een Maori dorp omheen is gebouwd en oja er is ook nog iets met kiwi’s. Uiteraard gaat de prijs omhoog als je de volle tour wilt. Gelukkig, als je even een half uurtje verder rijdt, dan kom je ook op de prachtigste plekken die niets kosten en die je vaak voor jezelf hebt.

Eten en drinken bestellen

Een klein minnetje is misschien het bestellen van eten en drinken in een gezellig tentje. Maar dit minnetje is waarschijnlijk wel een plusje voor onze portemonnee. In de meeste lunchtentjes, cafés, eetcafés en restaurantjes moet je aan de bar bestellen waarbij je een nummer krijgt die je op de tafel zet. Kortom ze brengen wel je eten en drinken maar nemen geen bestellingen aan je tafeltje op. Gevolg: we namen na dat ene drankje geen tweede… en soms is er in ene wel bediening aan tafel of moet je voor het één aan de bar bestellen maar voor het ander niet… verwarring alom.

Favoriete stad

Echte grote steden zijn er niet. Auckland is wel groot… maar wij vonden het uiteindelijk een wat onpersoonlijke stad waar men eigenlijk vooral leeft in de buitenwijken die heel mooi zijn. Wellington is onze favoriet. Gezellig en alternatief. Christchurch was ook bijzonder met zijn eigen sfeer, een creatieve stad in opbouw.

Kiwi’s

We hebben het al vaker gehad over de lekker relaxte nuchtere en vriendelijke Nieuw-Zeelander. Maar de Maori vrouwen, die zijn echt superstoer. Sterke trotse vrouwen, vaak wat aan de zware kant met van die mooie traditionele tatoeages. Achter het stoere exterieur schuilt een lief en ondeugend interieur. Ze zijn helemaal tha bomb!

Singapore

Drieënhalve maand reizen door Nieuw-Zeeland is best lang, zeker tweeënhalve maand met de auto. Doordat het goed georganiseerd is en omdat we de tijd hadden ben je vaak al snel op de volgende locatie en soms, zeker met regen, voelde het te lang en leek er geen einde aan de dag te komen. Eigenlijk natuurlijk een luxeprobleem maar we waren toe aan verandering 🙂 We zouden Nieuw-Zeeland zeker aanraden voor vakantie en om er te wonen en te werken lijkt het ons ook een ideaal land. Nu zijn we in Singapore en het is de perfecte verandering. Het is een fijne plek om te acclimatiseren en om langzaam te wennen aan Azië. Op naar nieuwe indrukken en avonturen op een ander continent!

Hoor de Tui

 

Easy tramping op de St. James Walkway

De afgelopen weken hebben we bijna elke dag wel een wandeling gemaakt verschillend van een uurtje op en neer naar de fish en chips afhaal tot een flinke hike van 6 uur in de bergen. Zo’n 6 uurswandeling is na onze kleine deceptie van de Te Araroa meer dan genoeg, maar desondanks stond een meerdaagse wandeling van hut naar hut nog wel op ons verlanglijstje.

Great Walks

Met name op het Zuidereiland kan je prachtige wandelingen maken van hut naar hut. Wat erg populair is zijn de 9 great walks, wandelingen van meerdere dagen door de mooiste gebieden van Nieuw-Zeeland. Door de populariteit zijn de hutten en campgrounds al maanden van de voren volgeboekt. De 9 great walks zijn niet te zwaar, maar pittig genoeg. Naar iets soortgelijks gingen we dan ook op zoek. Dit was nog best lastig aangezien de meeste meerdaagse wandelingen Alpine ervaring vereisen en worden aangeduid als Tramping of hard Tramping, twee termen die niet al te feestelijk zijn weten we nu ;-). Uiteindelijk kwamen we op de St. James Walkway uit, een 5 daagse easy tramping track van hut naar hut.

St. James Walkway

Deze route van 66 km is in het noorden van de provincie Canterbury en wordt veel gedaan door Nieuw-Zeelanders, maar is minder bekend bij de toeristen. De trail notes omschrijven een easy tramping track die in 5 dagen bewandeld kan worden. Als je wilt kun je het ook sneller doen, maar op tijd in een hut aankomen en op je gemak een vuurtje stoken, lezen en eten maken is ook wat waard. Het is een track die door sub-alpinegebied loopt. De route gaat door prachtige valleien, bossen, rivieren en dat alles met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Easy tramping

In de trail notes van de Te Araroa staan drie gradaties aangegeven: easy tramping, tramping en hard tramping. Tijdens onze voorbereidingen dachten we dan ook dat easy tramping ongeveer hetzelfde zou zijn als bijvoorbeeld de beentjes strekken op de Veluwe. Misschien wat naïef van ons.
Tramping is iets heel anders dan wandelen. Het gaat over lastige oneffen paden in de bush, vaak kun je het geen pad noemen. Je steekt rivieren en stroompjes over, met behulp van een vervaarlijke swingbridge of soms ook niet. Je loopt door de blubber, je klautert, je stijgt en je daalt en dat doe je met rugzak op voor meerdere dagen, weer of geen weer.

De St. James is 4 tot 6 uur per dag easy tramping en we zijn er achtergekomen dat dat precies is wat we gezellig vinden om te doen! Het is uitdagend genoeg en ondertussen kan je ook nog genieten van de prachtige natuur. En een grappig detail voor ons, twee van de 5 dagen liepen we weer op de Te Araroa en aan het begin van de route kwamen we zelfs een oude vertrouwde tegen; Amerikaan Luke waar we weken geleden een tijdje mee hadden gewandeld. Hoe toevallig is dat!

Cannibal Gorge hut

Vier nachten overnachtte we in serviced huts. Denk hierbij niet aan douches, maaltijden en een winkeltje zoals je dat veelal in Europa ziet. Een serviced hut in Nieuw-Zeeland betekent stapelbedden, een zitje, een keukenblad, water (wat je beter nog even kunt filteren), een soort Dixy en een houtkachel waarbij de Ranger voor hout heeft gezorgd. Al met al waren het fijne huts op mooie locaties. Het gekke is wel dat je niet weet of er nog meer mensen komen en twee avonden zaten we dan ook te wachten op visite die niet kwam opdagen. De eerste nacht alleen in een hut werden we opgeschikt door een geluid dat het beste kan worden aangeduid als iemand die de keuken grondig aan het verbouwen is… het bleek gelukkig maar een possum! De laatste nacht waren we ook alleen en dat in de Cannibal Gorge hut. Deze hut heeft zijn naam te danken aan de vele menselijke botten die in de omgeving gevonden zijn. Het waren overblijfselen van een feestmaal waarbij de overwinnaars hun slachtoffers opaten. In combinatie met een spannend boek (De Pelgrim), de donkere stormachtige nacht en iemand die het grappig vond om geestverhalen in het logboek te schrijven werd het toch een beetje spannend in de Cannibal hut…

Outdoorsie Kiwi’s

De omschreven route liepen wij in tegengestelde richting wat resulteerde in mooie ontmoetingen met de trampers van zowel de St. James Walkway, de Te Araroa en andere routes. Op een paar toeristen na zijn we met name Kiwi’s tegengekomen. Nog steeds niet veel, maar op een plezierige manier voldoende. De outdoorsie Kiwi is een zeer nuchter soort en het was dan ook een plezier om ze onderweg of in de hutten tegen te komen. Trailverhalen worden gedeeld, gear wordt onder de loep genomen en (hiking)verhalen uit de media worden gebagatelliseerd… verafgelegen van de bewoonde wereld zonder internetverbinding verbroederd dezelfde passie. Een opa met zijn kleinkind te paard, jonge blaadjes zoals wij, vriendinnen op leeftijd en zingende kerkkinderen de diversiteit was alom. De Kiwi’s (jong en oud) zijn actief en dat doet de mens goed zo zagen wij.

De veelgestelde vraag van Kiwi’s: wat vinden jullie van Nieuw-Zeeland?  Als we het land hebben verlaten zal Deb hier een blogje aan wijden.

Goudkoorts en de regenachtige westkust

Een Fergburger. Dat moesten we echt proeven als we in Queenstown zouden zijn. Een Fergburger is de allerlekkerste hamburger van het allerbeste Nieuw-Zeelandse koeienvlees verkrijgbaar, aldus meerdere reizigers die we hadden gesproken. Lyrisch waren ze. Onze volgende missie was dan ook een Fergburger eten in Queenstown. We besloten om niet te ontbijten in Te Anau zodat we met flinke trek rond lunchtijd in Queenstown zouden zijn.

Het was 2 Januari en zoals ik al eerder schreef is het hier nu de piek van het hoogseizoen. We wisten dat Queenstown toeristisch zou zijn. Ik dacht dat het kneuterig toeristisch zou zijn. Veel gezellige drukte in een gezellig plaatsje met knusse oudere gebouwtjes in een adembenemend landschap. Maar het was van een verstikkende drukte, echt gezellige gebouwtjes ontdekten we niet, er waren vooral veel winkels en op zich was er een schattig parkje, maar je zag door de mensenmassa de bomen niet. Maar goed we hadden als missie om een Fergburger te eten… je raadt het al… ook daar stond er een mega lange rij alsof het een attractie betrof bij de Efteling. Twee uur wachten op een hamburger, daar hadden we dus geen zin in en doken een Thais restaurant in om onze opgebouwde honger te stillen. Het was heerlijk! Dat van die Fergburger geloven we wel. Daarna ontvluchten we Queenstown.

Goudkoorts in Arrowtown

Een half uur verder rijden en je bent in Arrowtown, een oud goudzoekersdorpje waar nog een oude Chinese goudzoekers settlement was te bezichtigen. Ten tijde van de goudkoorts vertrokken veel arme Chinezen naar Australië en Nieuw-Zeeland om daar hun geluk te beproeven. Langs de ruige westkust van Nieuw-Zeeland vind je dan ook nog oude goudmijnen en verlaten goudzoekers gehuchten. Dit plaatsje was eigenlijk wat ik me van Queenstown had voorgesteld; toeristisch, maar gezellig druk, oude gebouwtjes, stuk historie in een mooi landschap. We besloten daar twee nachten te verblijven. Je kon er mooie lange wandelingen maken en goud zoeken in de rivier. Voor 3 dollar kon je een schepje en een goudpannetje huren. Dus wij op pad terwijl ik me terug in de tijd waande als een goudzoeker met goudkoorts… je kunt nog steeds wat vinden, niet veel,  maar wel iets. Ik kan me voorstellen dat als je daar woont het een leuk tijdverdrijf is. Al was Pris met haar korte spanningsboog na 1 keer al verveeld.

Op naar de bergen, Mount Cook

Een andere highlight is het bezichtigen van Mount Cook. Vaak kun je hem niet zien omdat er wolken omheen hangen. Ook op onze dag van vertrek zag het weer er niet gunstig uit. Maar we wilden twee nachten verblijven op de DOC campground bij het Mount Cook gebergte en hadden goede hoop op schitterend weer de volgende dag.

Kleuren

De weg naar Mount Cook is ook weer van een schoonheid. Iets wat in Nieuw-Zeeland zo onwerkelijk lijkt, zijn de kleuren. Zo knalgroen de bossen zijn, zo knalblauw kan het water zijn. En alles ertussenin. De combinaties zijn vaak ook surrealistisch. Een grasgroen weiland met Hollandse koeien en dan aansluitend een wit tropisch strand met een prachtige heldere azuurblauwe zee met tussendoor vele varens, palmbomen en soms ook dennenbos en uiteraard andere exotische en minder exotische gewassen. Zelfs als het bewolkt is, mistig is en het regent, als de stranden zwart zijn en de begroeiing tegen de steile kliffen geurt van het vocht, dan zelfs kleurt de zee in een blauwe pasteltint als een Chevrolet uit de jaren vijftig. Onderweg naar Mount Cook kom je meren tegen van een onwaarschijnlijke kleur blauw. Als de lucht dan helder is en de zon hoog staat krijg je dan ook foto’s waarbij het lijkt of ze flink gephotoshopt zijn.

Na een ijskoude nacht was het de volgende dag stralend weer. We stonden vroeg op om naar een uitkijkpunt te wandelen. En daar hadden we een half uur lang een majestueus uitzicht op Mount Cook voor ons alleen. We werden alleen gezelschap gehouden door een stel Kea’s, uit de kluiten gewassen bergpapegaaien. In de middag ondernamen we een langere wandeling naar Hooker Lake, waar een gletsjer eindigt in een meer en waar ijsschotsen drijven. Gedurende de tocht hadden we bijna continue uitzicht op Mount Cook.

De wilde westkust

Het Nieuw-Zeelandse alpengebied strekt zich uit over een afstand van 500 km. Het is klimaatbepalend. Aan de westkant houdt het wolkenmassa’s en depressies tegen. Dit betekent simpelweg dat het aan de westkust van het Zuidereiland vaak slecht weer is, terwijl het aan de oostkant van dit eiland mooi blijft. De westkust is ruig en er liggen een aantal trekpleisters; de Frans Josef en Fox gletsjers en de pancake rocks. Via Wanaka reden we naar Fox glacier en het nabij gelegen Lake Matheson, bekend om de prachtige weerspiegelingen. Het weer werd jammerlijk steeds slechter. Zelfs dan is het een schitterend gebied gehuld in regenwoud. We maakten door de miezer nog een wandeling door woud en langs zwart strand met steile rotsen. Zelfs met rot weer is het er mooi en het moet adembenemend zijn als de zon schijnt en de lucht helder is zodat op de achtergrond de witte toppen verschijnen van het Mount Cook gebergte.

Westport

Nu zijn we aanbeland in Westport, een functioneel stadje met een kolenmijn geschiedenis. Door een wolk van regen liepen we vandaag een mooie route langs de kust naar een zeehondenkolonie. Er waren vele jonge zeehondjes, nog afhankelijk van hun moeder, te zien. Velen lagen te luieren en andere zwommen in de zee. Dit spektakel konden we van bovenaf bekijken. Het slechte weer houdt aan en we proberen weer richting mooier weer te gaan. Daarom bereiden we ons nu voor op een meerdaagse wandeltocht in oostelijker gelegen berggebied van hut naar hut: de St. James Walkway. Dit in de plaats van de Queen Charlotte track die we eerst voor ogen hadden. Deze tocht zal ons een dag of vijf kosten. Daarna vertrekken we richting Catherine en Michael voor onze laatste weekendje in Nieuw-Zeeland.

Daar waar de pinguïns zijn

Christchurch, de logische volgende stop na onze wwoofer avontuur. Onze wwoofer host, Catherine, gaat niet graag meer naar de door aardbevingen geteisterde stad. Het maakt haar droevig. Zij kent de stad in volle glorie met haar oude gebouwen. Wij kunnen er anders naar kijken.

Het is een gebroken stad in opbouw. De aardbeving van 2011 heeft de meeste schade aangericht, die van afgelopen november heeft niet zo’n groot effect gehad. We zien veel half ingestorte gebouwen, braakliggend terrein, nieuwe futuristische gebouwen en heel veel bouwvakkers, omleidingen en tijdelijke winkels in containers. Tevens zegeviert de creativiteit, er is veel graffiti, alternatieve eettentjes en prachtige moderne musea. Misschien is Christchurch gebroken, maar zeker niet zielloos.

In de gevangenis

Overnachten in een gevangenis, maar dan voor de lol. Dat kan in Christchurch, of om preciezer te zijn in Addington. Een oude gevangenis die tot en met 1999 nog in bedrijf was is omgetoverd tot een hostel. Een bijzonder verblijf en dat vond ik helemaal toen bleek dat Pauline Parker, die op 15-jarige leeftijd samen met haar hartsvriendin haar moeder vermoordde, haar straf er had uitgezeten. Dit drama vond plaats in 1954 en hield de gemoederen in Nieuw-Zeeland lang bezig. Dit verhaal inspireerde Peter Jackson tot het maken van de film Heavenly Creatures… Eén van mijn favoriete films.

Kerst in Dunedin

Onze roadtrip vervolgde zich richting Dunedin. De oudste stad van het Zuidereiland. Langs de kust vind je onder andere pinguïns, zeeleeuwen en de raadselachtige Moeraki boulders. Het zijn grote grijze, bijna perfect ronde stenen die daar op het strand liggen verspreidt. Jarenlang was dit onderwerp van allerlei legendes en theorieën, maar uit onderzoek blijkt dat ze 60 miljoen jaar geleden zijn ontstaan op de bodem van de zee.

Na een heerlijke lunchstop bij Fleurs Place op aanraden van Catherine & Michael reden we naar Dunedin waar we de kerstdagen zouden doorbrengen. Op kerstavond was het centrumpje nog druk en bruisend, maar op kerstdag was het net een spookstad waar de straten verlaten waren en alles gesloten. Op een mini market en een MC Donalds op het industrieterrein na. Je kunt raden waar onze kerstmaal uit bestond ;-).

Op pinguïnjacht

Een pinguïn in het wild zien, dat stond hoog op onze wensenlijst. Er zijn verschillende kolonies van de Kleine Blauwe pinguïn die je kunt bezichtigen en je kunt tours doen om de bijzondere Geeloog pinguïn te bewonderen. Maar er zijn ook plekken waar je ze zonder hordes toeristen kunt zien, als je geluk hebt tenminste. Het idee om ergens rond te lopen en daar een pinguïn te zien leek me een prachtige ervaring. Alsof je een schatzoeker bent. Op kerstdag was dat onze missie. We reden richting Sandfly Bay over het schitterende Otago Peninsula. Daar zouden Geeloog pinguïns leven. Deze leven overigens niet in kolonies. We hoopten, maar verwachtten niet dat we ze zomaar zouden aantreffen. Maar na een zeer steile afdaling door de duinen naar het strand zagen we een paar mensen gegroepeerd op veilige afstand van twee pinguïns! Ze waggelden de steile duinen op. Gebiologeerd bleven we een tijd lang kijken, waarna we nog even naar de andere kant van de baai liepen om ons geluk te beproeven. Daar vonden we een paar luierende zeeleeuwen. Op de terugweg bleven we nog even plakken bij de waggelende vogels waarvan we er nu drie telden. Missie geslaagd!

Bluff, bitterzoet

Bluff zou het eindpunt zijn van onze wandeltocht. Het zuidelijkste punt van Nieuw-Zeeland, als je tenminste Stewart Island niet meerekent, een kleine 5000 kilometer verwijdert van de zuidpool. Het is zo’n kleine grauwe havenplaats waarbij je het gevoel krijgt dat je het einde van de wereld hebt bereikt. Bij Den Helder heb ik ook altijd dat gevoel. Naast dat einde van de wereld gevoel, voelden we ons ook een beetje ontdaan. We weten heel goed waarom we zijn gestopt en we weten ook dat het een goed besluit is, maar naarmate de tijd vordert vergeet je een beetje hoe het ook daadwerkelijk was. Je vergeet de pijn, de oneindigheid, de honger, de stress van ‘ergens op tijd te moeten zijn voor een slaapplek’ en op de plek wat je eindpunt zou zijn denk je dan; ‘waarom hebben we niet doorgezet’. Maar aan de andere kant wat hebben we nu al een mooie reis gemaakt en wat hebben we nog voor moois voor de boeg. How lucky we are. Kortom bitterzoet.

Gloeiende gloeiwormen

Als je in Nieuw-Zeeland bent dan is een must do een glowworm cave bezoeken. Wij hadden besloten om dit te doen bij Te Anau, een klein en toeristisch plaatsje bij het gelijknamige meer in het Fiordland. Na eerst een mooie boottocht over het meer en langs fjorden belandden we bij de grot. Daar leerden we alles over het leven van de gloeiworm alvorens we de grot ingingen. En het was prachtig, soms een beetje desoriënterend omdat je steeds omhoog kijkt in het pikkedonker en de gids rondjes maakt met het krappe bootje. Maar het was betoverend als een sterrenhemel. Echt bijzonder.

Af en toe is het is net een kermis

De piek van het hoogseizoen is aangebroken en wij bevinden ons inmiddels in supertoeristisch gebied. Niet voor niets is het toeristisch, want het is er schitterend. Te Anau is in alles voorzien en voor het gemak staat ook bijna alles in het Chinees aangegeven. Vanuit hier kun je in twee uur tijd naar Milford Sound rijden, het bekendste fjord van dit gebied. Het is een schitterende rit en je rijdt zo ongeveer in colonne met tientallen tourbussen, campertjes en andere huurauto’s. Op elke stopplek langs de route stopt ook iedereen dat telkens tot bijna ongelukken leidt. Bij Milford Sound wemelt het er dan ook van de toeristen die op één van de vele fjordcruises stappen of een helikoptertochtje ondernemen. De ene vlucht na de ander wordt gelanceerd. Het is er heel mooi, maar ook een kermis…

Na deze kermis wilden we richting Queenstown gaan om daar in de omgeving Oud & Nieuw te vieren. Maar het was haast onmogelijk om in dit gebied een slaapplek te vinden. Uiteindelijk vonden we nog een plekje in Te Anau, dus besloten we daar naar terug te keren, je komt er sowieso weer langs, de weg naar Milford Sound is een doodlopende. De route terug hakten we in tweeën en verbleven we op prachtige doch simpele DOC campgrounds. Hier hebben we mooie wandelingen gemaakt en een zogenaamde walkwire getrotseerd: een brug bestaande uit drie staaldraden, twee om je aan vast te houden, één om over te wandelen. Een wankele ervaring.

Oud & Nieuw

We hebben prachtige dagen gehad qua weer, maar nu regende het pijpenstelen…  dat mocht de pret niet drukken. Wij waren sowieso blij dat we nog betaalbare accommodatie hadden gevonden. Het was een relaxte jaarwisseling. Om half elf waagden we ons door de regen naar een parkje waar er een bandje zou spelen. Het was er niet bepaald bomvol maar gezellig druk. Aan het meer was er om twaalf uur een georganiseerd vuurwerk. Het gemeentelijke vuurwerkbudget was genoeg voor 5 minuten knallen. Heerlijk om niet dagenlang half ingedoken en gespannen over straat te hoeven lopen in afwachting van een knal of vuurpijl uit onverwachte hoek. Kortom een geslaagde jaarwisseling en bij het ontwaken werden we getrakteerd op een stralende regenboog!

Sla, paardentrekkings en Cigarette Jane

Daar reden we dan richting Christchurch of nauwkeuriger gezegd naar the south Eyre Road in het gehucht Swannanoa voor een weekje werken op een boerderij. Vier weken eerder hadden we ons aangemeld op de website Workaway.info om een leuk werkadresje te vinden. Er ging een wereld voor ons open, echt er is zoveel keus en niet alleen in Nieuw-Zeeland. En dat verschilt van werken op een schooltje tot boerderijwerk. Gemiddeld 4 á 5 uur per dag in ruil voor kost en inwoning. Een gave manier om op een andere manier een land te ontdekken.

De farm

Na een grove selectie te hebben gemaakt kwamen we uit bij o.a. Catherine en Michael. Een hydrocultuur boerderij waar sla wordt gekweekt en waar ze, als hobby, drie paarden hebben. Ondanks de weinige informatie in hun profiel werden we getriggerd door de kleinschaligheid, de locatie en de paarden. Na wat kort contact waren we welkom en zo zaten we in de auto vol enthousiasme, maar vol vragen over waar we nu eigenlijk terecht zouden komen.

Het huis

Het was een zeer aangename verrassing. Michael ontving ons om 12 uur en gaf ons een tour door het huis. Het werd al snel duidelijk, doe lekker of je thuis bent en dat ging helemaal gemakkelijk met onze eigen slaapkamer en badkamer. Het huis staat op 10 hectaren en is gemaakt in de stijl van een barn. Het huis heeft een ruime woonkamer met aansluitend de keuken, 4 slaapkamers, twee badkamers, bijkeuken en twee ruime entrees. Naast het huis is een garage, paardenwei en twee kassen waarin sla wordt geteeld. Voor die omgeving is het blijkbaar aan de kleine kant, maar wij vonden het een aardig optrekje, helemaal als je in Amsterdam hebt gewoond :-)!

Karakters

Misschien wel het leukste aan het werken bij Catherine en Michael waren de ontmoetingen. Door de open en sociale Catherine hebben we in een korte tijd een paar hele leuke mensen ontmoet. Hieronder een korte omschrijving van de verschillende personages.

Michael, 73 jaar

In 1970 vertrokken met de boot van Engeland naar Nieuw-Zeeland. Engineer geweest en sinds 15 jaar in de slabladeren. Werkt 7 dagen in de week, gaat twee keer in de week met Rea naar de pub, sleutelt aan zijn oude Jaguar en heeft sinds 6 maanden officieel dementie. Uit een eerder huwelijk heeft hij 2 kinderen en is nu al 22 jaar getrouwd met Catherine. Een lieve man, al dan wel wat eigenwijs (tot frustratie van Catherine ;-)).

Catherine, 63 jaar

Geboren en getogen in Nieuw-Zeeland. Mooi om te zien hoe je in één leven zoveel verschillende dingen kunt doen. 21 jaar getrouwd geweest met haar eerste man, 3 kinderen grootgebracht, gewerkt bij een bank, heel veel gezeild, getennist, ongeveer in heel Nieuw-Zeeland gewoond, hertrouwd met Michael, op haar 50ste leren paardrijden en nu in de slabladerenbusiness. Voor Nieuw-Zeelandse begrippen is ze heel direct, maar wij vonden dat wel weer even een verademing. Een leuke en lieve vrouw. Pittig , eigentijds, goedlachs en een rots in de branding voor Michael. Iemand die van lekkere wijntjes, eten, gezelligheid en series houdt… een PriDe match!

Cigarette Jane, 70 jaar

Woont op 20 hectaren en is de buurvrouw van Catherine and Michael. Al jaren gescheiden, een zoon verloren door een vliegtuigongeluk en getergd door reuma. Maar desondanks een lieve en zeer intelligente vrouw en bovenal een veilige haven voor Catherine. Catherine wil sinds een paar maanden minder roken en gaat daarom elke avond naar Jane voor een paar sigaretjes. Jane lijkt een eindeloze voorraad te hebben van zowel sigaretten als van wijn.. en een luisterend oor voor Catherine. Normaal gesproken neemt Catherine maar zelden WWoofers (Willing Workers on Organic Farms) mee naar Jane, maar aangezien wij zo gezellig waren werden we de tweede dag al meegenomen om kennis te maken met Jane. Aangekomen bij Jane leek het wel een kleine kinderboerderij… kippen, konijnen, hanen, hond, katten, eenden.. alles liep er los rond, dat beloofde niet veel goeds voor mijn kleine smetvreesaanleg. Maar binnen bleek het super schoon en opgeruimd. Avonden hebben we geluisterd en gelachen om de vele verhalen van Jane en Catherine. Een waar genot, ondanks de enkele katertjes!

Rea, +/- 65 jaar

Een buurman die regelmatig binnenloopt met groenten en fruit uit eigen tuin, 2 keer in de week met Michael naar de pub gaat en regelmatig rijdt hij op de quad met Catherine’s paardentreks mee voor bevoorrading.

Dawn, +/- 60 jaar

Ken je de buurvrouw van Hyacinth? Meer intro is niet nodig. Dawn is twee keer mee geweest met haar paard. Rijdt al sinds dat ze klein is, heeft een schat van een paard, maar zodra er iets gebeurd (zuchtje wind bijvoorbeeld) schiet ze in de stressmodus. Lieve vrouw, maar zou iets meer gas op die lolly moeten hebben (zo zou Boerin Bertie het in ieder geval omschrijven).

Denise, +/- 60 jaar

Is architect geweest en heeft 19 paarden op 100 hectaren. In tegenstelling tot Dawn nergens bang voor (qua rijden) en het was dan ook super dat ze de laatste rit mee ging.

Sla, heel veel sla

We kwamen om te helpen in de slakassen. Michael en Catherine hebben een hydrocultuur boerderij waar sla geteeld wordt doormiddel van water waar voedingsstoffen aan zijn toegevoegd. Er komt geen grond aan te pas. Het was leerzaam om te zien hoe het werkt en je krijgt er onder andere schone sla van. De zaadjes die ze gebruikten kwamen uit Nederland. We werkten elke dag een paar uurtjes. We hebben geplant, schoongemaakt, onkruid vergiftigd en sla ingepakt. Leuk om dit voor anderhalve week te doen.

Ritjes door de natuur

Dit was in één woord geweldig!! Wat was het fijn om weer op het paard te zitten. Deb heeft een klein lesje gehad en is mee naar het strand geweest. Naast het strandritje heb ik nog een tocht langs de rivier gemaakt en eentje door berggebied incl. rivier crossings. Een autorit van een half uur tot uur brengt je bij de mooiste gebieden en daar maakt iedereen goed gebruik van, desondanks kom je sporadisch iemand tegen. Catherine heeft drie paarden; Ebony, een 29 jarige merrie welke in topvorm is, Little Red, afkomstig van Denise die haar heeft gered van mishandeling en uiteindelijk de slacht (echt een schatje), en Peachy, ook gered uit een blik hondenvoer en is omgetoverd tot een lief bomproef paard maar wel met genoeg spirit! Het triggert het allemaal wel weer… wie weet, toch misschien maar weer een paard nemen?!

Dementie

Zoals al eerder vermeld lijdt Michael aan dementie. Waar wij het eerst nog niet zo doorhadden ging het ons na de verhalen van Catherine ook opvallen. Een lastige periode omdat er snel gehandeld moet worden. De paarden, de tuin, het huis, het bedrijf en uiteindelijk de verzorging van Michael is veel te veel voor Catherine om alleen te behappen. Nu runt Michael nog de business, maar hoe lang hij daar nog in staat toe is is moeilijk te zeggen. Het liefst zouden ze er willen blijven wonen maar ze  bekijken nu of dat mogelijk is.

Uiteindelijk zijn we 12 dagen bij Catherine en Michael gebleven. Als het aan hun lag mochten we voor altijd blijven, maar het Zuidereiland roept om verder verkend te worden. Hier wordt gesuggereerd dat we in Nieuw-Zeeland kunnen blijven wonen en in Nederland wordt vermoedt dat we er zullen blijven. Maar waar Zeeland nog te doen zou zijn is Nieuw-Zeeland toch echt te ver! Ze hebben een speciaal plekje in onze gedachten gekregen en aan het einde van onze Nieuw-Zeelandreis zoeven we nog even bij ze langs voor wellicht een ritje te paard, maar zeker voor een heerlijk wijntje!

 

Bye..Bye.. Noordereiland, Hello Zuidereiland

Langzaam zakten we verder af naar Wellington. Eén van de natuurgebieden welke we graag wilden zien was de Tararua range. Dit zou tijdens de wandeling één van de moeilijkste gedeeltes zijn, met name omdat in dit berggebied het weer snel om kan slaan waardoor het zicht nihil is en het ook behoorlijk koud kan worden. Twee weken geleden waren in dit gebied nog twee ervaren mannen omgekomen. Omdat we nu met de auto zijn konden we een DOC-campground* opzoeken van waaruit je mooie en vooral veilige wandelingen kan maken. De campground was simpel, maar mooi en aan het begin van één van de wandelroutes. Bij aankomst regende het pijpestelen en het hield pas ’s nachts een beetje op. De ranger vertelde ons dat het de komende dagen niet veel beter zou worden en dat het misschien zelfs zou gaan sneeuwen.

Plimmerton

Na een nacht op de campground hebben we een prachtige wandeling gemaakt van 4 uur. Eigenlijk wilden we nog een nacht blijven, maar als je dan ziet dat het 1,5 uur verder aan de kust prachtig weer is dan geeft zo’n auto toch wel heel veel vrijheid en zo zaten we in de middag op een terrasje in de zon in Plimmerton!

Wellington

Plimmerton ligt bijna aangesloten aan Wellington waardoor we met een half uurtje in centrum arriveerden. Een stad waar wij ons eigenlijk nog niet erg in hadden verdiept waardoor de aangename verrassing des te groter was! We houden allebei erg van de natuur, maar het is af en toe toch ook wel erg fijn om in een grotere stad te zijn. Een stad met veel alternatieve winkeltjes & barretjes, heerlijke restaurantjes, musea, galeries en de meest fantastische bioscoop ever! Tips; Het nationaal museum (gratis en erg interessant), Jam, een kapperszaak (was wel nodig bij mij, Deb wil pas in Christchurch voordat we naar Azië gaan dus die ziet er nog steeds uit als John de Wolf ;-)), The Library (yummie cocktails) en The Embassy (best bios ever).

De oversteek

Na een paar heerlijke dagen in de stad verlieten we het Noordereiland per ferry. De overtocht duurt 3,5 uur. De ferry verlaat Wellington via de kleine haven, vaart over open zee waarna het door prachtige fjorden gaat en aankomt in Picton. Onderweg zagen we zelfs dolfijnen een zeilboot passeren, voor ons was het al prachtig, maar op de zeilboot moet het fantastisch zijn geweest. Bij aankomst kwamen we in Picton, een perfect plaatsje om een nachtje te blijven en waaruit watertaxi’s vertrekken om de Queen Charlotte Track te wandelen. Deze track van 4 dagen over de fjorden willen we waarschijnlijk aan het einde van onze reis in Nieuw-Zeeland nog gaan doen.

Albert Tasman National Park

Iets ten westen van Picton heb je het Abel Tasman National Park wat met name bekend staat om de coastal walkway, één van de 9 great walks in Nieuw-Zeeland. We boekten twee nachten op de Old Mac Donalds Farm, een camping, zodat we een volle dag hadden om een deel van de kustroute te wandelen. Een gemakkelijk pad met mooie vergezichten, heerlijke strandjes en aparte vogels…. een echte aanrader!

Hakka’s en een nieuwsgierige Nederlander

We zijn nog vlak voor het hoogseizoen dus heel druk is het nog nergens. Ook niet op de Old Mac Donalds Farm. Het kampeerveldje deelden we met een camper en later kwam er een jongensschool die het veldje bevolkten. We komen veel schoolreisjes tegen, het outdoorleven wordt er hier met de paplepel ingegoten. Ook aan de Maori cultuur wordt veel aandacht besteed. Deze jongens deden ’s ochtends en ’s avonds Hakka’s, de bekende Maori dansrituelen.

De camper werd bevolkt door Nederlandse pensionados. De man bemoeide zich overal mee en probeerde ook mee te doen met de jongens… na een tijd kwam hij ook bij ons buurten, want hoezo hebben wij zo’n dikke dure bak (zijn eerste vraag). Verder was hij niet zo onder de indruk van Nieuw-Zeeland. Daarom vroeg ik maar of ie het wel naar zijn zin had… toen krabbelde hij wel weer wat terug. Een toch wel vervelende man, met name omdat hij zo gefixeerd was op geld. Hij kon er niet over uit dat wij zo jong zo lang van de baas (een hond heeft een baas, maar goed) weg mochten en hoe wij dat dan konden betalen. Hij vroeg zelfs of we er voor geleend hadden (bizar?!). Naar onze toelichting luisterde hij niet, bij nader inzien had het grappig geweest een beetje te dollen met deze man. Uiteraard zijn we ons enorm bewust van onze luxe positie, maar het is fascinerend dat veel mensen zo geobsedeerd zijn van wat andere mensen hebben.. dat naast onze dikke uitziende bak een klein tentje staat valt hem niet op, dat Debby ook niet meer de jongste is wordt vaak niet gezien (wat telkens voor zeer grappige reacties zorgt bij het laten zien van haar legitimatie in de supermarkt bij de aanschaf van een flesje wijn) en het feit dat wij hard hebben gespaard wordt weggewimpeld. Dat wij zaken als kinderen en (weer) een huis kopen (lees: hypotheek afsluiten) even vooruit schuiven maakt dat we nu deze kans konden pakken. Fascinerend hoe vaak mensen naar andere mensen kijken i.p.v. te zien hoe goed ze het zelf wel niet hebben. Je kan er maar druk mee zijn!

Zandvliegjes

De ochtend van vertrek ging het regenen waardoor we letterlijk werden aangevallen door de zandvliegjes. In heel Nieuw-Zeeland komen deze vliegjes voor en eerder hebben we al reuze jeukende beultjes op onze benen gehad, maar nu leek het wel of ze weken niet gegeten hadden. Snel pakten we alles in en stapten we in de auto, maar helaas toch weer gebeten… ik heb volgens mij nog liever tien Tarantula’s dan die irritante jeuk (ok..ok.. dat neem ik terug.. brr..).

Aardbeving

Gelukkig hebben wij niks gemerkt van de aardbeving maar onderweg naar Wellington zagen we steeds meer de gevolgen hiervan. Zowel op het Noorder- als het Zuidereiland zijn hele stukken weg verzakt en veel gebouwen zijn nog gesloten voor inspectie of moeten gerestaureerd worden. In Wellington waren ook veel restaurantjes gesloten en zag je overal briefjes op de ruiten van bedrijfjes hangen waarop stond waarnaar toe ze tijdelijk waren verhuisd. De hele stad is een beetje verdwaald. Een deel van de highway 1 in het noorden van het Zuidereiland is nog steeds niet open waardoor iedereen 2 á 3 uur moet omrijden. Wij hebben van het meeste geen last, maar je ziet wel goed wat de impact het voor de bevolking is. Iets wat in het National museum in één van de tentoonstellingen ook goed in beeld werd gebracht. Echt heftig!

Van het Abel Tasman zijn we onderweg naar Christchurch voor een weekje farm werk. Momenteel zitten we, met jeukende armen en benen, in een heerlijk motel in Hanmer Springs. Vandaag vertrekken we naar de farm! We zijn heel benieuwd en hebben er super veel zin in!

*DOC-Campgrounds, Het Department of Conservation (DOC) beheert meer dan 250 campings in Nieuw-Zeeland die allemaal bereikbaar zijn met een camper of auto. Dit zijn over het algemeen vrij eenvoudige campings (voor een paar dollar) op prachtige, afgelegen locaties.