Nieuw-Zeeland; wat vonden we er nu eigenlijk van?

Welkom thuis zei Catherine toen we aankwamen op Ballinger farm. Tijdens onze laatste weekend in Nieuw-Zeeland maakten we gebruik van de gastvrijheid van Catherine en Michael. En thuis is ook hoe het voelde. We hadden een maand rondgereisd en nu waren we weer op vertrouwd terrein. Na drieënhalve maand Nieuw-Zeeland verkend te hebben, rond de 800 km te voet en tussen de 5000 a 6000 km met de auto, voelt het land als thuis. Al lijkt het voor ons gevoel heel lang geleden dat we in Auckland aankwamen herinner ik mij goed hoe onmetelijk ver het van alles voelde. Wat ook zo is, maar wat je toch snel vergeet omdat het een goed georganiseerd land is met Europese, vooral Britse roots. Het is vertrouwd en toegankelijk. Ook herinner ik me toen we richting Cape Reinga afreisde hoe betoverend mooi we het landschap vonden. Ik riep zo nu en dan: ‘God schiep Nieuw-Zeeland op de achtste dag, toen hij eindelijk doorhad hoe het moest’. Maar je raakt gewend aan zoveel natuurschoon en het wordt het onderdeel van je dagelijkse bestaan, het raakt vertrouwd.

De veelgestelde vraag

Tijdens onze wandeling op de St. James Walkway vroegen Kiwi’s ons vaak wat we het mooiste van Nieuw-Zeeland vonden. De vraag is bijzonder lastig. We hebben veel gezien en gedaan, maar ook veel niet gezien en gedaan.

We hebben bijvoorbeeld van heel veel mensen gehoord dat ze het Zuidereiland veel mooier en indrukwekkender vinden dan het Noordereiland. Dat vinden wij niet. Beide eilanden hebben hun eigen schoonheid die we beide zeer waarderen. De kracht van Nieuw-Zeeland zit hem denk ik in dat er qua natuur heel veel diversiteit is op een relatief klein oppervlakte. Plus het feit dat er maar 4 miljoen mensen wonen wat het ongerepte gevoel nog meer versterkt. Wat het mooiste is is moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid de kleuren, de vogels, de sprookjesbossen, de fjorden, de glowworms en zo kunnen we een hele waslijst opnoemen. Hieronder een paar willekeurige observaties en ervaringen over wat wij van Nieuw-Zeeland vinden.

Zandvliegen en het weer

Ik denk dat het veel zegt over Nieuw-Zeeland dat je eigenlijk maar kunt klagen over twee dingen: Zandvliegen en het weer. Zandvliegen zijn bijna overal in meer of mindere mate aanwezig. Als ze je bijten krijg je op de meest gekke momenten jeukaanvallen. Soms zorgen ze ervoor dat je niet lekker buiten kunt zitten. Dan is er dat onvoorspelbare schizofrene weer. Je staat buiten in de zon en tegelijkertijd krijg je een hagelbui op je kop. Soms zijn we weggeregend en waren we veroordeeld om in de auto te blijven in plaats van een mooie wandeling oid te maken. Verder was het ’s avonds vaak net te koud om lekker lang buiten te zitten en hebben we geen enkele keer gezwommen. Toch prijzen we ons gelukkig omdat we vaak ook mooi weer hebben gehad, zeker in het begin toen we wandelden.

Vogels

Misschien zijn onze favoriet wel de vogels van Nieuw-Zeeland. Elke ochtend het prachtige gezang en gekwetter van de voor ons exotische vogels. De Tui met zijn twee klankkasten of de superschattige Fantail die altijd om je heen blijft vliegen in het bos. Net als de grijze Robin. En dan die malle Weka’s en om in het wild heuse Pinguïns op de duinen te zien waggelen, dat was echt fantastisch. Kiwi’s hebben we niet gezien, maar eentje krijste ons wel ’s nachts wakker…

Toeristisch Nieuw-Zeeland

De natuurwonderen, de Lord of the Ring en de Maori cultuur worden flink uitgebuit. Dat is best jammer. Mooie plekken zijn duur en druk… wat de magie toch vaak doet vervagen. Ik bedoel, 94 NZD (plusminus 60 euro) per persoon om een geijser te zien waarbij voor de leuk een Maori dorp omheen is gebouwd en oja er is ook nog iets met kiwi’s. Uiteraard gaat de prijs omhoog als je de volle tour wilt. Gelukkig, als je even een half uurtje verder rijdt, dan kom je ook op de prachtigste plekken die niets kosten en die je vaak voor jezelf hebt.

Eten en drinken bestellen

Een klein minnetje is misschien het bestellen van eten en drinken in een gezellig tentje. Maar dit minnetje is waarschijnlijk wel een plusje voor onze portemonnee. In de meeste lunchtentjes, cafés, eetcafés en restaurantjes moet je aan de bar bestellen waarbij je een nummer krijgt die je op de tafel zet. Kortom ze brengen wel je eten en drinken maar nemen geen bestellingen aan je tafeltje op. Gevolg: we namen na dat ene drankje geen tweede… en soms is er in ene wel bediening aan tafel of moet je voor het één aan de bar bestellen maar voor het ander niet… verwarring alom.

Favoriete stad

Echte grote steden zijn er niet. Auckland is wel groot… maar wij vonden het uiteindelijk een wat onpersoonlijke stad waar men eigenlijk vooral leeft in de buitenwijken die heel mooi zijn. Wellington is onze favoriet. Gezellig en alternatief. Christchurch was ook bijzonder met zijn eigen sfeer, een creatieve stad in opbouw.

Kiwi’s

We hebben het al vaker gehad over de lekker relaxte nuchtere en vriendelijke Nieuw-Zeelander. Maar de Maori vrouwen, die zijn echt superstoer. Sterke trotse vrouwen, vaak wat aan de zware kant met van die mooie traditionele tatoeages. Achter het stoere exterieur schuilt een lief en ondeugend interieur. Ze zijn helemaal tha bomb!

Singapore

Drieënhalve maand reizen door Nieuw-Zeeland is best lang, zeker tweeënhalve maand met de auto. Doordat het goed georganiseerd is en omdat we de tijd hadden ben je vaak al snel op de volgende locatie en soms, zeker met regen, voelde het te lang en leek er geen einde aan de dag te komen. Eigenlijk natuurlijk een luxeprobleem maar we waren toe aan verandering 🙂 We zouden Nieuw-Zeeland zeker aanraden voor vakantie en om er te wonen en te werken lijkt het ons ook een ideaal land. Nu zijn we in Singapore en het is de perfecte verandering. Het is een fijne plek om te acclimatiseren en om langzaam te wennen aan Azië. Op naar nieuwe indrukken en avonturen op een ander continent!

Hoor de Tui

 

Bye..Bye.. Noordereiland, Hello Zuidereiland

Langzaam zakten we verder af naar Wellington. Eén van de natuurgebieden welke we graag wilden zien was de Tararua range. Dit zou tijdens de wandeling één van de moeilijkste gedeeltes zijn, met name omdat in dit berggebied het weer snel om kan slaan waardoor het zicht nihil is en het ook behoorlijk koud kan worden. Twee weken geleden waren in dit gebied nog twee ervaren mannen omgekomen. Omdat we nu met de auto zijn konden we een DOC-campground* opzoeken van waaruit je mooie en vooral veilige wandelingen kan maken. De campground was simpel, maar mooi en aan het begin van één van de wandelroutes. Bij aankomst regende het pijpestelen en het hield pas ’s nachts een beetje op. De ranger vertelde ons dat het de komende dagen niet veel beter zou worden en dat het misschien zelfs zou gaan sneeuwen.

Plimmerton

Na een nacht op de campground hebben we een prachtige wandeling gemaakt van 4 uur. Eigenlijk wilden we nog een nacht blijven, maar als je dan ziet dat het 1,5 uur verder aan de kust prachtig weer is dan geeft zo’n auto toch wel heel veel vrijheid en zo zaten we in de middag op een terrasje in de zon in Plimmerton!

Wellington

Plimmerton ligt bijna aangesloten aan Wellington waardoor we met een half uurtje in centrum arriveerden. Een stad waar wij ons eigenlijk nog niet erg in hadden verdiept waardoor de aangename verrassing des te groter was! We houden allebei erg van de natuur, maar het is af en toe toch ook wel erg fijn om in een grotere stad te zijn. Een stad met veel alternatieve winkeltjes & barretjes, heerlijke restaurantjes, musea, galeries en de meest fantastische bioscoop ever! Tips; Het nationaal museum (gratis en erg interessant), Jam, een kapperszaak (was wel nodig bij mij, Deb wil pas in Christchurch voordat we naar Azië gaan dus die ziet er nog steeds uit als John de Wolf ;-)), The Library (yummie cocktails) en The Embassy (best bios ever).

De oversteek

Na een paar heerlijke dagen in de stad verlieten we het Noordereiland per ferry. De overtocht duurt 3,5 uur. De ferry verlaat Wellington via de kleine haven, vaart over open zee waarna het door prachtige fjorden gaat en aankomt in Picton. Onderweg zagen we zelfs dolfijnen een zeilboot passeren, voor ons was het al prachtig, maar op de zeilboot moet het fantastisch zijn geweest. Bij aankomst kwamen we in Picton, een perfect plaatsje om een nachtje te blijven en waaruit watertaxi’s vertrekken om de Queen Charlotte Track te wandelen. Deze track van 4 dagen over de fjorden willen we waarschijnlijk aan het einde van onze reis in Nieuw-Zeeland nog gaan doen.

Albert Tasman National Park

Iets ten westen van Picton heb je het Abel Tasman National Park wat met name bekend staat om de coastal walkway, één van de 9 great walks in Nieuw-Zeeland. We boekten twee nachten op de Old Mac Donalds Farm, een camping, zodat we een volle dag hadden om een deel van de kustroute te wandelen. Een gemakkelijk pad met mooie vergezichten, heerlijke strandjes en aparte vogels…. een echte aanrader!

Hakka’s en een nieuwsgierige Nederlander

We zijn nog vlak voor het hoogseizoen dus heel druk is het nog nergens. Ook niet op de Old Mac Donalds Farm. Het kampeerveldje deelden we met een camper en later kwam er een jongensschool die het veldje bevolkten. We komen veel schoolreisjes tegen, het outdoorleven wordt er hier met de paplepel ingegoten. Ook aan de Maori cultuur wordt veel aandacht besteed. Deze jongens deden ’s ochtends en ’s avonds Hakka’s, de bekende Maori dansrituelen.

De camper werd bevolkt door Nederlandse pensionados. De man bemoeide zich overal mee en probeerde ook mee te doen met de jongens… na een tijd kwam hij ook bij ons buurten, want hoezo hebben wij zo’n dikke dure bak (zijn eerste vraag). Verder was hij niet zo onder de indruk van Nieuw-Zeeland. Daarom vroeg ik maar of ie het wel naar zijn zin had… toen krabbelde hij wel weer wat terug. Een toch wel vervelende man, met name omdat hij zo gefixeerd was op geld. Hij kon er niet over uit dat wij zo jong zo lang van de baas (een hond heeft een baas, maar goed) weg mochten en hoe wij dat dan konden betalen. Hij vroeg zelfs of we er voor geleend hadden (bizar?!). Naar onze toelichting luisterde hij niet, bij nader inzien had het grappig geweest een beetje te dollen met deze man. Uiteraard zijn we ons enorm bewust van onze luxe positie, maar het is fascinerend dat veel mensen zo geobsedeerd zijn van wat andere mensen hebben.. dat naast onze dikke uitziende bak een klein tentje staat valt hem niet op, dat Debby ook niet meer de jongste is wordt vaak niet gezien (wat telkens voor zeer grappige reacties zorgt bij het laten zien van haar legitimatie in de supermarkt bij de aanschaf van een flesje wijn) en het feit dat wij hard hebben gespaard wordt weggewimpeld. Dat wij zaken als kinderen en (weer) een huis kopen (lees: hypotheek afsluiten) even vooruit schuiven maakt dat we nu deze kans konden pakken. Fascinerend hoe vaak mensen naar andere mensen kijken i.p.v. te zien hoe goed ze het zelf wel niet hebben. Je kan er maar druk mee zijn!

Zandvliegjes

De ochtend van vertrek ging het regenen waardoor we letterlijk werden aangevallen door de zandvliegjes. In heel Nieuw-Zeeland komen deze vliegjes voor en eerder hebben we al reuze jeukende beultjes op onze benen gehad, maar nu leek het wel of ze weken niet gegeten hadden. Snel pakten we alles in en stapten we in de auto, maar helaas toch weer gebeten… ik heb volgens mij nog liever tien Tarantula’s dan die irritante jeuk (ok..ok.. dat neem ik terug.. brr..).

Aardbeving

Gelukkig hebben wij niks gemerkt van de aardbeving maar onderweg naar Wellington zagen we steeds meer de gevolgen hiervan. Zowel op het Noorder- als het Zuidereiland zijn hele stukken weg verzakt en veel gebouwen zijn nog gesloten voor inspectie of moeten gerestaureerd worden. In Wellington waren ook veel restaurantjes gesloten en zag je overal briefjes op de ruiten van bedrijfjes hangen waarop stond waarnaar toe ze tijdelijk waren verhuisd. De hele stad is een beetje verdwaald. Een deel van de highway 1 in het noorden van het Zuidereiland is nog steeds niet open waardoor iedereen 2 á 3 uur moet omrijden. Wij hebben van het meeste geen last, maar je ziet wel goed wat de impact het voor de bevolking is. Iets wat in het National museum in één van de tentoonstellingen ook goed in beeld werd gebracht. Echt heftig!

Van het Abel Tasman zijn we onderweg naar Christchurch voor een weekje farm werk. Momenteel zitten we, met jeukende armen en benen, in een heerlijk motel in Hanmer Springs. Vandaag vertrekken we naar de farm! We zijn heel benieuwd en hebben er super veel zin in!

*DOC-Campgrounds, Het Department of Conservation (DOC) beheert meer dan 250 campings in Nieuw-Zeeland die allemaal bereikbaar zijn met een camper of auto. Dit zijn over het algemeen vrij eenvoudige campings (voor een paar dollar) op prachtige, afgelegen locaties.

Een Happy PriDe

Nieuw-Zeeland is fantastisch en tot dusver lijkt het wel of alle factoren ons gunstig gestemd zijn om ons op de route te houden. Lichamelijk voelen we ons sterk (goede voorbereiding op de Fitnessclub), het weer zit mee en we ontmoeten lieve mensen. Ook de kilo’s die we naar huis hebben gestuurd helpen mee qua verlichting op onze schouders.

Toch knaagt er iets, elke dag om 6 uur opstaan om vervolgens na plusminus 25 kilometer tussen 16.00 en 17.00 uur ergens moe (lees: kapot) aan te komen. Dan moet de tent opgezet worden, daarna iets eten (soms daar ook te moe voor) vervolgens vallen we tussen 19.00 en 20:00 uur in slaap. Onderweg komen we de mooiste dingen tegen, maar omdat we redelijk langzaam zijn en de route vaak je volle attentie vraagt blijven we nergens lang stilstaan, want… anders halen we het niet… en ontstaat er toch iets wat een beetje op paniek lijkt. Kortere dagen zijn vaak niet mogelijk, omdat je niet uitkomt bij een veilige plek om te overnachten.

Beperkend

Maar hoe kan dat nou?? Is dit heel anders dan de 2700 km die we naar Spanje hebben gewandeld? Het antwoord is ja! We hadden het daar ook zwaar, maar kwamen (omdat de route gemakkelijk was) in een heerlijke hier-en-nu-flow. Daarnaast kun je later alle prachtige stukjes nogmaals bezoeken of het gebied beter verkennen omdat je in de buurt woont (hebben we toen ook gedaan). De route voelt nu beperkend, je krijgt het gevoel veel te missen van dit mooie land.

We hadden van te voren wel bedacht dat het zwaarder zou zijn, maar je ervaart het toch pas echt als je er bent en daadwerkelijk op veel moeilijkere paden, wat soms niet eens echt paden zijn, loopt. Als het dan in de nachten heftig heeft geregend krijgen we het al benauwd als we aan de volgende bosetappe denken en nemen daarom de dag erna de vaak saaie lange weg..

Niet voor ons

En dan kom je er wandelend achter dat deze route niet iets voor ons is, ondanks dat de dagen voor Auckland redelijk gemakkelijk waren (zie ook de foto’s). Het Noordereiland is erg pittig en het Zuidereiland wordt er niet minder om. Waar we op het Noordereiland 5 keer de Euromast via modderpadden beklimmen om 4 Euromasten te dalen om vervolgens weer 2 Euromasten te stijgen zal het op het Zuidereiland 10 Euromasten of 20 Euromasten worden… daarnaast is de route op het Zuidereiland heel erg afgelegen en kom je dagen niemand tegen.. eerst dachten we tof, maar nu weten we dat we daar niet blij van worden. PriDe heeft de beslissing genomen om Nieuw-Zeeland op een andere manier te ontdekken. Per auto! We hebben al wandelend in 4 weken rond de 650 kilometer gewandeld, van Cape Reinga naar Auckland, we hebben de route een kans gegeven en we hebben veel respect voor de mensen die hem helemaal wandelen.

Is het erg dat we stoppen met deze voettocht? Wij vinden van niet! Zonder deze route waren we hier waarschijnlijk niet en waren we zeker geen half jaar op reis gegaan, het biedt nu mooie andere avonturen. Wat nu?

Koekblikkie

Inmiddels hebben we in Auckland een auto gehuurd. Je kunt hier vaak voor veel goedkoper een oudere auto, of een auto met een hogere kilometerstand huren. Hier gingen wij voor; een oud koekblikkie. We liepen alle paperassen door met de medewerkster van het verhuurbedrijf. Ze vroeg of we net waren aangekomen. Toen we vertelden dat we al een maand in Nieuw-Zeeland waren en vanaf Cape Reinga naar daar waren gelopen, puilden haar ogen uit van verbazing en riep vol enthousiasme naar haar collega wat wij hadden gedaan in de nogal drukke zaak. Dit leidde tot meer verwonderde gezichten en vragen. De medewerkster haalde onze auto, maar kwam aanrijden met een grote Toyota Camry, weliswaar vol krassen etc, maar daar hoefden we ons niet druk over te maken verzekerde ze ons, alles stond genoteerd. Ze wees naar een echt koekblikkie en zei dat we die eigenlijk zouden krijgen, maar deze vond ze geschikter voor ons.

Kortom we blijven nog wel even in Nieuw-Zeeland, een week of zeven. Misschien gaan we wel een weekje of 2 op een boerderij werken, uiteraard gaan we nog prachtige wandelingen maken, mooie steden bezoeken, Lord of the Rings locaties bekijken, kanoën in de Glow worm caves en nog veel meer! Daarna gaan we waarschijnlijk door naar Azië, we maken het half jaar natuurlijk wel vol :-)). We zien wel waar de wind ons brengt, het geeft ons in ieder geval een happy PriDe gevoel! We vinden het leuk als jullie ons blijven volgen, we blijven bloggen en foto’s posten!

“Het leven is te kort om niet naar jezelf te luisteren” – PriDe’s tegelwijsheid.

Orde op zaken

Uitgerust en met goede zin verlieten wij het heerlijke motel in Kerikeri. In het centrum zouden we nog wat boodschappen doen om vervolgens een, volgens de Te Araroa aantekeningen, makkelijke etappe te lopen naar Waitangi of als het heel goed ging een stukje verder naar Paihia.

Bij winkel één, waar we gevriesdroogd eten konden halen kwamen we een jonge Zwitserse jongen tegen die ook de Te Araroa loopt. Vervolgens kwam er een vrouw al zwaaiend aangereden en bood ons een sinaasappel aan. Ze bleek bevriend met de grondlegger van de route. Na een praatje moesten we gedrieën nog even op de foto. We hadden de straat nog niet over gestoken of we raakten alweer in gesprek met een Duits – Nieuw-Zeelands echtpaar… kortom het duurde die ochtend lang voordat we op pad waren. Maar ach, het zou een makkelijke etappe worden.

Heuvel op, heuvel af

We lieten Kerikeri achter ons en kwamen in een groot dennenbos, met een heerlijke breed glooiend pad. Totdat er een omleiding kwam van de route, toen ging het pad behoorlijk steil omhoog en weer naar beneden. Het bleef maar doorgaan. Op de één of andere manier voelden we ons niet topfit die dag (misschien teveel gegeten ;-)) en voelden de rugzakken extra zwaar met onze bevoorrading. Door onze mind-set dat we al fluitend door de dag heen zouden wandelen leek het nu wel of er geen einde aan kwam. Uiteindelijk kwamen we moe en minder voldaan (ondanks de 24 km) aan bij de camping.

Campertje?

In de ochtend hebben we altijd goede zin, vreten we kilometers en voelt de rugzak niet te zwaar. Maar in de middag verandert de last op onze rug in lood, lijkt de tijd en de afstand die we afleggen voorbij te kruipen en lijkt het alsof je op kleine naaldjes loopt.

Waarom doen we onszelf dit toch aan vragen we ons dan af. Met een campertje rondtrekken en daarna een paar maanden door Azië reizen is toch ook leuk? Zo liggen we dan te fantaseren als we uitgeteld en met pijn in de voeten en benen in de tent liggen. Maar al lachend besluiten we dan onze zelfkastijding voort te zetten. Alleen dit keer bedachten we wel dat we het met wellicht wat minder kilo’s afkonden. We spraken met ons zelf af dat als we een groot plaatsje tegen zouden komen met een postkantoor dat we wat we niet meer nodig zouden hebben terug naar Nederland zouden sturen.

Watertaxi

Bij de etappe die volgde moesten we eerst 13 km water overbruggen (via watertaxi).Vijf kilometer vanaf de camping in Waitangi was er een camping van waaruit de watertaxi je kon oppikken. We besloten daar naar toe te gaan en de dag erna de watertaxi te nemen. Die gaat in verband met het getij maar 1 keer per dag. Na 5 km door het leuke plaatsje Paihia kwamen we aan op een prachtige camping en genoten van onze middag aan het water.

De kleine, maar super snelle watertaxi kwam ons in de ochtend op de camping ophalen. In de boot zaten vijf Amerikaanse jongens die al een halte eerder waren opgestapt. Vier studenten die met elkaar de Te Araroa liepen en 1 solo hiker. Na een prachtig watertochtje langs een mooi haventje en mangroves kon onze voettocht weer verder gaan. De 4 jonge jongens marcheerden snel door en de solo hiker, Luke uit Seattle, die vond het wel gezellig om bij ons te blijven. Dat was wederzijds.

Wandelen door water

We voelden ons goed en hadden na de gave boottocht zin in het bos met onder andere een 4 km lange trip door een stroom. Het was echt prachtig en tot dusver onze favoriet. Het stroompje slingerde door het bos met haar flinke heuvels en grote bomen. Het was net of je in het regenwoud liep en op sommige stukken kwam het koude water tot boven je knieën. Speciaal voor dit soort onderdelen van de route hadden we, toch wel lelijke, Keen sandalen gekocht, maar die sandalen vulden zich steeds met kleine steentjes… resulterend in de allereerste blaar tot nu toe. Pris was de ongelukkige. Daarnaast drogen ze ook voor geen meter, dus de sandalen kwamen als eerste op de lijst van terug te sturen spullen! Uiteraard zijn daar ondertussen dichte waterschoenen voor terug gekomen, want er volgen nog veel meer waterstukken.

De lange, maar mooie dag sloten we gedrieën af tussen de koeien en paarden. De koeien vonden ons niet zo fascinerend, maar de jonge paarden des te meer. In de avond en de nacht kwam het met bakken uit de hemel, maar tegen alle voorspellingen in werd het droog toen wij weer op pad wilden. Luke ging al snel verder op zijn eigen tempo (speedy) en na een tijdje zagen we 2 borden. Het ene wees ons op een art gallery en café 5 km verderop (met heerlijk eten vermoedde we) en het andere wees ons op het feit dat de grote plaats, Whangarei, waar we naar toe wilden om een en ander te reorganiseren maar 41 km verderop was. Beide borden wezen de tegengestelde richting van de route, maar we gingen overstag (kwam door het eten :-)).

Liften is geen doodzonde

We zouden de weg volgen en dan uiteindelijk via highway 1 naar Whangarei lopen. Dan zouden we er al in 2 dagen zijn! En zorgen over die snelweg maakten we ons niet want daar hadden we al eerder over gelopen en dat was heel goed te doen, druk was het niet. Gedurende onze wandeling waren er 2 auto’s die ons zagen en rechtsomkeert maakten om te vragen of we wel wisten dat we verkeerd gingen. Dat wisten we. Drie keer kregen we een lift aangeboden. Wij liepen vrolijk door want het idee dat onze rugzakken na de reorganisatie snel lichter zouden worden gaf ons vleugels.

Toen zagen we highway 1 opdoemen. Er reden auto’s op. Gevaarlijk veel snelle auto’s. Onverantwoord om daarop te gaan lopen. Er zat maar één ding op en dat was om tegen onze principes in te liften. En we hadden het nog niet bedacht of er stopte een auto. Twee vijftigers, een man en een vrouw, collega’s van de Department of Conversation, natuurbeheer van Nieuw-Zeeland. Ze waren erg geïnteresseerd in onze tocht en hadden ons al eerder zien lopen. We voelden ons een beetje beschaamd dat we een lift namen en niet liepen, alsof we valsspeelden. Zij zagen dat helemaal niet zo en dropten ons netjes af bij een Holiday Park in Whangarei.

De Camino versus Te Araroa

Liften voelt voor ons misschien als valsspelen, maar blijkbaar is dat de gewoonste zaak van de wereld op deze route en soms ook pure noodzaak. Ook Luke, mister wildernis, had al een paar keer gelift en we begrepen dat er op sommige stukken services worden aangeboden zodat wandelaars niet een stuk weg hoeven te lopen, maar gelijk op een route in een bos terecht komen. Waar de camino een pelgrimstocht is, een religieuze oorsprong heeft, het gaat om boetedoening en zelfkastijding, is dat anders bij een route als deze. Hier gaat het om een manier om een land te ontdekken, om te reizen op de manier hoe jij wilt. Daarbij zijn er plekken op de route waarbij je wel moet liften of met de boot over moet. Luke stelde het mooi, ‘Is het doel om 3.000 km te lopen of is het doel al wandelend gave dingen te zien’. Misschien is het inderdaad niet zo erg om uiteindelijk bijvoorbeeld 2.500 of 2.300 of 2.800 km te lopen, het gaat om het avontuur.

Inmiddels hebben we 6 kilo teruggestuurd naar Nederland. 6 kilo!! Wie heeft er nou twee broeken nodig? En Uno? En een EHBO-set waar een gemiddeld ziekenhuis jaloers op zou zijn? Extra trui? Twee extra lampjes? En…? Thuis lijkt alles handig, maar hier ga je over elke gram toch extra nadenken! Morgen sluiten we weer, verlicht, aan op de route. Op naar nieuwe wandelavonturen!

Het baggerbos en de detour

Na de strandetappe volgt een lange tocht door dichtbegroeide subtropische bossen. In diverse blogjes en op Facebook lazen we heftige dingen. Vooral de bagger en de hoogteverschillen maken deze bossen tot een van de zwaarste etappes van de Te Araroa.

Herekino Forest

Gemotiveerd als wij waren wilden we ons niet gek laten maken, want hoe erg kan bagger en dichtbebost bos nu eenmaal zijn?! Vol goede moed begonnen wij aan het eerste bos: Het Herekino Forest, door Deb inmiddels omgedoopt tot het ‘Kl*te H€&r@ Baggerbos’.

De eerste 2 kilometers waren dan ook prima te doen en we vervloekte de mensen die negatieve dingen over dit prachtige bos hadden geschreven, maar bij kilometer 3 kregen we het toch wel benauwd en bij kilometer 4 waren we er al goed klaar mee!

Met een gemiddelde snelheid van 1 kilometer per uur, baggerberg op en al slippend er van af en op sommige stukken geen hand voor ogen zien door de begroeiing, welke aan je tas blijft hangen waardoor je jezelf weer los moet zien te worstelen. Zonder rugzak is het al gekkenwerk, maar met een zware rugzak op is het een ware hel.

Kauri’s

Ondanks het afzien was er, op momenten dat we konden kijken, ook prachtige natuur te zien. De indrukwekkende en met bijna uitsterven bedreigde reusachtige Kauri-bomen, Indiana Jones-achtige stroompjes en een enorme diversiteit aan planten & bomen.

Overnachten in het bos

Na een vermoeiende dag zette we onze tent op op één van de weinige ‘vlakke’ stukken. De modder zat ondertussen tot aan onze knieën, alles was vochtig, maar we waren blij met dit stukje bos waar we rustig de nacht in konden gaan. De vele vogels stellen je gerust en al snel lagen we te ronken. Totdat we wakker schrokken van een oorverdovend gekrijs, het geluid van een Kiwi… We openden onze ogen, maar het was net zo donker als met onze ogen dicht. Het was zo pikdonker dat je er claustrofobisch van werd! In je hoofd stel je jezelf gerust met dat het bijna weer licht wordt, maar bij het zien van de tijd 23.30 uur weet je dat het een lange nacht gaat worden!

Bevrijd uit het bos

Aan het einde van de volgende dag zouden we het baggerbos dan eindelijk verlaten. Na 5 flinke uitglijers van Deb en 3 van mij waren we intens opgelucht toen we het boerenland met haar koeien en schapen betraden. Meteen zette we onze tent op voor een nachtje onder de sterren.

Als we de dagen daarna de route zouden volgen zouden we door het Raetea Forest (net zo heftig, maar de kans op verdwalen was groter) en het Puketi Forest (raden ze af bij regen ivm overstromingsgevaar) wandelen. Door de voorspelde regen wat o.a. tot meer bagger zou leiden en omdat we er helemaal klaar mee waren, besloten we een detour te maken over de weg.

De detour

Opgelucht door onze keuze wandelden we over een houthakkersweg, via een bosweg naar een autoweg welke ons via de sporadisch gehuchtjes (in dit gebied is zelfs mobiele telefoonverbinding niet aanwezig) naar Kerikeri zou brengen. De eerste dag wandelden we gemakkelijk en genoten we van de koeien, kalfjes, schapen, lammetjes en het getjilp van de vogeltjes (lente!!).

Omdat we nu over wegen en langs weilanden wandelden was het zoeken naar een plekje om wild te kamperen lastig. Bij gebrek aan campings of motels klopten we bij een huis aan en bijna als vanzelfsprekend mochten we onze tent opzetten bij een lieve Maori-familie.

Rauwe mosselen

Enthousiast kwam de schoonzoon des huizes aan met mosselen. Rauw. Die moesten we echt proeven. Daar zit veel ijzer in, zei hij. Hij opende de mosselen en wij aten braaf een rauwe mossel, denkende dat dat blijkbaar gewoon was. Het was best lekker, maar één was genoeg vonden wij. Hij kon het wel beamen, hij vond ze rauw niet te knagen.

Na nog even gespeeld te hebben met de twee hondjes Coco en Little one, een kletspraatje en onze gevriesdroogde maaltijd doken we de tent in.

’s Nachts kwam het met bakken uit de hemel en ook in de ochtend regende het nog erg hard. Extra blij met de detour vouwden we onze zeiknatte tent op. Het was nu de derde dag dat we niet hadden gedoucht waardoor er een heerlijke baggerlucht van ons af kwam, als we dan ook maar iets van een douche zouden tegenkomen dan was die van ons!

Broadwood

Na 4 kilometer in de stromende regen kwamen we in het gehuchtje Broadwood, wat wij telkens per ongeluk Broadway noemden. In de verste verte leek het niet op Broadway, maar er was wel een benzinestation met cola & een yoghurtje (niet zo’n beste combinatie als ontbijt) en er was een Homestay!!! Wij konden onze geluk niet op en Deb belden meteen of ze nog een kamer beschikbaar hadden. Dat hadden ze en we konden direct terecht.

Bijna huppelend liepen wij de toch wel stijle 1 kilometer omhoog naar de Homestay, onderweg druk fantaserend over een heerlijk bed en vooral een douche. Boven aangekomen zag het er idyllisch uit, een mooie tuin, een huis van rood hout en een lieve Herdershond die ons stond op te wachten. De eigenaresse kwam ons tegemoet en nam ons mee naar binnen waar onze verbazing van onze gezichten af te lezen moest zijn. Wat een enorme vieze bende! Gaten in de muren, verf wat afbladderde, kieren waar de vliegen doorheen kwamen, een vies berenkleedje en iets wat toch wel verdacht veel op pretvlekken leek op de bedden.

De wc en douche waren nog viezer en van bovenaf gezien leek het op een filmset. Er zaten geen plafonds in, alles was open. Vanaf de trap had je een prachtig uitzicht op beiden en als je een klein poepje deed zaten er meteen vliegen om je heen en was het gehele huis vergeven. Meteen hadden we spijt dat we niet doorgelopen waren, maar in de middag werd het zonnig en kregen we van de man des huizes een tourtje in de tuin om eetbare dingen te vinden die we op onze verdere tocht ook zouden tegenkomen. We zijn het wel alweer vergeten, maar interessant was het wel. ’s Avonds waagden we het er toch op om te douchen en doken we zonder al te veel aan te raken onze eigen vertrouwde slaapzakjes in.

Kerikeri is hemels

De drie dagen erna was het zonnig en warm met in de nacht regen. We wandelden lange dagen, soms te moe om ’s avonds te eten (niet goed, weten we ;-)), kampeerden we wild langs de snelweg op een verborgen stukje berm & bij een gezinnetje in de tuin, dachten we gedurende de dag aan ceasar salades, wijntjes, vers fruit (iets anders dan verlepte fish en chips bij bezinepompen en gevriesdroogde maaltijden) en werden Debs wonden op d’r heupen met de dag groter.

Gisteren kwamen we dan eindelijk aan in Kerikeri. We hadden bedacht dat we wel een rustdag hadden verdiend in een lekker hotelletje. Na eerst een heerlijke ceasar salade (YES) te hebben gegeten bij het paradijselijke Palmco café kwamen we aan bij het Kauri Park Motel waar we een upgrade kregen naar een ruim huisje met keuken, woonkamer, groot bed, een heerlijke douche en een bubbelbad!

Meteen doken wij het bubbelbad in waarna het schone heldere water in een paar minuten bruin kleurde van onze vieze lijven. Vandaag blijkt ons paradijsje nog paradijselijker, tegenover het motel is een local farmers market met veel vers eten en live-muziek en naast het motel een chocoladefabriekje met een patisserie!! Wij komen onze rustdag wel door, morgen sluiten we ons weer aan op de route!

Cape Reinga en Ninety Mile Beach: de eerste 100 km

Cape Reinga is een spirituele plek voor de Maori en het is de plek waar de Tasmaanse zee en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Kortom een bijzondere plek om onze tocht te beginnen. Je kunt er niet komen met openbaar vervoer. De laatste 120 kilometer moet je liften of je gaat mee met een tourbus. Wij kozen het laatste.

Simon onze Maori chauffeur en tourguide bracht ons naar wonderschone plekjes in zijn speciale 4×4 bus voordat Cape Reinga werd aangedaan. Ook ontkwamen we niet aan een pitstop bij een winkeltje met de grootste ijsjes in Nieuw-Zeeland. Uiteraard een familiebedrijfje van zijn familie, zoals Simon zelf al grapte. Maar het Hokey Pokey ijsje smaakte er niet minder om. Om 12:30 werden we gedropt bij de Cape.

Eerste stop Camp Twilight Beach

Daar stonden we dan. Nog een beetje onwennig met onze kraaknieuwe rugzakken en wandelstokken. Het weer was prachtig, zonnig, maar niet te heet en een heerlijke zeebries. Rond 13:15 zette we onze eerste stappen op Te Araoa. Om 13:20 was het avontuur bijna afgelopen toen Priscilla door d’r enkel ging en met 17 kilo op haar rug op haar knieën viel. Gelukkig deed ze het nog en kwam ze er vanaf met een kleine schaafwond. We trokken verder  door een prachtig duingebied met de nodige duinbeklimmetjes (oef). Twaalf kilometer naar Camp Twilight Beach was het doel de eerste dag.

Aan het einde van het strand, net voor de ingang van het kampeerterrein stond een lange jongeman met lang zwart golvend haar ons op te wachten. Beetje excentriek. Hij stelde zich netjes voor. Norbert uit Italië. Hij vroeg hoeveel kilo wij meetorsten… Veel te veel antwoordde wij. Maar Norbert droeg 45 (!) kilo met zich mee, waaronder een stapel handdoeken, een grote camera, een flinke tent en eten uit blik. Hij reisde wat rond en liep niet de Te Araroa maar überhaupt bewonderingswaardig dat hij zover was gekomen.

Verder op het kampeerterrein zelf troffen we twee uitgeputte Canadese meiden aan. Wij voelde de kilometers ook, maar op zich ging het best heel goed. Wij waren dan ook niet verdwaald (door hulp van onze verrekijker) in de duinen zoals deze meiden.

Ninety Mile Beach

De volgende ochtend vertrokken we al vroeg, voelden ons kiplekker en liepen vol goede moed richting Ninety Mile Beach. Niemand weet waarom dit strand zo heet, want het is iets van 80 kilometer, maar we kunnen jullie vertellen dat de gevoelsafstand zeker 90 Mile is… Na een prachtige maar steile afdaling met behulp van trappen stonden we op Ninety Mile Beach, vanaf dat moment leefden we met het getij, aan de rechter kant de mooie, azuurblauwe maar ruige zee en aan ons linkerhand de duinen met daarachter bos. De zon scheen in onze rug (in Nieuw-Zeeland kun je maar het beste een tuin op het Noorden hebben) en ook de wind hadden we mee. Mooi maar op den duur eentonig. Er is namelijk bijna geen leven op het strand. Hier en daar een meeuw of een andere zeevogel. Tijdens eb scheuren er af en toe auto’s en van die 4×4 bussen langs. Hier en daar een wandelaar en er wordt ook tijdens eb naar Tua Tua (schelpdier) gezocht. Het grootste deel van de tijd ben je alleen en zie je kilometers lang niets of niemand. De Canadese meiden hadden het dan ook snel gezien en die kwamen we op het einde van de tweede dag tegen achterin een pick-up truck… of we ook een lift wilden. Wij wilden gewoon stug doorwandelen naar het volgende kampeerterrein en de meiden hebben we sindsdien nergens meer gezien. Van de kampeerterreinen moet je je overigens niets voorstellen. Er is namelijk niks, behalve, als je geluk hebt, drinkwater en een soort houten hut met een Dixie toilet.

Vastgeraakte Françaises en de reddeloze zeehond

Na de tweede dag (28 km) op het strand volgende een nog langere derde dag (30 km). Aan het einde van deze dag waren we wel klaar met het strand, maar het vooruitzicht op twee kortere dagen deed ons doorgaan. We eindigde die lange dag in Utea Park. Er was weliswaar nog geen verbinding met de rest van de wereld, maar het was een idyllisch plekje met lieve mensen. We namen een cabin, er was bier, een straaltje wat voor douche doorging en gehinnik van wilde paarden op de achtergrond. Het was perfectie! De volgende dag begonnen we wat later want we hadden maar 18 km te gaan die dag. Na een tijd ontwaarde we iets in de verte. Wat was het waar de zee mee speelde? Het bleek een bumper te zijn van een auto. Toen we het ding al een tijd gepasseerd hadden en achterom keken zagen we een auto stoppen bij de bumper. Een jonge vrouw stapte uit en pakte, onhandig door de wind, de bumper. En ze zoefden weer door. Wij dachten nog ‘als dat maar goed gaat’ want het water stond bijna op zijn hoogst. Een uur later zagen we een auto ingezakt in het zand met de zee onder zich. Het was de bumperauto en de jonge vrouw verscheen uit de duinen. Het was een Française en had de avond ervoor de bumper verloren. Haar reisgenote zocht hulp en zij had alle spullen al uitgeladen. Wij konden haar geruststellen dat het getij niet hoger zou komen. Later die dag scheurden ze al toeterend en uitgelaten langs ons.

Toen we onze tocht vervolgden zagen we een zeehondje op het strand. Eerst dachten we dat het dood was, maar toen bewoog het… We probeerde nog een Lenie het Hart actie. Trokken onze schoenen uit en halveerden onze afritsbroeken. We brachten het beestje zover mogelijk de zee in. Maar het lukte het zeehondje niet om de branding door te zwemmen, het was te zwaar gewond. We konden niet anders dan het achterlaten.

Ahipara

We eindigen de strandetappe in het plaatsje Ahipara. Er is een prachtig begroeide camping met alles erop en eraan. Er is weer een telefoonverbinding en een beetje internet. We maken de balans op en bereiden ons voor op de volgende etappe. We beginnen een beetje te wennen aan de verschillende pijnen, schaafwonden van de rugzak en de ontembare honger en verlangen naar een lekkere maaltijd. Morgen gaan we weer voor een dag of vijf de wildernis in. Eten en water mee en geen telefoon- of internetverbinding.

 

Nieuw-Zeeland is dus echt heel erg ver weg

Natuurlijk, je ziet het op de wereldkaart, je weet dat er een halve dag tijdsverschil is en dat het een uurtje of 22 à 24 vliegen is zonder de tussenstops meegerekend. Maar als je dan urenlang in zo’n vliegtuig zit… van continent naar continent vliegt, het nacht, dag, weer nacht en het op de eindbestemming weer dag ziet worden, dan ervaar je pas echt hoe ver weg het is. Je bent geradbraakt en ik lijk altijd een halve griep op te pikken op zulke lange vluchten. Hoe dan ook we zijn er!

Auckland

Gelukkig verbleven we de afgelopen dagen in Auckland om te acclimatiseren en de laatste zaken te regelen zoals een simkaart, hutpassen, een kompas en gevriesdroogd eten. Verder slapen we op de verkeerde tijden, bezochten we een museum, zijn we naar de film geweest en eten we onze buikjes rond nu het nog kan.

Auckland is een heerlijke overzichtelijke stad waar alles binnen het centrum op loopafstand is. Het is ruim en voor onze begrippen niet druk. Er hangt een relaxte sfeer en iedereen is inderdaad bijzonder vriendelijk. Nieuw-Zeeland mag dus heel ver weg zijn, maar je voelt je er snel thuis. Morgen vertrekken we richting het noorden. Daar overnachten we op een camping in het plaatsje Awanui van waar uit wij maandag naar Cape Reinga afreizen en aan onze wandeltocht gaan beginnen.