Blogs

Rail away door Vietnam deel 2 – van Hué naar Hanoi

Onze laatste treinetappe was een etappe van 15 uur, van Hué naar Hanoi. Dit keer namen we de nachttrein. We hadden eerste klas soft sleepers, vier bedjes in één cabine. De andere opties waren hard sleepers, of te wel 6 planken in één cabine, of stoelen. Perfect op tijd kwam de trein weer aan en in onze cabine lagen al twee Vietnamese medepassagiers. Deze mannen waren gelukkig van het rustige soort. Ze snurkten misschien een beetje, maar dat kwam niet uit boven de treingeluiden. Want wat schudde en schokte de trein. Ondanks het rollen en schudden in bed, sliepen we aardig.

De volgende ochtend waren onze cabinegenoten al snel bij hun bestemming en niet veel later arriveerde er een nieuwe passagier. Een oude man, flinke rugzak, legerhelm op, houten stok in de hand. De Vietnamees bleek nogal een kletskous. Hij bleef maar tegen ons aan kletsen in het Vietnamees, wilde met ons op de foto en nouja eigenlijk begrepen we er natuurlijk helemaal niets van wat hij nou wilde of zei. Ik keek op mijn horloge en zag dat de reis nog tweeënhalf uur duurde… dat waren lange uren want de oude man gaf niet op. Een Vietnamees Hanoi lied dat luid uit de speakers galmde verloste ons, het eindstation was in zicht.

Straten in de Old Quarter

Hanoi is echt weer heel andere stad dan Ho Chi Minhstad met een hele eigen sfeer. Alleen het verkeer gedraagt zich uiteraard net zoals in Ho Chi Minhstad: toeteren en dan extra gas geven. We verbleven in de Old Quarter. Hier kun je ronddwalen door de straten. Het leuke hieraan is dat de straten in deze wijk hun specialistische koopwaar hebben, kleine winkeltjes op een rij die allemaal hetzelfde verkopen. Zo heb je een kruiden straatje, een garen straatje, een feestartikelen straatje, een bamboestokken straatje, maar ook een vogelkooitjes straatje en een plakband straatje en ga zo maar door. Je kunt het zo gek niet bedenken.

Hanoi

Verder heb je uiteraard in Hanoi ook andere bezienswaardigheden. Zo is er de French Quarter met zijn koloniale gebouwen, het Ho Chi Minh plein met het Mausoleum van Ho Chi Minh, het gemoedelijke Hoan Kiem meer, er zijn tempels en pagodes en natuurlijk ook verschillende musea zoals de beruchte Hỏa Lò gevangenis, ook wel het Hanoi Hilton genoemd. Deze gevangenis werd gebouwd door de Fransen waar ze politieke gevangenen vasthielden onder erbarmelijke omstandigheden. Gruwelijke martelpraktijken en het gebruik van de guillotine werden niet geschuwd. Tijdens de Vietnamoorlog kwamen hier Amerikaanse krijgsgevangenen te zitten. Ook zij verbleven in slechte omstandigheden en werden gemarteld. Dit deel van de geschiedenis werd in het museum anders geportretteerd en leek het alsof de Amerikanen daar best een goede tijd hadden.

Keuzestress

Vanuit Hanoi kun je verschillende tours doen naar indrukwekkend natuurschoon: Ha Long Bay en Sapa. We wisten dat we in ieder geval naar Ha Long Bay wilden, maar hoe en hoelang daar waren we niet uit. Er waren zoveel mogelijkheden voor ieder budget en er waren zoveel bedrijfjes die tourtjes aanbieden. Daarbij lees je veel online, want je wilt natuurlijk het beste tegen een redelijke prijs. En als iedereen je een tour door de strot wilt duwen en je leest al die reviews en je weet dat het mega toeristisch zal zijn…dan denk je waarom zullen we nog gaan. Maar het moet nu eenmaal een prachtig mooi natuurwonder zijn… Uiteindelijk kozen we voor een dagtour ipv meerdaagse cruises. Dat betekende vroeg weg en laat weer in het hotel voor een paar uurtjes op het water.

Ha Long Bay

Ha Long Bay is een baai met zo’n 2000 kalkstenen eilandjes en rotsen. Deze baai staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Kortom de moeite van een bezoekje waard. ’s Ochtends vroeg vertrokken we en een uurtje of 3 a 4 stapten we op een boot alwaar we lunchten terwijl de boot, tezamen met tientallen andere boten, richting de eilandjes voeren. Het was geen zonnige dag, maar een beetje mistig en dat gaven de rotsen en eilandjes met hun vreemde vormen een mysterieus aangezicht. We stopten bij een drijvend vissersdorpje waar armoe troef was voor de bewoners en daarna bezochten we één van de grotten die in sommige eilandjes schuilen. Deze grot leek meer op een discogrot. Kermisverlichting kleurde de grot rood, paars, groen, geel, etc… en de gids hoorde je niet meer boven de andere gidsen met hun groepen uit. Ha Long Bay is mooi, maar door het megatoerisme verliest het wel zijn charme. De terugweg duurde uiteraard lang en vanwege het verkeer koos de buschauffeur een andere route. Blijkbaar deed hij dat niet zo vaak, want een paar keert trapte hij vol op de rem om aan iemand de weg te vragen. We reden door het platteland en weliswaar was er niet zoveel verkeer maar een overstekende koe zorgde wel voor verhoogde adrenaline…

Stappen met George

Tijdens de Ha Long Bay tour ontmoette we George. Een Engelsman woonachtig in Berlijn. Het klikte en hij verbleef ook nog een tijdje in Hanoi dus we hadden afgesproken om af te spreken en zo geschiedde. We aten wat en dronken cocktails om vervolgens verder de Old Quarter in te duiken, de jonge Vietnamezen en de backpackers namen de straten over en inmiddels waren de verschillende winkeltjes die de straten overdag bevolkte nu omgetoverd in eetgelegenheden met de kleine krukjes en tafeltjes midden op straat. Hanoi bruist. We vonden een bar waar we nog konden zitten. Op de bovenste verdieping was het rustig en zat er een stel aan ballonnen te lurken. Lachgas ballonnen zijn een ding zo bleek. De grootste lol hadden ze en dat moest natuurlijk gefilmd worden. Toen we ’s avonds laat onszelf door het uitgaanspubliek, hier en daar iemand kotsend, heen worstelden richting hotel viel er iets op. Het verkeer leek verdwenen en de lucht was koeler. Heerlijk!

Thuis

De laatste dagen in Hanoi hebben we niet veel gedaan. We waren er toe om naar huis te gaan. We hebben zoveel gedaan en gezien dat je het soms allemaal niet meer kunt bevatten of in je opnemen. Een lange reis hadden we voor de boeg met een tussenstop van 6 uur op Singapore. Maar een tussenstop op Singapore is geen straf. Het is een groot vliegveld met vele winkels en eetgelegenheden, maar het mooiste zijn nog de gratis bioscopen, gameruimtes en de vlindertuin. Genoeg te doen dus om de tijd door te komen! Nu dus weer thuis en we genieten van dat het hier koeler is qua weer, dat we weer onze eigen maaltje koken en alle andere geneugten die alleen thuis zijn. Zelfs een vijfsterren hotel kan niet tegen thuis op! 🙂

 

Rail away door Vietnam deel 1 – Saigon naar Hué

Vanuit Bangkok vlogen we met Air Asia naar het drukke Ho Chi Minh City oftewel Saigon. Bij aankomst keken we onze ogen uit. Overal waar je keek waren scooters en op de een of andere manier flowt iedereen tussen het verkeer door waardoor het bewonderenswaardig nog goed gaat ook. Na een toeterend taxiritje arriveerden we bij ons hotelletje. Midden in de stad boven een Indiaas restaurant. Na wat te hebben gegeten verdiepten we ons nog wat meer in de heftige jaren die dit land heeft gekend en twee dingen stonden dan ook hoog op ons bezienswaardigheidslijstje: Het oorlogsmuseum en de Củ Chi tunnels.

Het oorlogsmuseum

Een relatief simpel ingericht museum, maar wat was het indrukwekkend. Vietnam heeft 30 jaar oorlog gekend en al werd het verhaal in dit museum wellicht wat eenzijdig verteld (communisten zijn de helden en Amerikanen het kwaad) werd het wel erg goed duidelijk wat de impact van de oorlog is geweest. Eerst hebben de Fransen hier flink huisgehouden met hun middeleeuwse martelpraktijken en daarna kwamen de Amerikanen. De Amerikanen hebben vele vele bommen geworpen en het zal dan ook nog 300 jaar duren voordat alle bommen en mijnen zijn opgeruimd. Het is dan ook niet verstandig om in Vietnam van de paden te wijken. Maar wat op ons de meeste indruk heeft gemaakt waren de verhalen en foto’s van de slachtoffers van Agent Orange. Tijdens de oorlog hebben de Amerikanen chemische wapens gebruikt waardoor er vele mensen stierven en misvormd raakten. De effecten hiervan houden 5 generaties aan, de Vietnamezen zijn nu bij generatie 3. Je ziet dan ook erg veel misvormde mensen, ouderen en kinderen met huidziektes of ontbrekende ledenmaten.

Củ Chi tunnels

Een andere oorlogsbezienswaardigheid zijn de Củ Chi tunnels. Hier hebben de Vietnamezen een groot deel van hun overwinning aan te danken. Een verborgen tunnelstelsel in de jungle van ruim 200 km. De gangen zijn klein, te klein voor grote Amerikanen en ze hebben geheime ingangen. Mochten de Amerikanen de donkere tunnels toch betreden dan wachtten er daar aardig wat boobytraps op hun. Na een rondleiding over het terrein en de tunnels bleek hoe inventief de guerillastrijders waren en hoe eng het voor de Amerikanen moet zijn geweest.

Cao Dai tempel

Maar voordat we de tunnels aan deden bezochten we de Cao Dai tempel. Een bijzonder mooie plek waar het Boeddhisme, Islam, Confucianisme, Taoïsme, Vietnamees spiritualisme en het Christendom samengesmolten zijn in het Caodaïsme. Om 12 uur was daar het gebed, zowel mannen als vrouwen in het wit gehuld. Bijzonder om daar bij aanwezig te mogen zijn. De foto’s spreken verder voor zich.

Een aflevering van Rail away

Na 3 dagen verlieten we de drukke stad om per trein naar het noorden te reizen. Vanuit Saigon naar Hanoi is het een tocht van ruim 30 uur. Deze reis deelden we in drieën. De treinen zijn goed, relatief goedkoop, rijden stipt op tijd en tuffen door rijstvelden, dwars door dorpjes en over kliffen noordwaarts.

De Russen

Onze eerste stop was de kuststad Nha Trang. Een Benidorm voor Russen. Eigenlijk valt er niet al te veel over te zeggen. Behalve dat de ‘rijke’ Rus net als zijn Chinese gelijke erg luidruchtig en onbeleefd zijn tegen alles wat lager in rang staat. Dit alles valt extra op als ze met velen zijn. Fascinerend om te zien, maar het was goed om snel weer per trein te vertrekken.

Hué

Stipt op tijd reed de trein Hué binnen. Een niet al te grote stad, maar in het verleden wel een zeer belangrijke stad, de keizerlijke hoofdstad. De Verboden Purperen Stad en de graven van oude keizers zijn er te vinden, maar de stad was ook tijdens de Vietnamoorlog een belangrijke strategische stad. De stad ademt een fijne sfeer. Het is een studentenstad en dat zijn bijna altijd fijne plaatsen, zo vinden wij. Ons hotel, Hué Garden Villa Hotel, lag verborgen in een klein steegje midden in het centrum. Het was in één woord top! Fruit, sapjes, uitgebreid ontbijtmenu, zwembad en dat alles voor 17 euro per nacht. Het personeel trok het begrip hospitality naar een geheel nieuw level, het was of we in een 5 sterren hotel waren maar dan in een familiaire sfeer. De laatste avond werden we met nog een aantal andere hotelgasten uitgenodigd voor een overheerlijk (gratis) diner. Ze wilden een aantal gasten bedanken voor de fijne tijd.. nou dan smelt je hart toch.

Achterop de motor

Uiteraard word je ook in Hué overweldigd door de velen bureautjes waar je een tour kunt boeken. Maar bij onze vrienden van het hotel konden we ook een tour boeken; achterop de motor bij twee familieleden. Nou dat wilden we wel en het was meer dan geweldig! Nu heb ik mijn motorrijbewijs en vind ik het daardoor extra spannend om bij anderen achterop de zitten, maar deze twee mannen zoefden ons relaxed naar alle bezienswaardigheden. Niks geen volle tourbusjes, maar in de wind door de stad en over het platteland. De graven, pagode en de verboden stad waren zeer de moeite waard. Een bijzondere plek was achter de pagode waar de auto staat van een monnik die in 1963 zichzelf in Saigon in brand stak. De foto met de brandende monnik en de auto hangt er achter. Maar ook de graven waren indrukwekkend. De verboden stad is in de Vietnamoorlog erg beschadigd, al is er inmiddels weer veel opgebouwd. Hué, een echte aanrader.

Eerder terug dan gepland

Momenteel zitten we in Hanoi en zijn we ook naar Halong Bay geweest. De blog deel 2 van PriDe’s Rail away zal binnenkort verschijnen. Maar eerst nog een kleine mededeling: volgende week woensdag, iets eerder dan gepland, komen we naar huis. De reden hiervoor is dat mijn moeder eind maart een zware operatie moet ondergaan. Niet levensbedreigend, maar wel iets pittiger dan een blindedarmoperatie. Ondanks dat ze er natuurlijk op aandrong dat we moesten blijven werd ze toch wel heel erg blij toen we haar vertelden dat we op tijd terug zijn. Het extra duwtje in de rug was ook het overlijden van een dierbaar iemand deze week. Mijn oud oom, maar meer een opa voor mij, is zeer onverwachts overleden. Dat zette ons ook aan het denken dat het extra belangrijk is om bij familie te zijn.

Iets meer dan 5 maanden hebben we rondgereisd en het was FANTASTISCH!! Maar het mooie aan reizen is ook de terugkeer naar huis met een hoofd vol mooie herinneringen!

 

Blij verrast door Bangkok

Eerlijk gezegd zagen we er een beetje tegen op om naar Bangkok te gaan. Zo’n hete grote stinkstad… maar het is nu eenmaal een superhandig punt om je reis door Azië verder te vervolgen of om nog één en ander te regelen.

Dit keer ging de, toch wel weer lange reis, zeer voorspoedig. We vertrokken om 10:15 ’s ochtends met de ferry en een kleine 2 uur later stonden we weer op het vaste land. Daar stond een tourbus op ons te wachten die ons naar Bangkok bracht. Om 20:30, stipt op tijd, kwamen we aan. Een taxi bracht ons naar onze containerhostel. Onderweg, toen we in de straat reden waar ons hostel bij lag, zagen we behoorlijk wat bars die flink bezocht werden. De taxichauffeur begon erg te giechelen. Wij, nog versuft van de lange reis, lachten wat mee en zeiden dat je daar vast leuk kon feesten.

Later, toen we weer door dat deel van de straat liepen begrepen we onze giechelende taxichauffeur. Onder andere was daar een Hooters bar. Dat was de rustigste bar waar mannen op hun gemak een krantje konden lezen. Al die andere bars waren van een grote luidruchtigheid waar mannelijke sekstoeristen naar binnen werden gelokt door de Thaise vrouwen. Het was treurig om te zien, zeker de te jonge meisjes in bugs bunny jurkjes die nog maar wat sterke drank achteroversloegen en een klant probeerde te scoren…

Het paleis en de koning

Onderweg in Thailand zagen we uiteraard veelvuldig de afbeelding van de koning. Op zich niets bijzonders. Maar we zagen ook regelmatig rouwlinten en mensen met zwarte strikjes opgespeld. We sloegen er eigenlijk niet zoveel acht op. Toen wij de ‘Grand Palace’ bezochten realiseerden we dat we nieuws hadden gemist. In oktober vorig jaar was de koning overleden, waarschijnlijk toen wij ergens door een modderbos in Nieuw-Zeeland aan het heenploegen waren. Hij was erg geliefd bij de bevolking en we zagen dan ook veel Thai hun respect betuigen bij het paleis.

Het paleis en de tempels waren echt schitterend, het is veel goud wat er blinkt. Het is een behoorlijk terrein waar je onder andere kunt komen met een boot. Op de Menan rivier varen de rivierschepen, taxibootjes en alles wat er tussenin zit kriskras door elkaar, maar het is een heerlijke manier om van a naar b te reizen in Bangkok. Ook is het heerlijk om over het paleiselijk terrein te dwalen. Het is druk, maar evengoed aangenaam, er is gewoon veel te zien.

Vele contrasten

Na drie dagen Bangkok kwamen we tot de conclusie dat we het eigenlijk wel een leuke stad vonden. Veel leuker dan Kuala Lumpur bijvoorbeeld. Waarom dat precies is weet ik eigenlijk niet. Want het is ook echt een grote drukke hete stinkstad. Je ziet hier ook veel meer armoede, het verschil tussen arm en rijk is groot. Op straat zie je mensen tot de bedelstaf veroordeeld omdat ze invalide zijn, oude mensjes die iets proberen te verkopen en ook wijkjes die nog net geen krottenwijkjes zijn. Daarnaast zie je weer vele enorme luxe shoppingmalls. Er is een mall met uiteraard alle luxe dure kledingmerken, met exclusieve restaurantjes, maar daar is ook, op de derde verdieping nota bene, een uitstalling van Maseraties, Rolls Royles’, Aston Martins, Porsches etc. etc. En wat misschien wel het bizarste is dat er onderin deze mall een enorm aquarium huist. Je kunt er gewoon in duiken als je dat zou willen om te zwemmen met haaien. Er is een complete onderwaterwereld gecreëerd inclusief pinguïns! We zijn hier overigens niet in geweest.

We hebben in drie dagen tijd een klein deel gezien van deze enorme stad. Maar we voelden ons er wel prettig en dat hadden we simpelweg niet verwacht. De lieve mensen in het containerhostel waar we verbleven droegen daar ook aan bij. Het was een familiebedrijfje waarbij iedereen zijn steentje bijdroeg. We raakten een beetje ontroerd door de oma die bij ons vertrek nog een geurende bloem plukte voor ons ieder.

Ho Chi Minh City

Vanuit Bangkok vlogen we naar Ho Chi Minh City, oftewel Saigon. Ons startpunt om Vietnam te verkennen. Bangkok was druk en heet, maar dat viel in het niet bij deze Vietnamese stad met zijn plusminus 10 miljoen inwoners en 8 miljoen scooters… gekkigheid! Inmiddels hebben we deze stad ook achter ons gelaten en reizen we met de trein langzaam richting Hanoi. Later meer over onze belevenissen in Vietnam.

Een helse tocht naar Koh Tao

We konden natuurlijk niet eeuwig op ons paradijseiland Langkawi blijven. Ondanks al het moois lonkte er een duikavontuur. Voor mij dan, en Deb vond het helemaal niet erg om ergens anders te chillen. Onze volgende stop zou het kleine Thaise eilandje Koh Tao worden, bekend van de vele duikscholen waar je voor een prikkie, maar wel professioneel, je duikcertificaat kunt halen.

Beetje complex

Als je de kaart er bij pakt dan zie je dat Koh Tao aan de andere kant van het vaste land ligt. Dat maakte de reis vanuit Langkawi er naar toe wat complex. Tenminste in Thailand dan, want in Maleisië zou zoiets met zijn goed georganiseerde openbaarvervoersysteem gemakkelijk zelf te regelen zijn. De keuze was om óf alles ter plekke te regelen (eerst ferry, taxi naar busstation, met bus naar plaats, overstappen op trein of bus en dan weer een ferry) óf een totaalpakketje op Langkawi boeken. Het eerste zou ons een dag of drie reistijd kosten en bij de tweede optie zouden we in één keer gaan en een reis hebben van bij elkaar 24 uur. Na wat uitzoekwerk kwamen we tot de conclusie dat beide mogelijkheden het zelfde zou kosten, maar bij het pakketje hoefden we niets ter plekke uit te zoeken wat ons uiteindelijk veel tijd zou schelen. Al met al ideaal. Bij het kleine kantoortje in Langkawi was een zeer vriendelijke Indiase jongeman die ons het pakketje verkocht. Hij was niet erg te spreken over zijn Thaise ‘collega’s’ en raadde ons dan ook aan om de laatste etappe, de nachtboot naar Koh Tao, niet bij hem te boeken maar bij de boot zelf, dit omdat deze weleens niet gaat of volgeboekt is en dat je dan kan fluiten naar je munten. Een top tip bleek later.

Daar gaan we

Om half acht stond de Indiase jongeman keurige voor onze hostel om ons naar de ferry te brengen op Langkawi. Hij regelde aldaar de ferrytickets en overhandigde ons een envelop met een naam erop. Onze contactpersoon in Thailand. Wij dachten dat er tickets in de envelop zaten, maar het bleek geld te zijn.

Bij aankomst in Thailand stond er inderdaad keurig een man te wachten die ons naar de bus zou brengen. Echter vertelde hij ons dat we bij hem kaartjes moesten kopen voor de nachtboot wilden we zeker weten dat die niet vol zou zijn. Met een beetje argwaan kochten we het kaartje, maar zijn argumentatie over de drukte van de full moon party’s op de eilanden maakten dat we overstag gingen.

We kregen stickertjes opgeplakt met onze bestemmingen en daar gingen we. Eerst met een open taxitruck naar een minivan die ons naar Hat Yai zou brengen. Een rit van ongeveer 2 uur. En op elke lokatie was er weer een persoon die dan weer regelde dat we tickets hadden (of iets wat daarvoor moest doorgaan) voor de volgende etappe. Van Hat Yai reden we in een uur of 5 naar Surat Thani waar de nachtboot zou vertrekken.

Snelheidsduivels

De trajecten met de twee busjes gingen chaotisch en erg snel, alle andere voertuigen leken stil te staan! De chauffeurs leken wel kamikaze piloten die door het redelijk ongeregelde verkeer heen sjeesde met duivelse snelheden. Af en toe hard op de rem staand, midden op de snelweg, om iemand te droppen of een pakketje op te halen. De taxibusjes zaten tot de nok gevuld met bagage en dozen en daartussen gepropt de passagiers, niet erg comfortabel…

Aangekomen bij Surat Thani, inmiddels al donker, werden we door het busje bij een soort halte midden in een wijkje gedropt. De laatste reizigers, twee Amerikanen, een Argentijnse en wij waren nogal verbaasd.. We zouden namelijk bij de nachtboot worden afgezet. Zodra we de bus uitstapten kwamen de volgende tussenpersonen ons ophalen, dit keer waren het twee vrouwen. Ze vertelden ons dat de nachtboot vol was en dat we met deze kaartjes de ochtendboot op konden. Uiteraard waren we hier alle vijf niet over te spreken, maar ja.. we waren te ver van de boot en de vrouwen beschikten over onze tickets voor de boot. Ze loodsten ons naar een goedkoop schimmel hotel waar we besloten om met zijn vijven een kamer te delen. De Amerikanen en wij crashten alle vier meteen op onze bedden, maar de Argentijnse gaf haar bed een grondige inspectie.. ze had tijdens het reizen wat bedbugs gespot en dit leek haar ook zo’n hotel… wij waren zo moe dat we het liever niet wilden weten.

Voor het blok

De volgende ochtend moesten we om 6 uur klaar staan. Om tien voor zes werd al op de deur gebonkt. Dat waren de vrouwen, maar op één of andere manier konden alleen de andere drie mee, wij zouden later worden opgehaald. Twee uur later kwamen ze weer terug met het verhaal dat onze tickets niet geldig zijn voor de ochtendboot en dat we moeten wachten tot 16.00 uur of we moeten extra betalen om de boot van 10 uur te kunnen pakken. Op dat moment ontvlamde er iets in mijn hoofd! Gelukkig heb ik de mini woedeuitbarsting in de perken kunnen houden. De vrouwen excuseerden zich en gaven natuurlijk andere organisaties de schuld. Uiteindelijk hebben we onderhandeld en zaten we om 10 uur op de boot naar Koh Tao.

De zee was ruig tijdens de boottocht. De boot zigzagde zich een weg door de golven. Wij hadden gelukkig pilletjes op, maar vele mensen waren wit weggetrokken. Onderweg stopten we bij twee party eilandjes waar gelukkig het merendeel van de buideldragende-plakplaatjestattoo-types afstapten. Na 6 uur op de boot en 33 uur in totaal, kwamen we dan eindelijk aan op Koh Tao!

Duikeiland

Koh Tao is toeristisch, maar nog net niet op een vervelende manier. Het publiek bestaat voornamelijk uit mensen die komen duiken. Tuurlijk zijn er barretjes en vele restaurantjes (echt heerlijk!), maar een feesteiland is het niet… de hoofdmoot is duiken en dat is een prettige vibe.

Via internet had ik een Nederlandse duikschool gevonden, Impian Divers. Een duikschool met uitstekende reviews en Nederlandse instructeurs. Normaliter proberen wij alles wat met Nederland te maken heeft te mijden in het buitenland, maar je duikbrevet halen in je eigen taal is toch wel erg comfortabel. En comfortabel was het! Het contact verliep vooraf erg makkelijk, denk aan snelle en heldere reacties op je mailtjes, maar ook de lessen waren top. In drie dagen tijd leer je in een groepje van maximaal 4 mensen de theorie en praktijk van het duiken. Elke dag heb je een paar uur theorie in een lokaaltje en maak je in de middag 1 of 2 duiken. Het theoriegedeelte wordt afgesloten met een examen en voor het praktijkgedeelte moet je allerlei oefeningen doen die de instructeur goed moet keuren. In totaal maak je 5 duiken waarvan 2 funduiken (dan hoef je geen oefeningen te doen). Het was in een woord fantastisch, wat is de onderwaterwereld toch ontzettend mooi! Impian Divers is echt een aanrader.

Westers eten en drinken

Op Koh Tao is zo ongeveer alles te krijgen, zo ook westers eten zoals pizza’s en hamburgers. We moeten regelmatig terugdenken aan ons bezoek aan de Travelclinic in Christchurch. Daar hadden we een Schotse arts die ons vooral tips gaf over leuke wandelroutes en daarna adviseerde over malaria en welke inentingen we moesten hebben. Daarna moesten we naar de verpleegster, een gezette oudere vrouw met bloemetjesjurk, die ons inlichtte over de gevaren in de tropen. Zo konden we beter maar geen westers voedsel tot ons nemen in Azië, zo zei ze terwijl ze nog een bonbonnetje naar binnen werkte die de magere Schotse arts haar aanbood. Want, zo zei ze, dat kunnen ze daar niet goed. Nu zijn we dol op Thais en ander Aziatisch eten, maar soms… en tot nu toe, iig in de grote steden en toeristische plaatsen waar we zijn geweest, hebben we in hippe tentjes (waarvan veel vegan en vega keuzes) ook hele goeie salades, pizza’s en ontbijtjes gegeten.

Vanmorgen nog, voordat we naar onze favoriete strandje gingen, ontbeten we heerlijk. Gewoon prima brood en roerei en smoothies enz enz. De Thaise eigenaar van dit tentje begroette ons enthousiast in het Duits, en opeens hoorden we op de achtergrond Duitse rap. Toen Deb wilde afrekenen begon hij behoorlijk vloeiend in het Duits te praten. Dus zegt ze in het Engels dat zijn Duits heel goed is maar dat wij Nederlands zijn. De kokkin proestte het uit van het lachen, gelukkig kon hij er zelf ook om lachen.

Conclusie

We zijn weer op een paradijselijk eilandje beland, zowel onderwater als boven water. De Thai is zeker anders als de Maleisiër, maar ook superlief ook al moet je soms wat alerter zijn. De helse tocht zijn we door het fijne verblijf weer bijna vergeten… en een duikbrevet draagt daar zeker aan bij!

 

Eindelijk vakantie

Na Nieuw-Zeeland, Singapore en Kuala Lumpur waren we wel toe aan vakantie 😉 Dat wil zeggen; zon, zee en strand en verder heel weinig. Maar voordat we onze lauweren lieten rusten op een tropisch eiland hadden we nog één tussenstop: Georgetown.

Maleisië is één van de rijkere landen in Zuidoost Azië. We hebben zelf de andere landen nog niet bezocht, maar we vinden Maleisië goed georganiseerd en er behoorlijk aangeharkt uitzien. Dat dit zo is hebben we ook begrepen van andere reizigers die veel in Azië hebben gereisd. Reizen door het land gaat dan ook soepel. We namen vanuit Kuala Lumpur de intercity naar Buttersworth, een reis van vier uur. Vanuit Buttersworth neem je dan de Ferry naar Georgetown wat op het eiland Penang ligt. Een tocht van hooguit een kwartier.

Georgetown

Het oude centrum van Georgetown staat op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het staat bekend om het lekkere eten verkrijgbaar in de vele eetstalletjes, de koloniale bouwwerken en graffiti van de Litouwse Ernest Zacharevic. Georgetown is zeker geen kleine plaats, er wonen bijna een miljoen mensen. Het is een chaotische stad met kleine straatjes en druk verkeer. Zoals je dat voorstelt bij een Aziatische stad.

Moskeeën, Hindoeïstische en Chinese tempels

Maleisië kent, net zoals Singapore, drie grote bevolkingsgroepen; Maleisiërs, Chinezen en Indiërs. De Islam is de officiële godsdienst, maar dat betekent niet dat andere religiën verboden zijn. Je ziet dan ook een kleurrijke afwisseling van moskeeën, hindoeïstische en Chinese tempels met evenveel kleurrijke mensen. In Georgetown heb je dan ook een Chinatown en een Little India, maar op kleinere schaal dan in Singapore. In Singapore vonden we Chinatown, ondanks de drukte, op de een of andere manier sereen, rood, de kleur van geluk, voerde de boventoon en de Chinese muziek was rustgevend. Little India overrompelde ons, uiteraard was het ook druk, maar de felle kleuren, de diverse harde muziek uit de winkeltjes en al het goud wat er blonk was voor ons een beetje teveel. In Georgetown was het allemaal gemoedelijker en leek het wat meer in elkaar over te vloeien. En al die verschillende culturen leidt ook tot grote diversiteit aan lekker eten.

Langkawi

Twee dagen in het hete Georgetown waren genoeg voor ons. Vanuit daar namen we de Ferry naar Langkawi. Een boottocht van bijna 5 uur in een volle boot waarin we vastzaten als sardientjes in blik. Langkawi heeft alles in zich om een enorm feesteiland te zijn. Het is een belastingvrij eiland dus drank en sigaretten zijn spotgoedkoop, het heeft prachtige witte stranden maar het is ook groen, het heeft lekkere eettentjes en barretjes en er zijn genoeg activiteiten om je te vermaken. Maar een feesteiland is het niet, toeristisch is het wel, maar helemaal niet druk, het is heel gemoedelijk. Ook onze hostel droeg bij aan het relaxte vakantiegevoel. We verbleven in The Crowded House, een simpel en goedkoop verblijf, maar schoon, kleurrijk en heel gezellig. Het jonge Franse stel dat deze plek runt zorgt voor lekkere BBQ’s dus voor je het weet zit je avondenlang gezellig te borrelen met andere vakantiegangers. Kortom voor ons een ideale vakantiebestemming!

Op de scooter

Op Langkawi kun je zonder problemen een scooter huren om het eiland mee te verkennen. De wegen zijn goed, er is weinig verkeer en het verkeer dat er is houdt rekening met scooters. En het is heerlijk op de scooter. Het is natuurlijk tropisch warm, de thermometer heeft de 40 graden wel aangeraakt tijdens ons verblijf, maar op de scooter voel je de verkoelende wind. Je rijdt door het Langkawese leven, wuivende palmen, overstekende varanen, eetstalletjes met laksa, nasi en roti canai, makaken die langs de weg elkaar zitten te vlooien of hun buit uit de vuilnis verorberen, kleurrijke gehoofddoekte vrouwen die ook op de scooter rondscheuren, mooie gebouwen en oude krotjes, prachtige en rustige witte stranden, het is er allemaal.

Maleisiërs

We ervaren de Maleisiërs als hele lieve vriendelijke mensen. Ze zijn vaak ook nieuwsgierig naar je, op een leuke manier. Wij zijn alleen in Kuala Lumpur en op toeristische plekken geweest, maar ik kan me voorstellen dat als je in minder toeristische plaatsen komt je veel bekijks kan hebben als Europese vrouw. In Kuala Lumpur ervaarden we het een beetje en in de trein onderweg naar Buttersworth zat een Scandinavisch gezin waarbij een Maleisisch stel graag op de foto wilden met hun oudste blonde dochter.

Contrasten

Maleisië is islamitisch wat betekent dat de vrouwen bedekt gekleed gaan, dus daar wil je dan ook wel rekening mee houden. In Kuala Lumpur droegen we lange broeken. In de meer toeristische plaatsen zie je veel meer diversiteit en kan korte broek ook prima. Terwijl ik dit schrijf, aan het strand, zag ik een Jetski bestuurd door een Maleisische jongen in zwembroek met achterop een blond meisje in bikini en ze versleepten een bananenboot met daarop een Arabisch stel, de vrouw in burka met haar man, gekleed in lange broek en korte mouwen blouse achter zich. Kortom het is hier allemaal aanwezig en allemaal even gemoedelijk. Misschien moet Trump hier eens een kijkje komen nemen om te zien hoe het ook kan…

Volgende stop: Koh Tao

Vanuit Langkawi zit je binnen ongeveer anderhalve uur met de Ferry in Thailand. Morgen vertrekken we richting het Thaise eilandje Koh Tao waar Pris d’r duikbrevet gaat halen. Het wordt een lange reis, ferry, bus en nachtboot… to be continued…

The two biggies

Na een soepele vlucht van 10 uur en een nog soepelere metrorit kwamen we aan bij ons hotel, Nostalgia, in Singapore. Een heerlijk boetiek hotel gelegen in een opkomende wijk. Vanaf het eerste moment zijn we verliefd op de stad. Alles is zo schoon en goed georganiseerd, dat moest wel een mooie belofte worden voor ons verblijf van 5 dagen.

Die belofte heeft Singapore meer dan waargemaakt vinden wij. De stad is ruimtelijk opgezet (daar houden wij Rotterdammers van), de metro’s rijden vaak, op tijd, zijn goedkoop en brengen je overal naar toe. De verschillende wijken hebben hun eigen karakter, er zijn veel foodmarkets waar je erg lekker & goedkoop kunt eten en vele culturen leven hier gebroederlijk naast elkaar.

Highlights

In vele blogjes vind je alle highlight, dus daar hoeven we niet al te veel over uit te wijden. Zo zijn ook wij naar Marina Bay Sands geweest, hebben we gedwaald door de vele shoppingmalls (al was het alleen al voor de airco), hebben we varanen gespot in de Botanic garden en hebben we het jaar van de Haan ingeluid in Chinatown.

‘Ons wijkje’

Maar ons wijkje, Tiong Bahru, was misschien nog wel het beste! Singapore is voor Aziatische begrippen duur en je kan in de zeer diverse restaurants (alle wereldkeukens zijn zo’n beetje vertegenwoordigd) voor Europese prijzen eten. Ook hotelkamerprijzen zijn hier een stuk duurder en helemaal in de populaire wijkjes. Ons wijkje was een mix van dat alles. Van foodmarket tot een overheerlijk Frans bakkertje. Hippe barretjes en winkeltjes tot Chinese dollarwinkels.

Regels

Er zijn veel regels in Singapore en de boetes zijn dan ook erg hoog als je ze overtreedt. Desondanks zie je bijna geen politie op straat om het te handhaven. Als de boetes maar hoog genoeg zijn dan waagt blijkbaar niemand zich er aan. Je hoeft er verder ook niet bijzonder over na te denken, gewoon niet roken, geen kauwgum eten, vuil op straat gooien of eten in de metro en je komt al een heel eind ;-).

Van Nederland naar België

Je kent het waarschijnlijk wel… zodra je de grens overgaat naar België worden vele dingen anders. De weg is slechter onderhouden, de moderne huizen wisselen zich af met verwaarloosde exemplaren, opeens moet je je hersenen weer activeren om dingen te ontcijferen omdat alles zo verdomd goed is geregeld in Nederland. Tuurlijk is België ook een mooi land met zijn leuke stadjes en de Ardennen, maar je ziet aan alles dat er andere regels gelden en het minder goed georganiseerd is. Dat gevoel krijg je als je de grens overgaat naar Maleisië.

De trein was volgeboekt, dus gingen we bij nader inzien met een beter alternatief.. de bus. De bus is goedkoper, sneller en gemakkelijk bij de grensovergang. Je stapt de bus uit, loopt door de douane en stapt vervolgens de airco bus weer in om 5 uur later in het centrum van Kuala Lumpur uit te stappen. Onderweg veel palmboom plantages gezien, een prachtige groene oase. Arme hutjes wisselden zich af met Vinex-wijken, brommers scheurden over de snelweg en langs de wegen lag vuil, veel vuil.

Kuala Lumpur

De bus dropte ons midden in het centrum en zowat midden op de weg af van de tweede biggie van onze tocht; Kuala Lumpur. Met onze rugzakken op wandelden we één van de mega shoppingmalls in op zoek naar een geldautomaat. Omdat het zondag was en i.v.m het Chinese Nieuwjaar, wat hier een paar weken wordt gevierd, was het niet normaal zo druk in de mall. Het voordeel is dat wij hier lompe reuzen zijn en we over het algemeen vrij uitzicht hebben, dit zorgt ervoor dat de drukte iets minder benauwend is. Nadat we de pinautomaat gevonden hadden stapten we in één van de vele goedkope taxi’s naar onze luxe hotelkamer. Een deluxe room voor 38 euro (2 personen) per nacht en een taxiritje van 6 euro maakt het ons duidelijk dat we dan nog wel in een wereldstad zitten, maar wel eentje in Azië.

Shoppen en eten tot je er bij neer valt

Zoals we al eerder hebben benoemd is shoppen helaas niet onze favoriete bezigheid. En hier moet je er zo’n beetje op afgestudeerd zijn om de vele shoppingmalls te doorgronden zodat je niet weer vastloopt op de vele foodcourts.. je raadt waarschijnlijk al waar deze twee happy spekkies hun tijd hebben doorgebracht… shoppen en eten lijken wel de nationale sport te zijn, zowel hier in Maleisië als in Singapore. Er wordt zo ongelofelijk veel eten verstouwd en alles is er in grote hoeveelheid en van goede kwaliteit.

De malls zijn reusachtig en in Time Square zit zelfs een pretpark met mega achtbaan op de bovenste verdieping! Bioscopen, dure poezenwinkels, namaak shops, foodcourts, massage.. het zit in alle malls en in veelvoud.

Highlights Kuala Lumpur

Batu caves, een Hindoestaanse tempel in een enorme indrukwekkende grot, is toeristisch maar echt een aanrader om te bezoeken. Al is het alleen al om met verbazing naar sommige Westerse toeristen te kijken die in hun hotpants naar een tempel gaan. En de aapjes zorgen naast de kleurrijke muziek en mensen ook voor de nodige entertainment.

Na het zien van de film Entrapment op Netflix stond een bezoekje aan de Petronas Towers ook op de agenda. Wegens een nationale feestdag hebben we dit bouwwerk, dat tot 2003 het hoogste gebouw ter wereld was, alleen van onder bewonderd.

Een andere zogeheten highlight is het KL Bird Park. De toegangsprijs is verhoudingsgewijs aan de prijzige kant en je vraagt je in het park dan ook af waar het geld heen gaat. Het is verouderd en de diversiteit aan vogels is niet al te groot. Met kleine kinderen is het waarschijnlijk nog wel leuk, maar met de kennis van nu zouden wij hem skippen.

‘Ons wijkje in Kuala Lumpur’

Ook hier hebben we een foodcourt om de hoek en het is er eentje met in het midden een vrijblijvende karaoke podium. De ene nachtegaal nog valser dan de ander, zelfs hoorbaar in onze kamer op de 15de verdieping, maar het blijft telkens weer hilarisch als er weer een Chinese Adele een poging waagt! Verder is het net als de rest van Kuala Lumpur; je hebt er mooie gebouwen, maar het merendeel tussen de verzorgde hoogbouw is vervallen. De vele restaurantjes zijn niet erg gezellig, maar wel lekker en spotgoedkoop (diner voor 2 á 3 euro). Een voordeel is de monorail die je snel naar het centrum brengt.

Een kort oordeel over de two biggies: Singapore gaan we zeker nog eens naar terug, Kuala Lumpur was voor ons eenmalig interessant. De mensen in Kuala Lumpur zijn wel echt vriendelijker… in Singapore zijn ze afstandelijk, zoals je dat in grote steden in het westen tegenkomt. Al zijn ze in Singapore weer wat beter afgericht, zo staat iedereen op voor oudjes in de Metro en houden ze zich keurig aan de regels, daar waar ze in Kuala Lumpur elkaar platwalsen. De beide steden ademen veel zakelijkheid uit en er wordt veel gebouwd.

Morgen vertrekken we per trein naar George Town waar we 2 dagen blijven. Daarna de Ferry naar het tropische eilandje Langkawi!!

Nieuw-Zeeland; wat vonden we er nu eigenlijk van?

Welkom thuis zei Catherine toen we aankwamen op Ballinger farm. Tijdens onze laatste weekend in Nieuw-Zeeland maakten we gebruik van de gastvrijheid van Catherine en Michael. En thuis is ook hoe het voelde. We hadden een maand rondgereisd en nu waren we weer op vertrouwd terrein. Na drieënhalve maand Nieuw-Zeeland verkend te hebben, rond de 800 km te voet en tussen de 5000 a 6000 km met de auto, voelt het land als thuis. Al lijkt het voor ons gevoel heel lang geleden dat we in Auckland aankwamen herinner ik mij goed hoe onmetelijk ver het van alles voelde. Wat ook zo is, maar wat je toch snel vergeet omdat het een goed georganiseerd land is met Europese, vooral Britse roots. Het is vertrouwd en toegankelijk. Ook herinner ik me toen we richting Cape Reinga afreisde hoe betoverend mooi we het landschap vonden. Ik riep zo nu en dan: ‘God schiep Nieuw-Zeeland op de achtste dag, toen hij eindelijk doorhad hoe het moest’. Maar je raakt gewend aan zoveel natuurschoon en het wordt het onderdeel van je dagelijkse bestaan, het raakt vertrouwd.

De veelgestelde vraag

Tijdens onze wandeling op de St. James Walkway vroegen Kiwi’s ons vaak wat we het mooiste van Nieuw-Zeeland vonden. De vraag is bijzonder lastig. We hebben veel gezien en gedaan, maar ook veel niet gezien en gedaan.

We hebben bijvoorbeeld van heel veel mensen gehoord dat ze het Zuidereiland veel mooier en indrukwekkender vinden dan het Noordereiland. Dat vinden wij niet. Beide eilanden hebben hun eigen schoonheid die we beide zeer waarderen. De kracht van Nieuw-Zeeland zit hem denk ik in dat er qua natuur heel veel diversiteit is op een relatief klein oppervlakte. Plus het feit dat er maar 4 miljoen mensen wonen wat het ongerepte gevoel nog meer versterkt. Wat het mooiste is is moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid de kleuren, de vogels, de sprookjesbossen, de fjorden, de glowworms en zo kunnen we een hele waslijst opnoemen. Hieronder een paar willekeurige observaties en ervaringen over wat wij van Nieuw-Zeeland vinden.

Zandvliegen en het weer

Ik denk dat het veel zegt over Nieuw-Zeeland dat je eigenlijk maar kunt klagen over twee dingen: Zandvliegen en het weer. Zandvliegen zijn bijna overal in meer of mindere mate aanwezig. Als ze je bijten krijg je op de meest gekke momenten jeukaanvallen. Soms zorgen ze ervoor dat je niet lekker buiten kunt zitten. Dan is er dat onvoorspelbare schizofrene weer. Je staat buiten in de zon en tegelijkertijd krijg je een hagelbui op je kop. Soms zijn we weggeregend en waren we veroordeeld om in de auto te blijven in plaats van een mooie wandeling oid te maken. Verder was het ’s avonds vaak net te koud om lekker lang buiten te zitten en hebben we geen enkele keer gezwommen. Toch prijzen we ons gelukkig omdat we vaak ook mooi weer hebben gehad, zeker in het begin toen we wandelden.

Vogels

Misschien zijn onze favoriet wel de vogels van Nieuw-Zeeland. Elke ochtend het prachtige gezang en gekwetter van de voor ons exotische vogels. De Tui met zijn twee klankkasten of de superschattige Fantail die altijd om je heen blijft vliegen in het bos. Net als de grijze Robin. En dan die malle Weka’s en om in het wild heuse Pinguïns op de duinen te zien waggelen, dat was echt fantastisch. Kiwi’s hebben we niet gezien, maar eentje krijste ons wel ’s nachts wakker…

Toeristisch Nieuw-Zeeland

De natuurwonderen, de Lord of the Ring en de Maori cultuur worden flink uitgebuit. Dat is best jammer. Mooie plekken zijn duur en druk… wat de magie toch vaak doet vervagen. Ik bedoel, 94 NZD (plusminus 60 euro) per persoon om een geijser te zien waarbij voor de leuk een Maori dorp omheen is gebouwd en oja er is ook nog iets met kiwi’s. Uiteraard gaat de prijs omhoog als je de volle tour wilt. Gelukkig, als je even een half uurtje verder rijdt, dan kom je ook op de prachtigste plekken die niets kosten en die je vaak voor jezelf hebt.

Eten en drinken bestellen

Een klein minnetje is misschien het bestellen van eten en drinken in een gezellig tentje. Maar dit minnetje is waarschijnlijk wel een plusje voor onze portemonnee. In de meeste lunchtentjes, cafés, eetcafés en restaurantjes moet je aan de bar bestellen waarbij je een nummer krijgt die je op de tafel zet. Kortom ze brengen wel je eten en drinken maar nemen geen bestellingen aan je tafeltje op. Gevolg: we namen na dat ene drankje geen tweede… en soms is er in ene wel bediening aan tafel of moet je voor het één aan de bar bestellen maar voor het ander niet… verwarring alom.

Favoriete stad

Echte grote steden zijn er niet. Auckland is wel groot… maar wij vonden het uiteindelijk een wat onpersoonlijke stad waar men eigenlijk vooral leeft in de buitenwijken die heel mooi zijn. Wellington is onze favoriet. Gezellig en alternatief. Christchurch was ook bijzonder met zijn eigen sfeer, een creatieve stad in opbouw.

Kiwi’s

We hebben het al vaker gehad over de lekker relaxte nuchtere en vriendelijke Nieuw-Zeelander. Maar de Maori vrouwen, die zijn echt superstoer. Sterke trotse vrouwen, vaak wat aan de zware kant met van die mooie traditionele tatoeages. Achter het stoere exterieur schuilt een lief en ondeugend interieur. Ze zijn helemaal tha bomb!

Singapore

Drieënhalve maand reizen door Nieuw-Zeeland is best lang, zeker tweeënhalve maand met de auto. Doordat het goed georganiseerd is en omdat we de tijd hadden ben je vaak al snel op de volgende locatie en soms, zeker met regen, voelde het te lang en leek er geen einde aan de dag te komen. Eigenlijk natuurlijk een luxeprobleem maar we waren toe aan verandering 🙂 We zouden Nieuw-Zeeland zeker aanraden voor vakantie en om er te wonen en te werken lijkt het ons ook een ideaal land. Nu zijn we in Singapore en het is de perfecte verandering. Het is een fijne plek om te acclimatiseren en om langzaam te wennen aan Azië. Op naar nieuwe indrukken en avonturen op een ander continent!

Hoor de Tui

 

Easy tramping op de St. James Walkway

De afgelopen weken hebben we bijna elke dag wel een wandeling gemaakt verschillend van een uurtje op en neer naar de fish en chips afhaal tot een flinke hike van 6 uur in de bergen. Zo’n 6 uurswandeling is na onze kleine deceptie van de Te Araroa meer dan genoeg, maar desondanks stond een meerdaagse wandeling van hut naar hut nog wel op ons verlanglijstje.

Great Walks

Met name op het Zuidereiland kan je prachtige wandelingen maken van hut naar hut. Wat erg populair is zijn de 9 great walks, wandelingen van meerdere dagen door de mooiste gebieden van Nieuw-Zeeland. Door de populariteit zijn de hutten en campgrounds al maanden van de voren volgeboekt. De 9 great walks zijn niet te zwaar, maar pittig genoeg. Naar iets soortgelijks gingen we dan ook op zoek. Dit was nog best lastig aangezien de meeste meerdaagse wandelingen Alpine ervaring vereisen en worden aangeduid als Tramping of hard Tramping, twee termen die niet al te feestelijk zijn weten we nu ;-). Uiteindelijk kwamen we op de St. James Walkway uit, een 5 daagse easy tramping track van hut naar hut.

St. James Walkway

Deze route van 66 km is in het noorden van de provincie Canterbury en wordt veel gedaan door Nieuw-Zeelanders, maar is minder bekend bij de toeristen. De trail notes omschrijven een easy tramping track die in 5 dagen bewandeld kan worden. Als je wilt kun je het ook sneller doen, maar op tijd in een hut aankomen en op je gemak een vuurtje stoken, lezen en eten maken is ook wat waard. Het is een track die door sub-alpinegebied loopt. De route gaat door prachtige valleien, bossen, rivieren en dat alles met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Easy tramping

In de trail notes van de Te Araroa staan drie gradaties aangegeven: easy tramping, tramping en hard tramping. Tijdens onze voorbereidingen dachten we dan ook dat easy tramping ongeveer hetzelfde zou zijn als bijvoorbeeld de beentjes strekken op de Veluwe. Misschien wat naïef van ons.
Tramping is iets heel anders dan wandelen. Het gaat over lastige oneffen paden in de bush, vaak kun je het geen pad noemen. Je steekt rivieren en stroompjes over, met behulp van een vervaarlijke swingbridge of soms ook niet. Je loopt door de blubber, je klautert, je stijgt en je daalt en dat doe je met rugzak op voor meerdere dagen, weer of geen weer.

De St. James is 4 tot 6 uur per dag easy tramping en we zijn er achtergekomen dat dat precies is wat we gezellig vinden om te doen! Het is uitdagend genoeg en ondertussen kan je ook nog genieten van de prachtige natuur. En een grappig detail voor ons, twee van de 5 dagen liepen we weer op de Te Araroa en aan het begin van de route kwamen we zelfs een oude vertrouwde tegen; Amerikaan Luke waar we weken geleden een tijdje mee hadden gewandeld. Hoe toevallig is dat!

Cannibal Gorge hut

Vier nachten overnachtte we in serviced huts. Denk hierbij niet aan douches, maaltijden en een winkeltje zoals je dat veelal in Europa ziet. Een serviced hut in Nieuw-Zeeland betekent stapelbedden, een zitje, een keukenblad, water (wat je beter nog even kunt filteren), een soort Dixy en een houtkachel waarbij de Ranger voor hout heeft gezorgd. Al met al waren het fijne huts op mooie locaties. Het gekke is wel dat je niet weet of er nog meer mensen komen en twee avonden zaten we dan ook te wachten op visite die niet kwam opdagen. De eerste nacht alleen in een hut werden we opgeschikt door een geluid dat het beste kan worden aangeduid als iemand die de keuken grondig aan het verbouwen is… het bleek gelukkig maar een possum! De laatste nacht waren we ook alleen en dat in de Cannibal Gorge hut. Deze hut heeft zijn naam te danken aan de vele menselijke botten die in de omgeving gevonden zijn. Het waren overblijfselen van een feestmaal waarbij de overwinnaars hun slachtoffers opaten. In combinatie met een spannend boek (De Pelgrim), de donkere stormachtige nacht en iemand die het grappig vond om geestverhalen in het logboek te schrijven werd het toch een beetje spannend in de Cannibal hut…

Outdoorsie Kiwi’s

De omschreven route liepen wij in tegengestelde richting wat resulteerde in mooie ontmoetingen met de trampers van zowel de St. James Walkway, de Te Araroa en andere routes. Op een paar toeristen na zijn we met name Kiwi’s tegengekomen. Nog steeds niet veel, maar op een plezierige manier voldoende. De outdoorsie Kiwi is een zeer nuchter soort en het was dan ook een plezier om ze onderweg of in de hutten tegen te komen. Trailverhalen worden gedeeld, gear wordt onder de loep genomen en (hiking)verhalen uit de media worden gebagatelliseerd… verafgelegen van de bewoonde wereld zonder internetverbinding verbroederd dezelfde passie. Een opa met zijn kleinkind te paard, jonge blaadjes zoals wij, vriendinnen op leeftijd en zingende kerkkinderen de diversiteit was alom. De Kiwi’s (jong en oud) zijn actief en dat doet de mens goed zo zagen wij.

De veelgestelde vraag van Kiwi’s: wat vinden jullie van Nieuw-Zeeland?  Als we het land hebben verlaten zal Deb hier een blogje aan wijden.

Goudkoorts en de regenachtige westkust

Een Fergburger. Dat moesten we echt proeven als we in Queenstown zouden zijn. Een Fergburger is de allerlekkerste hamburger van het allerbeste Nieuw-Zeelandse koeienvlees verkrijgbaar, aldus meerdere reizigers die we hadden gesproken. Lyrisch waren ze. Onze volgende missie was dan ook een Fergburger eten in Queenstown. We besloten om niet te ontbijten in Te Anau zodat we met flinke trek rond lunchtijd in Queenstown zouden zijn.

Het was 2 Januari en zoals ik al eerder schreef is het hier nu de piek van het hoogseizoen. We wisten dat Queenstown toeristisch zou zijn. Ik dacht dat het kneuterig toeristisch zou zijn. Veel gezellige drukte in een gezellig plaatsje met knusse oudere gebouwtjes in een adembenemend landschap. Maar het was van een verstikkende drukte, echt gezellige gebouwtjes ontdekten we niet, er waren vooral veel winkels en op zich was er een schattig parkje, maar je zag door de mensenmassa de bomen niet. Maar goed we hadden als missie om een Fergburger te eten… je raadt het al… ook daar stond er een mega lange rij alsof het een attractie betrof bij de Efteling. Twee uur wachten op een hamburger, daar hadden we dus geen zin in en doken een Thais restaurant in om onze opgebouwde honger te stillen. Het was heerlijk! Dat van die Fergburger geloven we wel. Daarna ontvluchten we Queenstown.

Goudkoorts in Arrowtown

Een half uur verder rijden en je bent in Arrowtown, een oud goudzoekersdorpje waar nog een oude Chinese goudzoekers settlement was te bezichtigen. Ten tijde van de goudkoorts vertrokken veel arme Chinezen naar Australië en Nieuw-Zeeland om daar hun geluk te beproeven. Langs de ruige westkust van Nieuw-Zeeland vind je dan ook nog oude goudmijnen en verlaten goudzoekers gehuchten. Dit plaatsje was eigenlijk wat ik me van Queenstown had voorgesteld; toeristisch, maar gezellig druk, oude gebouwtjes, stuk historie in een mooi landschap. We besloten daar twee nachten te verblijven. Je kon er mooie lange wandelingen maken en goud zoeken in de rivier. Voor 3 dollar kon je een schepje en een goudpannetje huren. Dus wij op pad terwijl ik me terug in de tijd waande als een goudzoeker met goudkoorts… je kunt nog steeds wat vinden, niet veel,  maar wel iets. Ik kan me voorstellen dat als je daar woont het een leuk tijdverdrijf is. Al was Pris met haar korte spanningsboog na 1 keer al verveeld.

Op naar de bergen, Mount Cook

Een andere highlight is het bezichtigen van Mount Cook. Vaak kun je hem niet zien omdat er wolken omheen hangen. Ook op onze dag van vertrek zag het weer er niet gunstig uit. Maar we wilden twee nachten verblijven op de DOC campground bij het Mount Cook gebergte en hadden goede hoop op schitterend weer de volgende dag.

Kleuren

De weg naar Mount Cook is ook weer van een schoonheid. Iets wat in Nieuw-Zeeland zo onwerkelijk lijkt, zijn de kleuren. Zo knalgroen de bossen zijn, zo knalblauw kan het water zijn. En alles ertussenin. De combinaties zijn vaak ook surrealistisch. Een grasgroen weiland met Hollandse koeien en dan aansluitend een wit tropisch strand met een prachtige heldere azuurblauwe zee met tussendoor vele varens, palmbomen en soms ook dennenbos en uiteraard andere exotische en minder exotische gewassen. Zelfs als het bewolkt is, mistig is en het regent, als de stranden zwart zijn en de begroeiing tegen de steile kliffen geurt van het vocht, dan zelfs kleurt de zee in een blauwe pasteltint als een Chevrolet uit de jaren vijftig. Onderweg naar Mount Cook kom je meren tegen van een onwaarschijnlijke kleur blauw. Als de lucht dan helder is en de zon hoog staat krijg je dan ook foto’s waarbij het lijkt of ze flink gephotoshopt zijn.

Na een ijskoude nacht was het de volgende dag stralend weer. We stonden vroeg op om naar een uitkijkpunt te wandelen. En daar hadden we een half uur lang een majestueus uitzicht op Mount Cook voor ons alleen. We werden alleen gezelschap gehouden door een stel Kea’s, uit de kluiten gewassen bergpapegaaien. In de middag ondernamen we een langere wandeling naar Hooker Lake, waar een gletsjer eindigt in een meer en waar ijsschotsen drijven. Gedurende de tocht hadden we bijna continue uitzicht op Mount Cook.

De wilde westkust

Het Nieuw-Zeelandse alpengebied strekt zich uit over een afstand van 500 km. Het is klimaatbepalend. Aan de westkant houdt het wolkenmassa’s en depressies tegen. Dit betekent simpelweg dat het aan de westkust van het Zuidereiland vaak slecht weer is, terwijl het aan de oostkant van dit eiland mooi blijft. De westkust is ruig en er liggen een aantal trekpleisters; de Frans Josef en Fox gletsjers en de pancake rocks. Via Wanaka reden we naar Fox glacier en het nabij gelegen Lake Matheson, bekend om de prachtige weerspiegelingen. Het weer werd jammerlijk steeds slechter. Zelfs dan is het een schitterend gebied gehuld in regenwoud. We maakten door de miezer nog een wandeling door woud en langs zwart strand met steile rotsen. Zelfs met rot weer is het er mooi en het moet adembenemend zijn als de zon schijnt en de lucht helder is zodat op de achtergrond de witte toppen verschijnen van het Mount Cook gebergte.

Westport

Nu zijn we aanbeland in Westport, een functioneel stadje met een kolenmijn geschiedenis. Door een wolk van regen liepen we vandaag een mooie route langs de kust naar een zeehondenkolonie. Er waren vele jonge zeehondjes, nog afhankelijk van hun moeder, te zien. Velen lagen te luieren en andere zwommen in de zee. Dit spektakel konden we van bovenaf bekijken. Het slechte weer houdt aan en we proberen weer richting mooier weer te gaan. Daarom bereiden we ons nu voor op een meerdaagse wandeltocht in oostelijker gelegen berggebied van hut naar hut: de St. James Walkway. Dit in de plaats van de Queen Charlotte track die we eerst voor ogen hadden. Deze tocht zal ons een dag of vijf kosten. Daarna vertrekken we richting Catherine en Michael voor onze laatste weekendje in Nieuw-Zeeland.

Daar waar de pinguïns zijn

Christchurch, de logische volgende stop na onze wwoofer avontuur. Onze wwoofer host, Catherine, gaat niet graag meer naar de door aardbevingen geteisterde stad. Het maakt haar droevig. Zij kent de stad in volle glorie met haar oude gebouwen. Wij kunnen er anders naar kijken.

Het is een gebroken stad in opbouw. De aardbeving van 2011 heeft de meeste schade aangericht, die van afgelopen november heeft niet zo’n groot effect gehad. We zien veel half ingestorte gebouwen, braakliggend terrein, nieuwe futuristische gebouwen en heel veel bouwvakkers, omleidingen en tijdelijke winkels in containers. Tevens zegeviert de creativiteit, er is veel graffiti, alternatieve eettentjes en prachtige moderne musea. Misschien is Christchurch gebroken, maar zeker niet zielloos.

In de gevangenis

Overnachten in een gevangenis, maar dan voor de lol. Dat kan in Christchurch, of om preciezer te zijn in Addington. Een oude gevangenis die tot en met 1999 nog in bedrijf was is omgetoverd tot een hostel. Een bijzonder verblijf en dat vond ik helemaal toen bleek dat Pauline Parker, die op 15-jarige leeftijd samen met haar hartsvriendin haar moeder vermoordde, haar straf er had uitgezeten. Dit drama vond plaats in 1954 en hield de gemoederen in Nieuw-Zeeland lang bezig. Dit verhaal inspireerde Peter Jackson tot het maken van de film Heavenly Creatures… Eén van mijn favoriete films.

Kerst in Dunedin

Onze roadtrip vervolgde zich richting Dunedin. De oudste stad van het Zuidereiland. Langs de kust vind je onder andere pinguïns, zeeleeuwen en de raadselachtige Moeraki boulders. Het zijn grote grijze, bijna perfect ronde stenen die daar op het strand liggen verspreidt. Jarenlang was dit onderwerp van allerlei legendes en theorieën, maar uit onderzoek blijkt dat ze 60 miljoen jaar geleden zijn ontstaan op de bodem van de zee.

Na een heerlijke lunchstop bij Fleurs Place op aanraden van Catherine & Michael reden we naar Dunedin waar we de kerstdagen zouden doorbrengen. Op kerstavond was het centrumpje nog druk en bruisend, maar op kerstdag was het net een spookstad waar de straten verlaten waren en alles gesloten. Op een mini market en een MC Donalds op het industrieterrein na. Je kunt raden waar onze kerstmaal uit bestond ;-).

Op pinguïnjacht

Een pinguïn in het wild zien, dat stond hoog op onze wensenlijst. Er zijn verschillende kolonies van de Kleine Blauwe pinguïn die je kunt bezichtigen en je kunt tours doen om de bijzondere Geeloog pinguïn te bewonderen. Maar er zijn ook plekken waar je ze zonder hordes toeristen kunt zien, als je geluk hebt tenminste. Het idee om ergens rond te lopen en daar een pinguïn te zien leek me een prachtige ervaring. Alsof je een schatzoeker bent. Op kerstdag was dat onze missie. We reden richting Sandfly Bay over het schitterende Otago Peninsula. Daar zouden Geeloog pinguïns leven. Deze leven overigens niet in kolonies. We hoopten, maar verwachtten niet dat we ze zomaar zouden aantreffen. Maar na een zeer steile afdaling door de duinen naar het strand zagen we een paar mensen gegroepeerd op veilige afstand van twee pinguïns! Ze waggelden de steile duinen op. Gebiologeerd bleven we een tijd lang kijken, waarna we nog even naar de andere kant van de baai liepen om ons geluk te beproeven. Daar vonden we een paar luierende zeeleeuwen. Op de terugweg bleven we nog even plakken bij de waggelende vogels waarvan we er nu drie telden. Missie geslaagd!

Bluff, bitterzoet

Bluff zou het eindpunt zijn van onze wandeltocht. Het zuidelijkste punt van Nieuw-Zeeland, als je tenminste Stewart Island niet meerekent, een kleine 5000 kilometer verwijdert van de zuidpool. Het is zo’n kleine grauwe havenplaats waarbij je het gevoel krijgt dat je het einde van de wereld hebt bereikt. Bij Den Helder heb ik ook altijd dat gevoel. Naast dat einde van de wereld gevoel, voelden we ons ook een beetje ontdaan. We weten heel goed waarom we zijn gestopt en we weten ook dat het een goed besluit is, maar naarmate de tijd vordert vergeet je een beetje hoe het ook daadwerkelijk was. Je vergeet de pijn, de oneindigheid, de honger, de stress van ‘ergens op tijd te moeten zijn voor een slaapplek’ en op de plek wat je eindpunt zou zijn denk je dan; ‘waarom hebben we niet doorgezet’. Maar aan de andere kant wat hebben we nu al een mooie reis gemaakt en wat hebben we nog voor moois voor de boeg. How lucky we are. Kortom bitterzoet.

Gloeiende gloeiwormen

Als je in Nieuw-Zeeland bent dan is een must do een glowworm cave bezoeken. Wij hadden besloten om dit te doen bij Te Anau, een klein en toeristisch plaatsje bij het gelijknamige meer in het Fiordland. Na eerst een mooie boottocht over het meer en langs fjorden belandden we bij de grot. Daar leerden we alles over het leven van de gloeiworm alvorens we de grot ingingen. En het was prachtig, soms een beetje desoriënterend omdat je steeds omhoog kijkt in het pikkedonker en de gids rondjes maakt met het krappe bootje. Maar het was betoverend als een sterrenhemel. Echt bijzonder.

Af en toe is het is net een kermis

De piek van het hoogseizoen is aangebroken en wij bevinden ons inmiddels in supertoeristisch gebied. Niet voor niets is het toeristisch, want het is er schitterend. Te Anau is in alles voorzien en voor het gemak staat ook bijna alles in het Chinees aangegeven. Vanuit hier kun je in twee uur tijd naar Milford Sound rijden, het bekendste fjord van dit gebied. Het is een schitterende rit en je rijdt zo ongeveer in colonne met tientallen tourbussen, campertjes en andere huurauto’s. Op elke stopplek langs de route stopt ook iedereen dat telkens tot bijna ongelukken leidt. Bij Milford Sound wemelt het er dan ook van de toeristen die op één van de vele fjordcruises stappen of een helikoptertochtje ondernemen. De ene vlucht na de ander wordt gelanceerd. Het is er heel mooi, maar ook een kermis…

Na deze kermis wilden we richting Queenstown gaan om daar in de omgeving Oud & Nieuw te vieren. Maar het was haast onmogelijk om in dit gebied een slaapplek te vinden. Uiteindelijk vonden we nog een plekje in Te Anau, dus besloten we daar naar terug te keren, je komt er sowieso weer langs, de weg naar Milford Sound is een doodlopende. De route terug hakten we in tweeën en verbleven we op prachtige doch simpele DOC campgrounds. Hier hebben we mooie wandelingen gemaakt en een zogenaamde walkwire getrotseerd: een brug bestaande uit drie staaldraden, twee om je aan vast te houden, één om over te wandelen. Een wankele ervaring.

Oud & Nieuw

We hebben prachtige dagen gehad qua weer, maar nu regende het pijpenstelen…  dat mocht de pret niet drukken. Wij waren sowieso blij dat we nog betaalbare accommodatie hadden gevonden. Het was een relaxte jaarwisseling. Om half elf waagden we ons door de regen naar een parkje waar er een bandje zou spelen. Het was er niet bepaald bomvol maar gezellig druk. Aan het meer was er om twaalf uur een georganiseerd vuurwerk. Het gemeentelijke vuurwerkbudget was genoeg voor 5 minuten knallen. Heerlijk om niet dagenlang half ingedoken en gespannen over straat te hoeven lopen in afwachting van een knal of vuurpijl uit onverwachte hoek. Kortom een geslaagde jaarwisseling en bij het ontwaken werden we getrakteerd op een stralende regenboog!