Rail away door Vietnam deel 1 – Saigon naar Hué

Vanuit Bangkok vlogen we met Air Asia naar het drukke Ho Chi Minh City oftewel Saigon. Bij aankomst keken we onze ogen uit. Overal waar je keek waren scooters en op de een of andere manier flowt iedereen tussen het verkeer door waardoor het bewonderenswaardig nog goed gaat ook. Na een toeterend taxiritje arriveerden we bij ons hotelletje. Midden in de stad boven een Indiaas restaurant. Na wat te hebben gegeten verdiepten we ons nog wat meer in de heftige jaren die dit land heeft gekend en twee dingen stonden dan ook hoog op ons bezienswaardigheidslijstje: Het oorlogsmuseum en de Củ Chi tunnels.

Het oorlogsmuseum

Een relatief simpel ingericht museum, maar wat was het indrukwekkend. Vietnam heeft 30 jaar oorlog gekend en al werd het verhaal in dit museum wellicht wat eenzijdig verteld (communisten zijn de helden en Amerikanen het kwaad) werd het wel erg goed duidelijk wat de impact van de oorlog is geweest. Eerst hebben de Fransen hier flink huisgehouden met hun middeleeuwse martelpraktijken en daarna kwamen de Amerikanen. De Amerikanen hebben vele vele bommen geworpen en het zal dan ook nog 300 jaar duren voordat alle bommen en mijnen zijn opgeruimd. Het is dan ook niet verstandig om in Vietnam van de paden te wijken. Maar wat op ons de meeste indruk heeft gemaakt waren de verhalen en foto’s van de slachtoffers van Agent Orange. Tijdens de oorlog hebben de Amerikanen chemische wapens gebruikt waardoor er vele mensen stierven en misvormd raakten. De effecten hiervan houden 5 generaties aan, de Vietnamezen zijn nu bij generatie 3. Je ziet dan ook erg veel misvormde mensen, ouderen en kinderen met huidziektes of ontbrekende ledenmaten.

Củ Chi tunnels

Een andere oorlogsbezienswaardigheid zijn de Củ Chi tunnels. Hier hebben de Vietnamezen een groot deel van hun overwinning aan te danken. Een verborgen tunnelstelsel in de jungle van ruim 200 km. De gangen zijn klein, te klein voor grote Amerikanen en ze hebben geheime ingangen. Mochten de Amerikanen de donkere tunnels toch betreden dan wachtten er daar aardig wat boobytraps op hun. Na een rondleiding over het terrein en de tunnels bleek hoe inventief de guerillastrijders waren en hoe eng het voor de Amerikanen moet zijn geweest.

Cao Dai tempel

Maar voordat we de tunnels aan deden bezochten we de Cao Dai tempel. Een bijzonder mooie plek waar het Boeddhisme, Islam, Confucianisme, Taoïsme, Vietnamees spiritualisme en het Christendom samengesmolten zijn in het Caodaïsme. Om 12 uur was daar het gebed, zowel mannen als vrouwen in het wit gehuld. Bijzonder om daar bij aanwezig te mogen zijn. De foto’s spreken verder voor zich.

Een aflevering van Rail away

Na 3 dagen verlieten we de drukke stad om per trein naar het noorden te reizen. Vanuit Saigon naar Hanoi is het een tocht van ruim 30 uur. Deze reis deelden we in drieën. De treinen zijn goed, relatief goedkoop, rijden stipt op tijd en tuffen door rijstvelden, dwars door dorpjes en over kliffen noordwaarts.

De Russen

Onze eerste stop was de kuststad Nha Trang. Een Benidorm voor Russen. Eigenlijk valt er niet al te veel over te zeggen. Behalve dat de ‘rijke’ Rus net als zijn Chinese gelijke erg luidruchtig en onbeleefd zijn tegen alles wat lager in rang staat. Dit alles valt extra op als ze met velen zijn. Fascinerend om te zien, maar het was goed om snel weer per trein te vertrekken.

Hué

Stipt op tijd reed de trein Hué binnen. Een niet al te grote stad, maar in het verleden wel een zeer belangrijke stad, de keizerlijke hoofdstad. De Verboden Purperen Stad en de graven van oude keizers zijn er te vinden, maar de stad was ook tijdens de Vietnamoorlog een belangrijke strategische stad. De stad ademt een fijne sfeer. Het is een studentenstad en dat zijn bijna altijd fijne plaatsen, zo vinden wij. Ons hotel, Hué Garden Villa Hotel, lag verborgen in een klein steegje midden in het centrum. Het was in één woord top! Fruit, sapjes, uitgebreid ontbijtmenu, zwembad en dat alles voor 17 euro per nacht. Het personeel trok het begrip hospitality naar een geheel nieuw level, het was of we in een 5 sterren hotel waren maar dan in een familiaire sfeer. De laatste avond werden we met nog een aantal andere hotelgasten uitgenodigd voor een overheerlijk (gratis) diner. Ze wilden een aantal gasten bedanken voor de fijne tijd.. nou dan smelt je hart toch.

Achterop de motor

Uiteraard word je ook in Hué overweldigd door de velen bureautjes waar je een tour kunt boeken. Maar bij onze vrienden van het hotel konden we ook een tour boeken; achterop de motor bij twee familieleden. Nou dat wilden we wel en het was meer dan geweldig! Nu heb ik mijn motorrijbewijs en vind ik het daardoor extra spannend om bij anderen achterop de zitten, maar deze twee mannen zoefden ons relaxed naar alle bezienswaardigheden. Niks geen volle tourbusjes, maar in de wind door de stad en over het platteland. De graven, pagode en de verboden stad waren zeer de moeite waard. Een bijzondere plek was achter de pagode waar de auto staat van een monnik die in 1963 zichzelf in Saigon in brand stak. De foto met de brandende monnik en de auto hangt er achter. Maar ook de graven waren indrukwekkend. De verboden stad is in de Vietnamoorlog erg beschadigd, al is er inmiddels weer veel opgebouwd. Hué, een echte aanrader.

Eerder terug dan gepland

Momenteel zitten we in Hanoi en zijn we ook naar Halong Bay geweest. De blog deel 2 van PriDe’s Rail away zal binnenkort verschijnen. Maar eerst nog een kleine mededeling: volgende week woensdag, iets eerder dan gepland, komen we naar huis. De reden hiervoor is dat mijn moeder eind maart een zware operatie moet ondergaan. Niet levensbedreigend, maar wel iets pittiger dan een blindedarmoperatie. Ondanks dat ze er natuurlijk op aandrong dat we moesten blijven werd ze toch wel heel erg blij toen we haar vertelden dat we op tijd terug zijn. Het extra duwtje in de rug was ook het overlijden van een dierbaar iemand deze week. Mijn oud oom, maar meer een opa voor mij, is zeer onverwachts overleden. Dat zette ons ook aan het denken dat het extra belangrijk is om bij familie te zijn.

Iets meer dan 5 maanden hebben we rondgereisd en het was FANTASTISCH!! Maar het mooie aan reizen is ook de terugkeer naar huis met een hoofd vol mooie herinneringen!

 

Een helse tocht naar Koh Tao

We konden natuurlijk niet eeuwig op ons paradijseiland Langkawi blijven. Ondanks al het moois lonkte er een duikavontuur. Voor mij dan, en Deb vond het helemaal niet erg om ergens anders te chillen. Onze volgende stop zou het kleine Thaise eilandje Koh Tao worden, bekend van de vele duikscholen waar je voor een prikkie, maar wel professioneel, je duikcertificaat kunt halen.

Beetje complex

Als je de kaart er bij pakt dan zie je dat Koh Tao aan de andere kant van het vaste land ligt. Dat maakte de reis vanuit Langkawi er naar toe wat complex. Tenminste in Thailand dan, want in Maleisië zou zoiets met zijn goed georganiseerde openbaarvervoersysteem gemakkelijk zelf te regelen zijn. De keuze was om óf alles ter plekke te regelen (eerst ferry, taxi naar busstation, met bus naar plaats, overstappen op trein of bus en dan weer een ferry) óf een totaalpakketje op Langkawi boeken. Het eerste zou ons een dag of drie reistijd kosten en bij de tweede optie zouden we in één keer gaan en een reis hebben van bij elkaar 24 uur. Na wat uitzoekwerk kwamen we tot de conclusie dat beide mogelijkheden het zelfde zou kosten, maar bij het pakketje hoefden we niets ter plekke uit te zoeken wat ons uiteindelijk veel tijd zou schelen. Al met al ideaal. Bij het kleine kantoortje in Langkawi was een zeer vriendelijke Indiase jongeman die ons het pakketje verkocht. Hij was niet erg te spreken over zijn Thaise ‘collega’s’ en raadde ons dan ook aan om de laatste etappe, de nachtboot naar Koh Tao, niet bij hem te boeken maar bij de boot zelf, dit omdat deze weleens niet gaat of volgeboekt is en dat je dan kan fluiten naar je munten. Een top tip bleek later.

Daar gaan we

Om half acht stond de Indiase jongeman keurige voor onze hostel om ons naar de ferry te brengen op Langkawi. Hij regelde aldaar de ferrytickets en overhandigde ons een envelop met een naam erop. Onze contactpersoon in Thailand. Wij dachten dat er tickets in de envelop zaten, maar het bleek geld te zijn.

Bij aankomst in Thailand stond er inderdaad keurig een man te wachten die ons naar de bus zou brengen. Echter vertelde hij ons dat we bij hem kaartjes moesten kopen voor de nachtboot wilden we zeker weten dat die niet vol zou zijn. Met een beetje argwaan kochten we het kaartje, maar zijn argumentatie over de drukte van de full moon party’s op de eilanden maakten dat we overstag gingen.

We kregen stickertjes opgeplakt met onze bestemmingen en daar gingen we. Eerst met een open taxitruck naar een minivan die ons naar Hat Yai zou brengen. Een rit van ongeveer 2 uur. En op elke lokatie was er weer een persoon die dan weer regelde dat we tickets hadden (of iets wat daarvoor moest doorgaan) voor de volgende etappe. Van Hat Yai reden we in een uur of 5 naar Surat Thani waar de nachtboot zou vertrekken.

Snelheidsduivels

De trajecten met de twee busjes gingen chaotisch en erg snel, alle andere voertuigen leken stil te staan! De chauffeurs leken wel kamikaze piloten die door het redelijk ongeregelde verkeer heen sjeesde met duivelse snelheden. Af en toe hard op de rem staand, midden op de snelweg, om iemand te droppen of een pakketje op te halen. De taxibusjes zaten tot de nok gevuld met bagage en dozen en daartussen gepropt de passagiers, niet erg comfortabel…

Aangekomen bij Surat Thani, inmiddels al donker, werden we door het busje bij een soort halte midden in een wijkje gedropt. De laatste reizigers, twee Amerikanen, een Argentijnse en wij waren nogal verbaasd.. We zouden namelijk bij de nachtboot worden afgezet. Zodra we de bus uitstapten kwamen de volgende tussenpersonen ons ophalen, dit keer waren het twee vrouwen. Ze vertelden ons dat de nachtboot vol was en dat we met deze kaartjes de ochtendboot op konden. Uiteraard waren we hier alle vijf niet over te spreken, maar ja.. we waren te ver van de boot en de vrouwen beschikten over onze tickets voor de boot. Ze loodsten ons naar een goedkoop schimmel hotel waar we besloten om met zijn vijven een kamer te delen. De Amerikanen en wij crashten alle vier meteen op onze bedden, maar de Argentijnse gaf haar bed een grondige inspectie.. ze had tijdens het reizen wat bedbugs gespot en dit leek haar ook zo’n hotel… wij waren zo moe dat we het liever niet wilden weten.

Voor het blok

De volgende ochtend moesten we om 6 uur klaar staan. Om tien voor zes werd al op de deur gebonkt. Dat waren de vrouwen, maar op één of andere manier konden alleen de andere drie mee, wij zouden later worden opgehaald. Twee uur later kwamen ze weer terug met het verhaal dat onze tickets niet geldig zijn voor de ochtendboot en dat we moeten wachten tot 16.00 uur of we moeten extra betalen om de boot van 10 uur te kunnen pakken. Op dat moment ontvlamde er iets in mijn hoofd! Gelukkig heb ik de mini woedeuitbarsting in de perken kunnen houden. De vrouwen excuseerden zich en gaven natuurlijk andere organisaties de schuld. Uiteindelijk hebben we onderhandeld en zaten we om 10 uur op de boot naar Koh Tao.

De zee was ruig tijdens de boottocht. De boot zigzagde zich een weg door de golven. Wij hadden gelukkig pilletjes op, maar vele mensen waren wit weggetrokken. Onderweg stopten we bij twee party eilandjes waar gelukkig het merendeel van de buideldragende-plakplaatjestattoo-types afstapten. Na 6 uur op de boot en 33 uur in totaal, kwamen we dan eindelijk aan op Koh Tao!

Duikeiland

Koh Tao is toeristisch, maar nog net niet op een vervelende manier. Het publiek bestaat voornamelijk uit mensen die komen duiken. Tuurlijk zijn er barretjes en vele restaurantjes (echt heerlijk!), maar een feesteiland is het niet… de hoofdmoot is duiken en dat is een prettige vibe.

Via internet had ik een Nederlandse duikschool gevonden, Impian Divers. Een duikschool met uitstekende reviews en Nederlandse instructeurs. Normaliter proberen wij alles wat met Nederland te maken heeft te mijden in het buitenland, maar je duikbrevet halen in je eigen taal is toch wel erg comfortabel. En comfortabel was het! Het contact verliep vooraf erg makkelijk, denk aan snelle en heldere reacties op je mailtjes, maar ook de lessen waren top. In drie dagen tijd leer je in een groepje van maximaal 4 mensen de theorie en praktijk van het duiken. Elke dag heb je een paar uur theorie in een lokaaltje en maak je in de middag 1 of 2 duiken. Het theoriegedeelte wordt afgesloten met een examen en voor het praktijkgedeelte moet je allerlei oefeningen doen die de instructeur goed moet keuren. In totaal maak je 5 duiken waarvan 2 funduiken (dan hoef je geen oefeningen te doen). Het was in een woord fantastisch, wat is de onderwaterwereld toch ontzettend mooi! Impian Divers is echt een aanrader.

Westers eten en drinken

Op Koh Tao is zo ongeveer alles te krijgen, zo ook westers eten zoals pizza’s en hamburgers. We moeten regelmatig terugdenken aan ons bezoek aan de Travelclinic in Christchurch. Daar hadden we een Schotse arts die ons vooral tips gaf over leuke wandelroutes en daarna adviseerde over malaria en welke inentingen we moesten hebben. Daarna moesten we naar de verpleegster, een gezette oudere vrouw met bloemetjesjurk, die ons inlichtte over de gevaren in de tropen. Zo konden we beter maar geen westers voedsel tot ons nemen in Azië, zo zei ze terwijl ze nog een bonbonnetje naar binnen werkte die de magere Schotse arts haar aanbood. Want, zo zei ze, dat kunnen ze daar niet goed. Nu zijn we dol op Thais en ander Aziatisch eten, maar soms… en tot nu toe, iig in de grote steden en toeristische plaatsen waar we zijn geweest, hebben we in hippe tentjes (waarvan veel vegan en vega keuzes) ook hele goeie salades, pizza’s en ontbijtjes gegeten.

Vanmorgen nog, voordat we naar onze favoriete strandje gingen, ontbeten we heerlijk. Gewoon prima brood en roerei en smoothies enz enz. De Thaise eigenaar van dit tentje begroette ons enthousiast in het Duits, en opeens hoorden we op de achtergrond Duitse rap. Toen Deb wilde afrekenen begon hij behoorlijk vloeiend in het Duits te praten. Dus zegt ze in het Engels dat zijn Duits heel goed is maar dat wij Nederlands zijn. De kokkin proestte het uit van het lachen, gelukkig kon hij er zelf ook om lachen.

Conclusie

We zijn weer op een paradijselijk eilandje beland, zowel onderwater als boven water. De Thai is zeker anders als de Maleisiër, maar ook superlief ook al moet je soms wat alerter zijn. De helse tocht zijn we door het fijne verblijf weer bijna vergeten… en een duikbrevet draagt daar zeker aan bij!

 

The two biggies

Na een soepele vlucht van 10 uur en een nog soepelere metrorit kwamen we aan bij ons hotel, Nostalgia, in Singapore. Een heerlijk boetiek hotel gelegen in een opkomende wijk. Vanaf het eerste moment zijn we verliefd op de stad. Alles is zo schoon en goed georganiseerd, dat moest wel een mooie belofte worden voor ons verblijf van 5 dagen.

Die belofte heeft Singapore meer dan waargemaakt vinden wij. De stad is ruimtelijk opgezet (daar houden wij Rotterdammers van), de metro’s rijden vaak, op tijd, zijn goedkoop en brengen je overal naar toe. De verschillende wijken hebben hun eigen karakter, er zijn veel foodmarkets waar je erg lekker & goedkoop kunt eten en vele culturen leven hier gebroederlijk naast elkaar.

Highlights

In vele blogjes vind je alle highlight, dus daar hoeven we niet al te veel over uit te wijden. Zo zijn ook wij naar Marina Bay Sands geweest, hebben we gedwaald door de vele shoppingmalls (al was het alleen al voor de airco), hebben we varanen gespot in de Botanic garden en hebben we het jaar van de Haan ingeluid in Chinatown.

‘Ons wijkje’

Maar ons wijkje, Tiong Bahru, was misschien nog wel het beste! Singapore is voor Aziatische begrippen duur en je kan in de zeer diverse restaurants (alle wereldkeukens zijn zo’n beetje vertegenwoordigd) voor Europese prijzen eten. Ook hotelkamerprijzen zijn hier een stuk duurder en helemaal in de populaire wijkjes. Ons wijkje was een mix van dat alles. Van foodmarket tot een overheerlijk Frans bakkertje. Hippe barretjes en winkeltjes tot Chinese dollarwinkels.

Regels

Er zijn veel regels in Singapore en de boetes zijn dan ook erg hoog als je ze overtreedt. Desondanks zie je bijna geen politie op straat om het te handhaven. Als de boetes maar hoog genoeg zijn dan waagt blijkbaar niemand zich er aan. Je hoeft er verder ook niet bijzonder over na te denken, gewoon niet roken, geen kauwgum eten, vuil op straat gooien of eten in de metro en je komt al een heel eind ;-).

Van Nederland naar België

Je kent het waarschijnlijk wel… zodra je de grens overgaat naar België worden vele dingen anders. De weg is slechter onderhouden, de moderne huizen wisselen zich af met verwaarloosde exemplaren, opeens moet je je hersenen weer activeren om dingen te ontcijferen omdat alles zo verdomd goed is geregeld in Nederland. Tuurlijk is België ook een mooi land met zijn leuke stadjes en de Ardennen, maar je ziet aan alles dat er andere regels gelden en het minder goed georganiseerd is. Dat gevoel krijg je als je de grens overgaat naar Maleisië.

De trein was volgeboekt, dus gingen we bij nader inzien met een beter alternatief.. de bus. De bus is goedkoper, sneller en gemakkelijk bij de grensovergang. Je stapt de bus uit, loopt door de douane en stapt vervolgens de airco bus weer in om 5 uur later in het centrum van Kuala Lumpur uit te stappen. Onderweg veel palmboom plantages gezien, een prachtige groene oase. Arme hutjes wisselden zich af met Vinex-wijken, brommers scheurden over de snelweg en langs de wegen lag vuil, veel vuil.

Kuala Lumpur

De bus dropte ons midden in het centrum en zowat midden op de weg af van de tweede biggie van onze tocht; Kuala Lumpur. Met onze rugzakken op wandelden we één van de mega shoppingmalls in op zoek naar een geldautomaat. Omdat het zondag was en i.v.m het Chinese Nieuwjaar, wat hier een paar weken wordt gevierd, was het niet normaal zo druk in de mall. Het voordeel is dat wij hier lompe reuzen zijn en we over het algemeen vrij uitzicht hebben, dit zorgt ervoor dat de drukte iets minder benauwend is. Nadat we de pinautomaat gevonden hadden stapten we in één van de vele goedkope taxi’s naar onze luxe hotelkamer. Een deluxe room voor 38 euro (2 personen) per nacht en een taxiritje van 6 euro maakt het ons duidelijk dat we dan nog wel in een wereldstad zitten, maar wel eentje in Azië.

Shoppen en eten tot je er bij neer valt

Zoals we al eerder hebben benoemd is shoppen helaas niet onze favoriete bezigheid. En hier moet je er zo’n beetje op afgestudeerd zijn om de vele shoppingmalls te doorgronden zodat je niet weer vastloopt op de vele foodcourts.. je raadt waarschijnlijk al waar deze twee happy spekkies hun tijd hebben doorgebracht… shoppen en eten lijken wel de nationale sport te zijn, zowel hier in Maleisië als in Singapore. Er wordt zo ongelofelijk veel eten verstouwd en alles is er in grote hoeveelheid en van goede kwaliteit.

De malls zijn reusachtig en in Time Square zit zelfs een pretpark met mega achtbaan op de bovenste verdieping! Bioscopen, dure poezenwinkels, namaak shops, foodcourts, massage.. het zit in alle malls en in veelvoud.

Highlights Kuala Lumpur

Batu caves, een Hindoestaanse tempel in een enorme indrukwekkende grot, is toeristisch maar echt een aanrader om te bezoeken. Al is het alleen al om met verbazing naar sommige Westerse toeristen te kijken die in hun hotpants naar een tempel gaan. En de aapjes zorgen naast de kleurrijke muziek en mensen ook voor de nodige entertainment.

Na het zien van de film Entrapment op Netflix stond een bezoekje aan de Petronas Towers ook op de agenda. Wegens een nationale feestdag hebben we dit bouwwerk, dat tot 2003 het hoogste gebouw ter wereld was, alleen van onder bewonderd.

Een andere zogeheten highlight is het KL Bird Park. De toegangsprijs is verhoudingsgewijs aan de prijzige kant en je vraagt je in het park dan ook af waar het geld heen gaat. Het is verouderd en de diversiteit aan vogels is niet al te groot. Met kleine kinderen is het waarschijnlijk nog wel leuk, maar met de kennis van nu zouden wij hem skippen.

‘Ons wijkje in Kuala Lumpur’

Ook hier hebben we een foodcourt om de hoek en het is er eentje met in het midden een vrijblijvende karaoke podium. De ene nachtegaal nog valser dan de ander, zelfs hoorbaar in onze kamer op de 15de verdieping, maar het blijft telkens weer hilarisch als er weer een Chinese Adele een poging waagt! Verder is het net als de rest van Kuala Lumpur; je hebt er mooie gebouwen, maar het merendeel tussen de verzorgde hoogbouw is vervallen. De vele restaurantjes zijn niet erg gezellig, maar wel lekker en spotgoedkoop (diner voor 2 á 3 euro). Een voordeel is de monorail die je snel naar het centrum brengt.

Een kort oordeel over de two biggies: Singapore gaan we zeker nog eens naar terug, Kuala Lumpur was voor ons eenmalig interessant. De mensen in Kuala Lumpur zijn wel echt vriendelijker… in Singapore zijn ze afstandelijk, zoals je dat in grote steden in het westen tegenkomt. Al zijn ze in Singapore weer wat beter afgericht, zo staat iedereen op voor oudjes in de Metro en houden ze zich keurig aan de regels, daar waar ze in Kuala Lumpur elkaar platwalsen. De beide steden ademen veel zakelijkheid uit en er wordt veel gebouwd.

Morgen vertrekken we per trein naar George Town waar we 2 dagen blijven. Daarna de Ferry naar het tropische eilandje Langkawi!!

Easy tramping op de St. James Walkway

De afgelopen weken hebben we bijna elke dag wel een wandeling gemaakt verschillend van een uurtje op en neer naar de fish en chips afhaal tot een flinke hike van 6 uur in de bergen. Zo’n 6 uurswandeling is na onze kleine deceptie van de Te Araroa meer dan genoeg, maar desondanks stond een meerdaagse wandeling van hut naar hut nog wel op ons verlanglijstje.

Great Walks

Met name op het Zuidereiland kan je prachtige wandelingen maken van hut naar hut. Wat erg populair is zijn de 9 great walks, wandelingen van meerdere dagen door de mooiste gebieden van Nieuw-Zeeland. Door de populariteit zijn de hutten en campgrounds al maanden van de voren volgeboekt. De 9 great walks zijn niet te zwaar, maar pittig genoeg. Naar iets soortgelijks gingen we dan ook op zoek. Dit was nog best lastig aangezien de meeste meerdaagse wandelingen Alpine ervaring vereisen en worden aangeduid als Tramping of hard Tramping, twee termen die niet al te feestelijk zijn weten we nu ;-). Uiteindelijk kwamen we op de St. James Walkway uit, een 5 daagse easy tramping track van hut naar hut.

St. James Walkway

Deze route van 66 km is in het noorden van de provincie Canterbury en wordt veel gedaan door Nieuw-Zeelanders, maar is minder bekend bij de toeristen. De trail notes omschrijven een easy tramping track die in 5 dagen bewandeld kan worden. Als je wilt kun je het ook sneller doen, maar op tijd in een hut aankomen en op je gemak een vuurtje stoken, lezen en eten maken is ook wat waard. Het is een track die door sub-alpinegebied loopt. De route gaat door prachtige valleien, bossen, rivieren en dat alles met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.

Easy tramping

In de trail notes van de Te Araroa staan drie gradaties aangegeven: easy tramping, tramping en hard tramping. Tijdens onze voorbereidingen dachten we dan ook dat easy tramping ongeveer hetzelfde zou zijn als bijvoorbeeld de beentjes strekken op de Veluwe. Misschien wat naïef van ons.
Tramping is iets heel anders dan wandelen. Het gaat over lastige oneffen paden in de bush, vaak kun je het geen pad noemen. Je steekt rivieren en stroompjes over, met behulp van een vervaarlijke swingbridge of soms ook niet. Je loopt door de blubber, je klautert, je stijgt en je daalt en dat doe je met rugzak op voor meerdere dagen, weer of geen weer.

De St. James is 4 tot 6 uur per dag easy tramping en we zijn er achtergekomen dat dat precies is wat we gezellig vinden om te doen! Het is uitdagend genoeg en ondertussen kan je ook nog genieten van de prachtige natuur. En een grappig detail voor ons, twee van de 5 dagen liepen we weer op de Te Araroa en aan het begin van de route kwamen we zelfs een oude vertrouwde tegen; Amerikaan Luke waar we weken geleden een tijdje mee hadden gewandeld. Hoe toevallig is dat!

Cannibal Gorge hut

Vier nachten overnachtte we in serviced huts. Denk hierbij niet aan douches, maaltijden en een winkeltje zoals je dat veelal in Europa ziet. Een serviced hut in Nieuw-Zeeland betekent stapelbedden, een zitje, een keukenblad, water (wat je beter nog even kunt filteren), een soort Dixy en een houtkachel waarbij de Ranger voor hout heeft gezorgd. Al met al waren het fijne huts op mooie locaties. Het gekke is wel dat je niet weet of er nog meer mensen komen en twee avonden zaten we dan ook te wachten op visite die niet kwam opdagen. De eerste nacht alleen in een hut werden we opgeschikt door een geluid dat het beste kan worden aangeduid als iemand die de keuken grondig aan het verbouwen is… het bleek gelukkig maar een possum! De laatste nacht waren we ook alleen en dat in de Cannibal Gorge hut. Deze hut heeft zijn naam te danken aan de vele menselijke botten die in de omgeving gevonden zijn. Het waren overblijfselen van een feestmaal waarbij de overwinnaars hun slachtoffers opaten. In combinatie met een spannend boek (De Pelgrim), de donkere stormachtige nacht en iemand die het grappig vond om geestverhalen in het logboek te schrijven werd het toch een beetje spannend in de Cannibal hut…

Outdoorsie Kiwi’s

De omschreven route liepen wij in tegengestelde richting wat resulteerde in mooie ontmoetingen met de trampers van zowel de St. James Walkway, de Te Araroa en andere routes. Op een paar toeristen na zijn we met name Kiwi’s tegengekomen. Nog steeds niet veel, maar op een plezierige manier voldoende. De outdoorsie Kiwi is een zeer nuchter soort en het was dan ook een plezier om ze onderweg of in de hutten tegen te komen. Trailverhalen worden gedeeld, gear wordt onder de loep genomen en (hiking)verhalen uit de media worden gebagatelliseerd… verafgelegen van de bewoonde wereld zonder internetverbinding verbroederd dezelfde passie. Een opa met zijn kleinkind te paard, jonge blaadjes zoals wij, vriendinnen op leeftijd en zingende kerkkinderen de diversiteit was alom. De Kiwi’s (jong en oud) zijn actief en dat doet de mens goed zo zagen wij.

De veelgestelde vraag van Kiwi’s: wat vinden jullie van Nieuw-Zeeland?  Als we het land hebben verlaten zal Deb hier een blogje aan wijden.

Sla, paardentrekkings en Cigarette Jane

Daar reden we dan richting Christchurch of nauwkeuriger gezegd naar the south Eyre Road in het gehucht Swannanoa voor een weekje werken op een boerderij. Vier weken eerder hadden we ons aangemeld op de website Workaway.info om een leuk werkadresje te vinden. Er ging een wereld voor ons open, echt er is zoveel keus en niet alleen in Nieuw-Zeeland. En dat verschilt van werken op een schooltje tot boerderijwerk. Gemiddeld 4 á 5 uur per dag in ruil voor kost en inwoning. Een gave manier om op een andere manier een land te ontdekken.

De farm

Na een grove selectie te hebben gemaakt kwamen we uit bij o.a. Catherine en Michael. Een hydrocultuur boerderij waar sla wordt gekweekt en waar ze, als hobby, drie paarden hebben. Ondanks de weinige informatie in hun profiel werden we getriggerd door de kleinschaligheid, de locatie en de paarden. Na wat kort contact waren we welkom en zo zaten we in de auto vol enthousiasme, maar vol vragen over waar we nu eigenlijk terecht zouden komen.

Het huis

Het was een zeer aangename verrassing. Michael ontving ons om 12 uur en gaf ons een tour door het huis. Het werd al snel duidelijk, doe lekker of je thuis bent en dat ging helemaal gemakkelijk met onze eigen slaapkamer en badkamer. Het huis staat op 10 hectaren en is gemaakt in de stijl van een barn. Het huis heeft een ruime woonkamer met aansluitend de keuken, 4 slaapkamers, twee badkamers, bijkeuken en twee ruime entrees. Naast het huis is een garage, paardenwei en twee kassen waarin sla wordt geteeld. Voor die omgeving is het blijkbaar aan de kleine kant, maar wij vonden het een aardig optrekje, helemaal als je in Amsterdam hebt gewoond :-)!

Karakters

Misschien wel het leukste aan het werken bij Catherine en Michael waren de ontmoetingen. Door de open en sociale Catherine hebben we in een korte tijd een paar hele leuke mensen ontmoet. Hieronder een korte omschrijving van de verschillende personages.

Michael, 73 jaar

In 1970 vertrokken met de boot van Engeland naar Nieuw-Zeeland. Engineer geweest en sinds 15 jaar in de slabladeren. Werkt 7 dagen in de week, gaat twee keer in de week met Rea naar de pub, sleutelt aan zijn oude Jaguar en heeft sinds 6 maanden officieel dementie. Uit een eerder huwelijk heeft hij 2 kinderen en is nu al 22 jaar getrouwd met Catherine. Een lieve man, al dan wel wat eigenwijs (tot frustratie van Catherine ;-)).

Catherine, 63 jaar

Geboren en getogen in Nieuw-Zeeland. Mooi om te zien hoe je in één leven zoveel verschillende dingen kunt doen. 21 jaar getrouwd geweest met haar eerste man, 3 kinderen grootgebracht, gewerkt bij een bank, heel veel gezeild, getennist, ongeveer in heel Nieuw-Zeeland gewoond, hertrouwd met Michael, op haar 50ste leren paardrijden en nu in de slabladerenbusiness. Voor Nieuw-Zeelandse begrippen is ze heel direct, maar wij vonden dat wel weer even een verademing. Een leuke en lieve vrouw. Pittig , eigentijds, goedlachs en een rots in de branding voor Michael. Iemand die van lekkere wijntjes, eten, gezelligheid en series houdt… een PriDe match!

Cigarette Jane, 70 jaar

Woont op 20 hectaren en is de buurvrouw van Catherine and Michael. Al jaren gescheiden, een zoon verloren door een vliegtuigongeluk en getergd door reuma. Maar desondanks een lieve en zeer intelligente vrouw en bovenal een veilige haven voor Catherine. Catherine wil sinds een paar maanden minder roken en gaat daarom elke avond naar Jane voor een paar sigaretjes. Jane lijkt een eindeloze voorraad te hebben van zowel sigaretten als van wijn.. en een luisterend oor voor Catherine. Normaal gesproken neemt Catherine maar zelden WWoofers (Willing Workers on Organic Farms) mee naar Jane, maar aangezien wij zo gezellig waren werden we de tweede dag al meegenomen om kennis te maken met Jane. Aangekomen bij Jane leek het wel een kleine kinderboerderij… kippen, konijnen, hanen, hond, katten, eenden.. alles liep er los rond, dat beloofde niet veel goeds voor mijn kleine smetvreesaanleg. Maar binnen bleek het super schoon en opgeruimd. Avonden hebben we geluisterd en gelachen om de vele verhalen van Jane en Catherine. Een waar genot, ondanks de enkele katertjes!

Rea, +/- 65 jaar

Een buurman die regelmatig binnenloopt met groenten en fruit uit eigen tuin, 2 keer in de week met Michael naar de pub gaat en regelmatig rijdt hij op de quad met Catherine’s paardentreks mee voor bevoorrading.

Dawn, +/- 60 jaar

Ken je de buurvrouw van Hyacinth? Meer intro is niet nodig. Dawn is twee keer mee geweest met haar paard. Rijdt al sinds dat ze klein is, heeft een schat van een paard, maar zodra er iets gebeurd (zuchtje wind bijvoorbeeld) schiet ze in de stressmodus. Lieve vrouw, maar zou iets meer gas op die lolly moeten hebben (zo zou Boerin Bertie het in ieder geval omschrijven).

Denise, +/- 60 jaar

Is architect geweest en heeft 19 paarden op 100 hectaren. In tegenstelling tot Dawn nergens bang voor (qua rijden) en het was dan ook super dat ze de laatste rit mee ging.

Sla, heel veel sla

We kwamen om te helpen in de slakassen. Michael en Catherine hebben een hydrocultuur boerderij waar sla geteeld wordt doormiddel van water waar voedingsstoffen aan zijn toegevoegd. Er komt geen grond aan te pas. Het was leerzaam om te zien hoe het werkt en je krijgt er onder andere schone sla van. De zaadjes die ze gebruikten kwamen uit Nederland. We werkten elke dag een paar uurtjes. We hebben geplant, schoongemaakt, onkruid vergiftigd en sla ingepakt. Leuk om dit voor anderhalve week te doen.

Ritjes door de natuur

Dit was in één woord geweldig!! Wat was het fijn om weer op het paard te zitten. Deb heeft een klein lesje gehad en is mee naar het strand geweest. Naast het strandritje heb ik nog een tocht langs de rivier gemaakt en eentje door berggebied incl. rivier crossings. Een autorit van een half uur tot uur brengt je bij de mooiste gebieden en daar maakt iedereen goed gebruik van, desondanks kom je sporadisch iemand tegen. Catherine heeft drie paarden; Ebony, een 29 jarige merrie welke in topvorm is, Little Red, afkomstig van Denise die haar heeft gered van mishandeling en uiteindelijk de slacht (echt een schatje), en Peachy, ook gered uit een blik hondenvoer en is omgetoverd tot een lief bomproef paard maar wel met genoeg spirit! Het triggert het allemaal wel weer… wie weet, toch misschien maar weer een paard nemen?!

Dementie

Zoals al eerder vermeld lijdt Michael aan dementie. Waar wij het eerst nog niet zo doorhadden ging het ons na de verhalen van Catherine ook opvallen. Een lastige periode omdat er snel gehandeld moet worden. De paarden, de tuin, het huis, het bedrijf en uiteindelijk de verzorging van Michael is veel te veel voor Catherine om alleen te behappen. Nu runt Michael nog de business, maar hoe lang hij daar nog in staat toe is is moeilijk te zeggen. Het liefst zouden ze er willen blijven wonen maar ze  bekijken nu of dat mogelijk is.

Uiteindelijk zijn we 12 dagen bij Catherine en Michael gebleven. Als het aan hun lag mochten we voor altijd blijven, maar het Zuidereiland roept om verder verkend te worden. Hier wordt gesuggereerd dat we in Nieuw-Zeeland kunnen blijven wonen en in Nederland wordt vermoedt dat we er zullen blijven. Maar waar Zeeland nog te doen zou zijn is Nieuw-Zeeland toch echt te ver! Ze hebben een speciaal plekje in onze gedachten gekregen en aan het einde van onze Nieuw-Zeelandreis zoeven we nog even bij ze langs voor wellicht een ritje te paard, maar zeker voor een heerlijk wijntje!

 

Bye..Bye.. Noordereiland, Hello Zuidereiland

Langzaam zakten we verder af naar Wellington. Eén van de natuurgebieden welke we graag wilden zien was de Tararua range. Dit zou tijdens de wandeling één van de moeilijkste gedeeltes zijn, met name omdat in dit berggebied het weer snel om kan slaan waardoor het zicht nihil is en het ook behoorlijk koud kan worden. Twee weken geleden waren in dit gebied nog twee ervaren mannen omgekomen. Omdat we nu met de auto zijn konden we een DOC-campground* opzoeken van waaruit je mooie en vooral veilige wandelingen kan maken. De campground was simpel, maar mooi en aan het begin van één van de wandelroutes. Bij aankomst regende het pijpestelen en het hield pas ’s nachts een beetje op. De ranger vertelde ons dat het de komende dagen niet veel beter zou worden en dat het misschien zelfs zou gaan sneeuwen.

Plimmerton

Na een nacht op de campground hebben we een prachtige wandeling gemaakt van 4 uur. Eigenlijk wilden we nog een nacht blijven, maar als je dan ziet dat het 1,5 uur verder aan de kust prachtig weer is dan geeft zo’n auto toch wel heel veel vrijheid en zo zaten we in de middag op een terrasje in de zon in Plimmerton!

Wellington

Plimmerton ligt bijna aangesloten aan Wellington waardoor we met een half uurtje in centrum arriveerden. Een stad waar wij ons eigenlijk nog niet erg in hadden verdiept waardoor de aangename verrassing des te groter was! We houden allebei erg van de natuur, maar het is af en toe toch ook wel erg fijn om in een grotere stad te zijn. Een stad met veel alternatieve winkeltjes & barretjes, heerlijke restaurantjes, musea, galeries en de meest fantastische bioscoop ever! Tips; Het nationaal museum (gratis en erg interessant), Jam, een kapperszaak (was wel nodig bij mij, Deb wil pas in Christchurch voordat we naar Azië gaan dus die ziet er nog steeds uit als John de Wolf ;-)), The Library (yummie cocktails) en The Embassy (best bios ever).

De oversteek

Na een paar heerlijke dagen in de stad verlieten we het Noordereiland per ferry. De overtocht duurt 3,5 uur. De ferry verlaat Wellington via de kleine haven, vaart over open zee waarna het door prachtige fjorden gaat en aankomt in Picton. Onderweg zagen we zelfs dolfijnen een zeilboot passeren, voor ons was het al prachtig, maar op de zeilboot moet het fantastisch zijn geweest. Bij aankomst kwamen we in Picton, een perfect plaatsje om een nachtje te blijven en waaruit watertaxi’s vertrekken om de Queen Charlotte Track te wandelen. Deze track van 4 dagen over de fjorden willen we waarschijnlijk aan het einde van onze reis in Nieuw-Zeeland nog gaan doen.

Albert Tasman National Park

Iets ten westen van Picton heb je het Abel Tasman National Park wat met name bekend staat om de coastal walkway, één van de 9 great walks in Nieuw-Zeeland. We boekten twee nachten op de Old Mac Donalds Farm, een camping, zodat we een volle dag hadden om een deel van de kustroute te wandelen. Een gemakkelijk pad met mooie vergezichten, heerlijke strandjes en aparte vogels…. een echte aanrader!

Hakka’s en een nieuwsgierige Nederlander

We zijn nog vlak voor het hoogseizoen dus heel druk is het nog nergens. Ook niet op de Old Mac Donalds Farm. Het kampeerveldje deelden we met een camper en later kwam er een jongensschool die het veldje bevolkten. We komen veel schoolreisjes tegen, het outdoorleven wordt er hier met de paplepel ingegoten. Ook aan de Maori cultuur wordt veel aandacht besteed. Deze jongens deden ’s ochtends en ’s avonds Hakka’s, de bekende Maori dansrituelen.

De camper werd bevolkt door Nederlandse pensionados. De man bemoeide zich overal mee en probeerde ook mee te doen met de jongens… na een tijd kwam hij ook bij ons buurten, want hoezo hebben wij zo’n dikke dure bak (zijn eerste vraag). Verder was hij niet zo onder de indruk van Nieuw-Zeeland. Daarom vroeg ik maar of ie het wel naar zijn zin had… toen krabbelde hij wel weer wat terug. Een toch wel vervelende man, met name omdat hij zo gefixeerd was op geld. Hij kon er niet over uit dat wij zo jong zo lang van de baas (een hond heeft een baas, maar goed) weg mochten en hoe wij dat dan konden betalen. Hij vroeg zelfs of we er voor geleend hadden (bizar?!). Naar onze toelichting luisterde hij niet, bij nader inzien had het grappig geweest een beetje te dollen met deze man. Uiteraard zijn we ons enorm bewust van onze luxe positie, maar het is fascinerend dat veel mensen zo geobsedeerd zijn van wat andere mensen hebben.. dat naast onze dikke uitziende bak een klein tentje staat valt hem niet op, dat Debby ook niet meer de jongste is wordt vaak niet gezien (wat telkens voor zeer grappige reacties zorgt bij het laten zien van haar legitimatie in de supermarkt bij de aanschaf van een flesje wijn) en het feit dat wij hard hebben gespaard wordt weggewimpeld. Dat wij zaken als kinderen en (weer) een huis kopen (lees: hypotheek afsluiten) even vooruit schuiven maakt dat we nu deze kans konden pakken. Fascinerend hoe vaak mensen naar andere mensen kijken i.p.v. te zien hoe goed ze het zelf wel niet hebben. Je kan er maar druk mee zijn!

Zandvliegjes

De ochtend van vertrek ging het regenen waardoor we letterlijk werden aangevallen door de zandvliegjes. In heel Nieuw-Zeeland komen deze vliegjes voor en eerder hebben we al reuze jeukende beultjes op onze benen gehad, maar nu leek het wel of ze weken niet gegeten hadden. Snel pakten we alles in en stapten we in de auto, maar helaas toch weer gebeten… ik heb volgens mij nog liever tien Tarantula’s dan die irritante jeuk (ok..ok.. dat neem ik terug.. brr..).

Aardbeving

Gelukkig hebben wij niks gemerkt van de aardbeving maar onderweg naar Wellington zagen we steeds meer de gevolgen hiervan. Zowel op het Noorder- als het Zuidereiland zijn hele stukken weg verzakt en veel gebouwen zijn nog gesloten voor inspectie of moeten gerestaureerd worden. In Wellington waren ook veel restaurantjes gesloten en zag je overal briefjes op de ruiten van bedrijfjes hangen waarop stond waarnaar toe ze tijdelijk waren verhuisd. De hele stad is een beetje verdwaald. Een deel van de highway 1 in het noorden van het Zuidereiland is nog steeds niet open waardoor iedereen 2 á 3 uur moet omrijden. Wij hebben van het meeste geen last, maar je ziet wel goed wat de impact het voor de bevolking is. Iets wat in het National museum in één van de tentoonstellingen ook goed in beeld werd gebracht. Echt heftig!

Van het Abel Tasman zijn we onderweg naar Christchurch voor een weekje farm werk. Momenteel zitten we, met jeukende armen en benen, in een heerlijk motel in Hanmer Springs. Vandaag vertrekken we naar de farm! We zijn heel benieuwd en hebben er super veel zin in!

*DOC-Campgrounds, Het Department of Conservation (DOC) beheert meer dan 250 campings in Nieuw-Zeeland die allemaal bereikbaar zijn met een camper of auto. Dit zijn over het algemeen vrij eenvoudige campings (voor een paar dollar) op prachtige, afgelegen locaties.

Een Happy PriDe

Nieuw-Zeeland is fantastisch en tot dusver lijkt het wel of alle factoren ons gunstig gestemd zijn om ons op de route te houden. Lichamelijk voelen we ons sterk (goede voorbereiding op de Fitnessclub), het weer zit mee en we ontmoeten lieve mensen. Ook de kilo’s die we naar huis hebben gestuurd helpen mee qua verlichting op onze schouders.

Toch knaagt er iets, elke dag om 6 uur opstaan om vervolgens na plusminus 25 kilometer tussen 16.00 en 17.00 uur ergens moe (lees: kapot) aan te komen. Dan moet de tent opgezet worden, daarna iets eten (soms daar ook te moe voor) vervolgens vallen we tussen 19.00 en 20:00 uur in slaap. Onderweg komen we de mooiste dingen tegen, maar omdat we redelijk langzaam zijn en de route vaak je volle attentie vraagt blijven we nergens lang stilstaan, want… anders halen we het niet… en ontstaat er toch iets wat een beetje op paniek lijkt. Kortere dagen zijn vaak niet mogelijk, omdat je niet uitkomt bij een veilige plek om te overnachten.

Beperkend

Maar hoe kan dat nou?? Is dit heel anders dan de 2700 km die we naar Spanje hebben gewandeld? Het antwoord is ja! We hadden het daar ook zwaar, maar kwamen (omdat de route gemakkelijk was) in een heerlijke hier-en-nu-flow. Daarnaast kun je later alle prachtige stukjes nogmaals bezoeken of het gebied beter verkennen omdat je in de buurt woont (hebben we toen ook gedaan). De route voelt nu beperkend, je krijgt het gevoel veel te missen van dit mooie land.

We hadden van te voren wel bedacht dat het zwaarder zou zijn, maar je ervaart het toch pas echt als je er bent en daadwerkelijk op veel moeilijkere paden, wat soms niet eens echt paden zijn, loopt. Als het dan in de nachten heftig heeft geregend krijgen we het al benauwd als we aan de volgende bosetappe denken en nemen daarom de dag erna de vaak saaie lange weg..

Niet voor ons

En dan kom je er wandelend achter dat deze route niet iets voor ons is, ondanks dat de dagen voor Auckland redelijk gemakkelijk waren (zie ook de foto’s). Het Noordereiland is erg pittig en het Zuidereiland wordt er niet minder om. Waar we op het Noordereiland 5 keer de Euromast via modderpadden beklimmen om 4 Euromasten te dalen om vervolgens weer 2 Euromasten te stijgen zal het op het Zuidereiland 10 Euromasten of 20 Euromasten worden… daarnaast is de route op het Zuidereiland heel erg afgelegen en kom je dagen niemand tegen.. eerst dachten we tof, maar nu weten we dat we daar niet blij van worden. PriDe heeft de beslissing genomen om Nieuw-Zeeland op een andere manier te ontdekken. Per auto! We hebben al wandelend in 4 weken rond de 650 kilometer gewandeld, van Cape Reinga naar Auckland, we hebben de route een kans gegeven en we hebben veel respect voor de mensen die hem helemaal wandelen.

Is het erg dat we stoppen met deze voettocht? Wij vinden van niet! Zonder deze route waren we hier waarschijnlijk niet en waren we zeker geen half jaar op reis gegaan, het biedt nu mooie andere avonturen. Wat nu?

Koekblikkie

Inmiddels hebben we in Auckland een auto gehuurd. Je kunt hier vaak voor veel goedkoper een oudere auto, of een auto met een hogere kilometerstand huren. Hier gingen wij voor; een oud koekblikkie. We liepen alle paperassen door met de medewerkster van het verhuurbedrijf. Ze vroeg of we net waren aangekomen. Toen we vertelden dat we al een maand in Nieuw-Zeeland waren en vanaf Cape Reinga naar daar waren gelopen, puilden haar ogen uit van verbazing en riep vol enthousiasme naar haar collega wat wij hadden gedaan in de nogal drukke zaak. Dit leidde tot meer verwonderde gezichten en vragen. De medewerkster haalde onze auto, maar kwam aanrijden met een grote Toyota Camry, weliswaar vol krassen etc, maar daar hoefden we ons niet druk over te maken verzekerde ze ons, alles stond genoteerd. Ze wees naar een echt koekblikkie en zei dat we die eigenlijk zouden krijgen, maar deze vond ze geschikter voor ons.

Kortom we blijven nog wel even in Nieuw-Zeeland, een week of zeven. Misschien gaan we wel een weekje of 2 op een boerderij werken, uiteraard gaan we nog prachtige wandelingen maken, mooie steden bezoeken, Lord of the Rings locaties bekijken, kanoën in de Glow worm caves en nog veel meer! Daarna gaan we waarschijnlijk door naar Azië, we maken het half jaar natuurlijk wel vol :-)). We zien wel waar de wind ons brengt, het geeft ons in ieder geval een happy PriDe gevoel! We vinden het leuk als jullie ons blijven volgen, we blijven bloggen en foto’s posten!

“Het leven is te kort om niet naar jezelf te luisteren” – PriDe’s tegelwijsheid.

Het baggerbos en de detour

Na de strandetappe volgt een lange tocht door dichtbegroeide subtropische bossen. In diverse blogjes en op Facebook lazen we heftige dingen. Vooral de bagger en de hoogteverschillen maken deze bossen tot een van de zwaarste etappes van de Te Araroa.

Herekino Forest

Gemotiveerd als wij waren wilden we ons niet gek laten maken, want hoe erg kan bagger en dichtbebost bos nu eenmaal zijn?! Vol goede moed begonnen wij aan het eerste bos: Het Herekino Forest, door Deb inmiddels omgedoopt tot het ‘Kl*te H€&r@ Baggerbos’.

De eerste 2 kilometers waren dan ook prima te doen en we vervloekte de mensen die negatieve dingen over dit prachtige bos hadden geschreven, maar bij kilometer 3 kregen we het toch wel benauwd en bij kilometer 4 waren we er al goed klaar mee!

Met een gemiddelde snelheid van 1 kilometer per uur, baggerberg op en al slippend er van af en op sommige stukken geen hand voor ogen zien door de begroeiing, welke aan je tas blijft hangen waardoor je jezelf weer los moet zien te worstelen. Zonder rugzak is het al gekkenwerk, maar met een zware rugzak op is het een ware hel.

Kauri’s

Ondanks het afzien was er, op momenten dat we konden kijken, ook prachtige natuur te zien. De indrukwekkende en met bijna uitsterven bedreigde reusachtige Kauri-bomen, Indiana Jones-achtige stroompjes en een enorme diversiteit aan planten & bomen.

Overnachten in het bos

Na een vermoeiende dag zette we onze tent op op één van de weinige ‘vlakke’ stukken. De modder zat ondertussen tot aan onze knieën, alles was vochtig, maar we waren blij met dit stukje bos waar we rustig de nacht in konden gaan. De vele vogels stellen je gerust en al snel lagen we te ronken. Totdat we wakker schrokken van een oorverdovend gekrijs, het geluid van een Kiwi… We openden onze ogen, maar het was net zo donker als met onze ogen dicht. Het was zo pikdonker dat je er claustrofobisch van werd! In je hoofd stel je jezelf gerust met dat het bijna weer licht wordt, maar bij het zien van de tijd 23.30 uur weet je dat het een lange nacht gaat worden!

Bevrijd uit het bos

Aan het einde van de volgende dag zouden we het baggerbos dan eindelijk verlaten. Na 5 flinke uitglijers van Deb en 3 van mij waren we intens opgelucht toen we het boerenland met haar koeien en schapen betraden. Meteen zette we onze tent op voor een nachtje onder de sterren.

Als we de dagen daarna de route zouden volgen zouden we door het Raetea Forest (net zo heftig, maar de kans op verdwalen was groter) en het Puketi Forest (raden ze af bij regen ivm overstromingsgevaar) wandelen. Door de voorspelde regen wat o.a. tot meer bagger zou leiden en omdat we er helemaal klaar mee waren, besloten we een detour te maken over de weg.

De detour

Opgelucht door onze keuze wandelden we over een houthakkersweg, via een bosweg naar een autoweg welke ons via de sporadisch gehuchtjes (in dit gebied is zelfs mobiele telefoonverbinding niet aanwezig) naar Kerikeri zou brengen. De eerste dag wandelden we gemakkelijk en genoten we van de koeien, kalfjes, schapen, lammetjes en het getjilp van de vogeltjes (lente!!).

Omdat we nu over wegen en langs weilanden wandelden was het zoeken naar een plekje om wild te kamperen lastig. Bij gebrek aan campings of motels klopten we bij een huis aan en bijna als vanzelfsprekend mochten we onze tent opzetten bij een lieve Maori-familie.

Rauwe mosselen

Enthousiast kwam de schoonzoon des huizes aan met mosselen. Rauw. Die moesten we echt proeven. Daar zit veel ijzer in, zei hij. Hij opende de mosselen en wij aten braaf een rauwe mossel, denkende dat dat blijkbaar gewoon was. Het was best lekker, maar één was genoeg vonden wij. Hij kon het wel beamen, hij vond ze rauw niet te knagen.

Na nog even gespeeld te hebben met de twee hondjes Coco en Little one, een kletspraatje en onze gevriesdroogde maaltijd doken we de tent in.

’s Nachts kwam het met bakken uit de hemel en ook in de ochtend regende het nog erg hard. Extra blij met de detour vouwden we onze zeiknatte tent op. Het was nu de derde dag dat we niet hadden gedoucht waardoor er een heerlijke baggerlucht van ons af kwam, als we dan ook maar iets van een douche zouden tegenkomen dan was die van ons!

Broadwood

Na 4 kilometer in de stromende regen kwamen we in het gehuchtje Broadwood, wat wij telkens per ongeluk Broadway noemden. In de verste verte leek het niet op Broadway, maar er was wel een benzinestation met cola & een yoghurtje (niet zo’n beste combinatie als ontbijt) en er was een Homestay!!! Wij konden onze geluk niet op en Deb belden meteen of ze nog een kamer beschikbaar hadden. Dat hadden ze en we konden direct terecht.

Bijna huppelend liepen wij de toch wel stijle 1 kilometer omhoog naar de Homestay, onderweg druk fantaserend over een heerlijk bed en vooral een douche. Boven aangekomen zag het er idyllisch uit, een mooie tuin, een huis van rood hout en een lieve Herdershond die ons stond op te wachten. De eigenaresse kwam ons tegemoet en nam ons mee naar binnen waar onze verbazing van onze gezichten af te lezen moest zijn. Wat een enorme vieze bende! Gaten in de muren, verf wat afbladderde, kieren waar de vliegen doorheen kwamen, een vies berenkleedje en iets wat toch wel verdacht veel op pretvlekken leek op de bedden.

De wc en douche waren nog viezer en van bovenaf gezien leek het op een filmset. Er zaten geen plafonds in, alles was open. Vanaf de trap had je een prachtig uitzicht op beiden en als je een klein poepje deed zaten er meteen vliegen om je heen en was het gehele huis vergeven. Meteen hadden we spijt dat we niet doorgelopen waren, maar in de middag werd het zonnig en kregen we van de man des huizes een tourtje in de tuin om eetbare dingen te vinden die we op onze verdere tocht ook zouden tegenkomen. We zijn het wel alweer vergeten, maar interessant was het wel. ’s Avonds waagden we het er toch op om te douchen en doken we zonder al te veel aan te raken onze eigen vertrouwde slaapzakjes in.

Kerikeri is hemels

De drie dagen erna was het zonnig en warm met in de nacht regen. We wandelden lange dagen, soms te moe om ’s avonds te eten (niet goed, weten we ;-)), kampeerden we wild langs de snelweg op een verborgen stukje berm & bij een gezinnetje in de tuin, dachten we gedurende de dag aan ceasar salades, wijntjes, vers fruit (iets anders dan verlepte fish en chips bij bezinepompen en gevriesdroogde maaltijden) en werden Debs wonden op d’r heupen met de dag groter.

Gisteren kwamen we dan eindelijk aan in Kerikeri. We hadden bedacht dat we wel een rustdag hadden verdiend in een lekker hotelletje. Na eerst een heerlijke ceasar salade (YES) te hebben gegeten bij het paradijselijke Palmco café kwamen we aan bij het Kauri Park Motel waar we een upgrade kregen naar een ruim huisje met keuken, woonkamer, groot bed, een heerlijke douche en een bubbelbad!

Meteen doken wij het bubbelbad in waarna het schone heldere water in een paar minuten bruin kleurde van onze vieze lijven. Vandaag blijkt ons paradijsje nog paradijselijker, tegenover het motel is een local farmers market met veel vers eten en live-muziek en naast het motel een chocoladefabriekje met een patisserie!! Wij komen onze rustdag wel door, morgen sluiten we ons weer aan op de route!