Rail away door Vietnam deel 2 – van Hué naar Hanoi

Onze laatste treinetappe was een etappe van 15 uur, van Hué naar Hanoi. Dit keer namen we de nachttrein. We hadden eerste klas soft sleepers, vier bedjes in één cabine. De andere opties waren hard sleepers, of te wel 6 planken in één cabine, of stoelen. Perfect op tijd kwam de trein weer aan en in onze cabine lagen al twee Vietnamese medepassagiers. Deze mannen waren gelukkig van het rustige soort. Ze snurkten misschien een beetje, maar dat kwam niet uit boven de treingeluiden. Want wat schudde en schokte de trein. Ondanks het rollen en schudden in bed, sliepen we aardig.

De volgende ochtend waren onze cabinegenoten al snel bij hun bestemming en niet veel later arriveerde er een nieuwe passagier. Een oude man, flinke rugzak, legerhelm op, houten stok in de hand. De Vietnamees bleek nogal een kletskous. Hij bleef maar tegen ons aan kletsen in het Vietnamees, wilde met ons op de foto en nouja eigenlijk begrepen we er natuurlijk helemaal niets van wat hij nou wilde of zei. Ik keek op mijn horloge en zag dat de reis nog tweeënhalf uur duurde… dat waren lange uren want de oude man gaf niet op. Een Vietnamees Hanoi lied dat luid uit de speakers galmde verloste ons, het eindstation was in zicht.

Straten in de Old Quarter

Hanoi is echt weer heel andere stad dan Ho Chi Minhstad met een hele eigen sfeer. Alleen het verkeer gedraagt zich uiteraard net zoals in Ho Chi Minhstad: toeteren en dan extra gas geven. We verbleven in de Old Quarter. Hier kun je ronddwalen door de straten. Het leuke hieraan is dat de straten in deze wijk hun specialistische koopwaar hebben, kleine winkeltjes op een rij die allemaal hetzelfde verkopen. Zo heb je een kruiden straatje, een garen straatje, een feestartikelen straatje, een bamboestokken straatje, maar ook een vogelkooitjes straatje en een plakband straatje en ga zo maar door. Je kunt het zo gek niet bedenken.

Hanoi

Verder heb je uiteraard in Hanoi ook andere bezienswaardigheden. Zo is er de French Quarter met zijn koloniale gebouwen, het Ho Chi Minh plein met het Mausoleum van Ho Chi Minh, het gemoedelijke Hoan Kiem meer, er zijn tempels en pagodes en natuurlijk ook verschillende musea zoals de beruchte Hỏa Lò gevangenis, ook wel het Hanoi Hilton genoemd. Deze gevangenis werd gebouwd door de Fransen waar ze politieke gevangenen vasthielden onder erbarmelijke omstandigheden. Gruwelijke martelpraktijken en het gebruik van de guillotine werden niet geschuwd. Tijdens de Vietnamoorlog kwamen hier Amerikaanse krijgsgevangenen te zitten. Ook zij verbleven in slechte omstandigheden en werden gemarteld. Dit deel van de geschiedenis werd in het museum anders geportretteerd en leek het alsof de Amerikanen daar best een goede tijd hadden.

Keuzestress

Vanuit Hanoi kun je verschillende tours doen naar indrukwekkend natuurschoon: Ha Long Bay en Sapa. We wisten dat we in ieder geval naar Ha Long Bay wilden, maar hoe en hoelang daar waren we niet uit. Er waren zoveel mogelijkheden voor ieder budget en er waren zoveel bedrijfjes die tourtjes aanbieden. Daarbij lees je veel online, want je wilt natuurlijk het beste tegen een redelijke prijs. En als iedereen je een tour door de strot wilt duwen en je leest al die reviews en je weet dat het mega toeristisch zal zijn…dan denk je waarom zullen we nog gaan. Maar het moet nu eenmaal een prachtig mooi natuurwonder zijn… Uiteindelijk kozen we voor een dagtour ipv meerdaagse cruises. Dat betekende vroeg weg en laat weer in het hotel voor een paar uurtjes op het water.

Ha Long Bay

Ha Long Bay is een baai met zo’n 2000 kalkstenen eilandjes en rotsen. Deze baai staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Kortom de moeite van een bezoekje waard. ’s Ochtends vroeg vertrokken we en een uurtje of 3 a 4 stapten we op een boot alwaar we lunchten terwijl de boot, tezamen met tientallen andere boten, richting de eilandjes voeren. Het was geen zonnige dag, maar een beetje mistig en dat gaven de rotsen en eilandjes met hun vreemde vormen een mysterieus aangezicht. We stopten bij een drijvend vissersdorpje waar armoe troef was voor de bewoners en daarna bezochten we één van de grotten die in sommige eilandjes schuilen. Deze grot leek meer op een discogrot. Kermisverlichting kleurde de grot rood, paars, groen, geel, etc… en de gids hoorde je niet meer boven de andere gidsen met hun groepen uit. Ha Long Bay is mooi, maar door het megatoerisme verliest het wel zijn charme. De terugweg duurde uiteraard lang en vanwege het verkeer koos de buschauffeur een andere route. Blijkbaar deed hij dat niet zo vaak, want een paar keert trapte hij vol op de rem om aan iemand de weg te vragen. We reden door het platteland en weliswaar was er niet zoveel verkeer maar een overstekende koe zorgde wel voor verhoogde adrenaline…

Stappen met George

Tijdens de Ha Long Bay tour ontmoette we George. Een Engelsman woonachtig in Berlijn. Het klikte en hij verbleef ook nog een tijdje in Hanoi dus we hadden afgesproken om af te spreken en zo geschiedde. We aten wat en dronken cocktails om vervolgens verder de Old Quarter in te duiken, de jonge Vietnamezen en de backpackers namen de straten over en inmiddels waren de verschillende winkeltjes die de straten overdag bevolkte nu omgetoverd in eetgelegenheden met de kleine krukjes en tafeltjes midden op straat. Hanoi bruist. We vonden een bar waar we nog konden zitten. Op de bovenste verdieping was het rustig en zat er een stel aan ballonnen te lurken. Lachgas ballonnen zijn een ding zo bleek. De grootste lol hadden ze en dat moest natuurlijk gefilmd worden. Toen we ’s avonds laat onszelf door het uitgaanspubliek, hier en daar iemand kotsend, heen worstelden richting hotel viel er iets op. Het verkeer leek verdwenen en de lucht was koeler. Heerlijk!

Thuis

De laatste dagen in Hanoi hebben we niet veel gedaan. We waren er toe om naar huis te gaan. We hebben zoveel gedaan en gezien dat je het soms allemaal niet meer kunt bevatten of in je opnemen. Een lange reis hadden we voor de boeg met een tussenstop van 6 uur op Singapore. Maar een tussenstop op Singapore is geen straf. Het is een groot vliegveld met vele winkels en eetgelegenheden, maar het mooiste zijn nog de gratis bioscopen, gameruimtes en de vlindertuin. Genoeg te doen dus om de tijd door te komen! Nu dus weer thuis en we genieten van dat het hier koeler is qua weer, dat we weer onze eigen maaltje koken en alle andere geneugten die alleen thuis zijn. Zelfs een vijfsterren hotel kan niet tegen thuis op! 🙂

 

Blij verrast door Bangkok

Eerlijk gezegd zagen we er een beetje tegen op om naar Bangkok te gaan. Zo’n hete grote stinkstad… maar het is nu eenmaal een superhandig punt om je reis door Azië verder te vervolgen of om nog één en ander te regelen.

Dit keer ging de, toch wel weer lange reis, zeer voorspoedig. We vertrokken om 10:15 ’s ochtends met de ferry en een kleine 2 uur later stonden we weer op het vaste land. Daar stond een tourbus op ons te wachten die ons naar Bangkok bracht. Om 20:30, stipt op tijd, kwamen we aan. Een taxi bracht ons naar onze containerhostel. Onderweg, toen we in de straat reden waar ons hostel bij lag, zagen we behoorlijk wat bars die flink bezocht werden. De taxichauffeur begon erg te giechelen. Wij, nog versuft van de lange reis, lachten wat mee en zeiden dat je daar vast leuk kon feesten.

Later, toen we weer door dat deel van de straat liepen begrepen we onze giechelende taxichauffeur. Onder andere was daar een Hooters bar. Dat was de rustigste bar waar mannen op hun gemak een krantje konden lezen. Al die andere bars waren van een grote luidruchtigheid waar mannelijke sekstoeristen naar binnen werden gelokt door de Thaise vrouwen. Het was treurig om te zien, zeker de te jonge meisjes in bugs bunny jurkjes die nog maar wat sterke drank achteroversloegen en een klant probeerde te scoren…

Het paleis en de koning

Onderweg in Thailand zagen we uiteraard veelvuldig de afbeelding van de koning. Op zich niets bijzonders. Maar we zagen ook regelmatig rouwlinten en mensen met zwarte strikjes opgespeld. We sloegen er eigenlijk niet zoveel acht op. Toen wij de ‘Grand Palace’ bezochten realiseerden we dat we nieuws hadden gemist. In oktober vorig jaar was de koning overleden, waarschijnlijk toen wij ergens door een modderbos in Nieuw-Zeeland aan het heenploegen waren. Hij was erg geliefd bij de bevolking en we zagen dan ook veel Thai hun respect betuigen bij het paleis.

Het paleis en de tempels waren echt schitterend, het is veel goud wat er blinkt. Het is een behoorlijk terrein waar je onder andere kunt komen met een boot. Op de Menan rivier varen de rivierschepen, taxibootjes en alles wat er tussenin zit kriskras door elkaar, maar het is een heerlijke manier om van a naar b te reizen in Bangkok. Ook is het heerlijk om over het paleiselijk terrein te dwalen. Het is druk, maar evengoed aangenaam, er is gewoon veel te zien.

Vele contrasten

Na drie dagen Bangkok kwamen we tot de conclusie dat we het eigenlijk wel een leuke stad vonden. Veel leuker dan Kuala Lumpur bijvoorbeeld. Waarom dat precies is weet ik eigenlijk niet. Want het is ook echt een grote drukke hete stinkstad. Je ziet hier ook veel meer armoede, het verschil tussen arm en rijk is groot. Op straat zie je mensen tot de bedelstaf veroordeeld omdat ze invalide zijn, oude mensjes die iets proberen te verkopen en ook wijkjes die nog net geen krottenwijkjes zijn. Daarnaast zie je weer vele enorme luxe shoppingmalls. Er is een mall met uiteraard alle luxe dure kledingmerken, met exclusieve restaurantjes, maar daar is ook, op de derde verdieping nota bene, een uitstalling van Maseraties, Rolls Royles’, Aston Martins, Porsches etc. etc. En wat misschien wel het bizarste is dat er onderin deze mall een enorm aquarium huist. Je kunt er gewoon in duiken als je dat zou willen om te zwemmen met haaien. Er is een complete onderwaterwereld gecreëerd inclusief pinguïns! We zijn hier overigens niet in geweest.

We hebben in drie dagen tijd een klein deel gezien van deze enorme stad. Maar we voelden ons er wel prettig en dat hadden we simpelweg niet verwacht. De lieve mensen in het containerhostel waar we verbleven droegen daar ook aan bij. Het was een familiebedrijfje waarbij iedereen zijn steentje bijdroeg. We raakten een beetje ontroerd door de oma die bij ons vertrek nog een geurende bloem plukte voor ons ieder.

Ho Chi Minh City

Vanuit Bangkok vlogen we naar Ho Chi Minh City, oftewel Saigon. Ons startpunt om Vietnam te verkennen. Bangkok was druk en heet, maar dat viel in het niet bij deze Vietnamese stad met zijn plusminus 10 miljoen inwoners en 8 miljoen scooters… gekkigheid! Inmiddels hebben we deze stad ook achter ons gelaten en reizen we met de trein langzaam richting Hanoi. Later meer over onze belevenissen in Vietnam.

Eindelijk vakantie

Na Nieuw-Zeeland, Singapore en Kuala Lumpur waren we wel toe aan vakantie 😉 Dat wil zeggen; zon, zee en strand en verder heel weinig. Maar voordat we onze lauweren lieten rusten op een tropisch eiland hadden we nog één tussenstop: Georgetown.

Maleisië is één van de rijkere landen in Zuidoost Azië. We hebben zelf de andere landen nog niet bezocht, maar we vinden Maleisië goed georganiseerd en er behoorlijk aangeharkt uitzien. Dat dit zo is hebben we ook begrepen van andere reizigers die veel in Azië hebben gereisd. Reizen door het land gaat dan ook soepel. We namen vanuit Kuala Lumpur de intercity naar Buttersworth, een reis van vier uur. Vanuit Buttersworth neem je dan de Ferry naar Georgetown wat op het eiland Penang ligt. Een tocht van hooguit een kwartier.

Georgetown

Het oude centrum van Georgetown staat op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het staat bekend om het lekkere eten verkrijgbaar in de vele eetstalletjes, de koloniale bouwwerken en graffiti van de Litouwse Ernest Zacharevic. Georgetown is zeker geen kleine plaats, er wonen bijna een miljoen mensen. Het is een chaotische stad met kleine straatjes en druk verkeer. Zoals je dat voorstelt bij een Aziatische stad.

Moskeeën, Hindoeïstische en Chinese tempels

Maleisië kent, net zoals Singapore, drie grote bevolkingsgroepen; Maleisiërs, Chinezen en Indiërs. De Islam is de officiële godsdienst, maar dat betekent niet dat andere religiën verboden zijn. Je ziet dan ook een kleurrijke afwisseling van moskeeën, hindoeïstische en Chinese tempels met evenveel kleurrijke mensen. In Georgetown heb je dan ook een Chinatown en een Little India, maar op kleinere schaal dan in Singapore. In Singapore vonden we Chinatown, ondanks de drukte, op de een of andere manier sereen, rood, de kleur van geluk, voerde de boventoon en de Chinese muziek was rustgevend. Little India overrompelde ons, uiteraard was het ook druk, maar de felle kleuren, de diverse harde muziek uit de winkeltjes en al het goud wat er blonk was voor ons een beetje teveel. In Georgetown was het allemaal gemoedelijker en leek het wat meer in elkaar over te vloeien. En al die verschillende culturen leidt ook tot grote diversiteit aan lekker eten.

Langkawi

Twee dagen in het hete Georgetown waren genoeg voor ons. Vanuit daar namen we de Ferry naar Langkawi. Een boottocht van bijna 5 uur in een volle boot waarin we vastzaten als sardientjes in blik. Langkawi heeft alles in zich om een enorm feesteiland te zijn. Het is een belastingvrij eiland dus drank en sigaretten zijn spotgoedkoop, het heeft prachtige witte stranden maar het is ook groen, het heeft lekkere eettentjes en barretjes en er zijn genoeg activiteiten om je te vermaken. Maar een feesteiland is het niet, toeristisch is het wel, maar helemaal niet druk, het is heel gemoedelijk. Ook onze hostel droeg bij aan het relaxte vakantiegevoel. We verbleven in The Crowded House, een simpel en goedkoop verblijf, maar schoon, kleurrijk en heel gezellig. Het jonge Franse stel dat deze plek runt zorgt voor lekkere BBQ’s dus voor je het weet zit je avondenlang gezellig te borrelen met andere vakantiegangers. Kortom voor ons een ideale vakantiebestemming!

Op de scooter

Op Langkawi kun je zonder problemen een scooter huren om het eiland mee te verkennen. De wegen zijn goed, er is weinig verkeer en het verkeer dat er is houdt rekening met scooters. En het is heerlijk op de scooter. Het is natuurlijk tropisch warm, de thermometer heeft de 40 graden wel aangeraakt tijdens ons verblijf, maar op de scooter voel je de verkoelende wind. Je rijdt door het Langkawese leven, wuivende palmen, overstekende varanen, eetstalletjes met laksa, nasi en roti canai, makaken die langs de weg elkaar zitten te vlooien of hun buit uit de vuilnis verorberen, kleurrijke gehoofddoekte vrouwen die ook op de scooter rondscheuren, mooie gebouwen en oude krotjes, prachtige en rustige witte stranden, het is er allemaal.

Maleisiërs

We ervaren de Maleisiërs als hele lieve vriendelijke mensen. Ze zijn vaak ook nieuwsgierig naar je, op een leuke manier. Wij zijn alleen in Kuala Lumpur en op toeristische plekken geweest, maar ik kan me voorstellen dat als je in minder toeristische plaatsen komt je veel bekijks kan hebben als Europese vrouw. In Kuala Lumpur ervaarden we het een beetje en in de trein onderweg naar Buttersworth zat een Scandinavisch gezin waarbij een Maleisisch stel graag op de foto wilden met hun oudste blonde dochter.

Contrasten

Maleisië is islamitisch wat betekent dat de vrouwen bedekt gekleed gaan, dus daar wil je dan ook wel rekening mee houden. In Kuala Lumpur droegen we lange broeken. In de meer toeristische plaatsen zie je veel meer diversiteit en kan korte broek ook prima. Terwijl ik dit schrijf, aan het strand, zag ik een Jetski bestuurd door een Maleisische jongen in zwembroek met achterop een blond meisje in bikini en ze versleepten een bananenboot met daarop een Arabisch stel, de vrouw in burka met haar man, gekleed in lange broek en korte mouwen blouse achter zich. Kortom het is hier allemaal aanwezig en allemaal even gemoedelijk. Misschien moet Trump hier eens een kijkje komen nemen om te zien hoe het ook kan…

Volgende stop: Koh Tao

Vanuit Langkawi zit je binnen ongeveer anderhalve uur met de Ferry in Thailand. Morgen vertrekken we richting het Thaise eilandje Koh Tao waar Pris d’r duikbrevet gaat halen. Het wordt een lange reis, ferry, bus en nachtboot… to be continued…

Nieuw-Zeeland; wat vonden we er nu eigenlijk van?

Welkom thuis zei Catherine toen we aankwamen op Ballinger farm. Tijdens onze laatste weekend in Nieuw-Zeeland maakten we gebruik van de gastvrijheid van Catherine en Michael. En thuis is ook hoe het voelde. We hadden een maand rondgereisd en nu waren we weer op vertrouwd terrein. Na drieënhalve maand Nieuw-Zeeland verkend te hebben, rond de 800 km te voet en tussen de 5000 a 6000 km met de auto, voelt het land als thuis. Al lijkt het voor ons gevoel heel lang geleden dat we in Auckland aankwamen herinner ik mij goed hoe onmetelijk ver het van alles voelde. Wat ook zo is, maar wat je toch snel vergeet omdat het een goed georganiseerd land is met Europese, vooral Britse roots. Het is vertrouwd en toegankelijk. Ook herinner ik me toen we richting Cape Reinga afreisde hoe betoverend mooi we het landschap vonden. Ik riep zo nu en dan: ‘God schiep Nieuw-Zeeland op de achtste dag, toen hij eindelijk doorhad hoe het moest’. Maar je raakt gewend aan zoveel natuurschoon en het wordt het onderdeel van je dagelijkse bestaan, het raakt vertrouwd.

De veelgestelde vraag

Tijdens onze wandeling op de St. James Walkway vroegen Kiwi’s ons vaak wat we het mooiste van Nieuw-Zeeland vonden. De vraag is bijzonder lastig. We hebben veel gezien en gedaan, maar ook veel niet gezien en gedaan.

We hebben bijvoorbeeld van heel veel mensen gehoord dat ze het Zuidereiland veel mooier en indrukwekkender vinden dan het Noordereiland. Dat vinden wij niet. Beide eilanden hebben hun eigen schoonheid die we beide zeer waarderen. De kracht van Nieuw-Zeeland zit hem denk ik in dat er qua natuur heel veel diversiteit is op een relatief klein oppervlakte. Plus het feit dat er maar 4 miljoen mensen wonen wat het ongerepte gevoel nog meer versterkt. Wat het mooiste is is moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid de kleuren, de vogels, de sprookjesbossen, de fjorden, de glowworms en zo kunnen we een hele waslijst opnoemen. Hieronder een paar willekeurige observaties en ervaringen over wat wij van Nieuw-Zeeland vinden.

Zandvliegen en het weer

Ik denk dat het veel zegt over Nieuw-Zeeland dat je eigenlijk maar kunt klagen over twee dingen: Zandvliegen en het weer. Zandvliegen zijn bijna overal in meer of mindere mate aanwezig. Als ze je bijten krijg je op de meest gekke momenten jeukaanvallen. Soms zorgen ze ervoor dat je niet lekker buiten kunt zitten. Dan is er dat onvoorspelbare schizofrene weer. Je staat buiten in de zon en tegelijkertijd krijg je een hagelbui op je kop. Soms zijn we weggeregend en waren we veroordeeld om in de auto te blijven in plaats van een mooie wandeling oid te maken. Verder was het ’s avonds vaak net te koud om lekker lang buiten te zitten en hebben we geen enkele keer gezwommen. Toch prijzen we ons gelukkig omdat we vaak ook mooi weer hebben gehad, zeker in het begin toen we wandelden.

Vogels

Misschien zijn onze favoriet wel de vogels van Nieuw-Zeeland. Elke ochtend het prachtige gezang en gekwetter van de voor ons exotische vogels. De Tui met zijn twee klankkasten of de superschattige Fantail die altijd om je heen blijft vliegen in het bos. Net als de grijze Robin. En dan die malle Weka’s en om in het wild heuse Pinguïns op de duinen te zien waggelen, dat was echt fantastisch. Kiwi’s hebben we niet gezien, maar eentje krijste ons wel ’s nachts wakker…

Toeristisch Nieuw-Zeeland

De natuurwonderen, de Lord of the Ring en de Maori cultuur worden flink uitgebuit. Dat is best jammer. Mooie plekken zijn duur en druk… wat de magie toch vaak doet vervagen. Ik bedoel, 94 NZD (plusminus 60 euro) per persoon om een geijser te zien waarbij voor de leuk een Maori dorp omheen is gebouwd en oja er is ook nog iets met kiwi’s. Uiteraard gaat de prijs omhoog als je de volle tour wilt. Gelukkig, als je even een half uurtje verder rijdt, dan kom je ook op de prachtigste plekken die niets kosten en die je vaak voor jezelf hebt.

Eten en drinken bestellen

Een klein minnetje is misschien het bestellen van eten en drinken in een gezellig tentje. Maar dit minnetje is waarschijnlijk wel een plusje voor onze portemonnee. In de meeste lunchtentjes, cafés, eetcafés en restaurantjes moet je aan de bar bestellen waarbij je een nummer krijgt die je op de tafel zet. Kortom ze brengen wel je eten en drinken maar nemen geen bestellingen aan je tafeltje op. Gevolg: we namen na dat ene drankje geen tweede… en soms is er in ene wel bediening aan tafel of moet je voor het één aan de bar bestellen maar voor het ander niet… verwarring alom.

Favoriete stad

Echte grote steden zijn er niet. Auckland is wel groot… maar wij vonden het uiteindelijk een wat onpersoonlijke stad waar men eigenlijk vooral leeft in de buitenwijken die heel mooi zijn. Wellington is onze favoriet. Gezellig en alternatief. Christchurch was ook bijzonder met zijn eigen sfeer, een creatieve stad in opbouw.

Kiwi’s

We hebben het al vaker gehad over de lekker relaxte nuchtere en vriendelijke Nieuw-Zeelander. Maar de Maori vrouwen, die zijn echt superstoer. Sterke trotse vrouwen, vaak wat aan de zware kant met van die mooie traditionele tatoeages. Achter het stoere exterieur schuilt een lief en ondeugend interieur. Ze zijn helemaal tha bomb!

Singapore

Drieënhalve maand reizen door Nieuw-Zeeland is best lang, zeker tweeënhalve maand met de auto. Doordat het goed georganiseerd is en omdat we de tijd hadden ben je vaak al snel op de volgende locatie en soms, zeker met regen, voelde het te lang en leek er geen einde aan de dag te komen. Eigenlijk natuurlijk een luxeprobleem maar we waren toe aan verandering 🙂 We zouden Nieuw-Zeeland zeker aanraden voor vakantie en om er te wonen en te werken lijkt het ons ook een ideaal land. Nu zijn we in Singapore en het is de perfecte verandering. Het is een fijne plek om te acclimatiseren en om langzaam te wennen aan Azië. Op naar nieuwe indrukken en avonturen op een ander continent!

Hoor de Tui

 

Goudkoorts en de regenachtige westkust

Een Fergburger. Dat moesten we echt proeven als we in Queenstown zouden zijn. Een Fergburger is de allerlekkerste hamburger van het allerbeste Nieuw-Zeelandse koeienvlees verkrijgbaar, aldus meerdere reizigers die we hadden gesproken. Lyrisch waren ze. Onze volgende missie was dan ook een Fergburger eten in Queenstown. We besloten om niet te ontbijten in Te Anau zodat we met flinke trek rond lunchtijd in Queenstown zouden zijn.

Het was 2 Januari en zoals ik al eerder schreef is het hier nu de piek van het hoogseizoen. We wisten dat Queenstown toeristisch zou zijn. Ik dacht dat het kneuterig toeristisch zou zijn. Veel gezellige drukte in een gezellig plaatsje met knusse oudere gebouwtjes in een adembenemend landschap. Maar het was van een verstikkende drukte, echt gezellige gebouwtjes ontdekten we niet, er waren vooral veel winkels en op zich was er een schattig parkje, maar je zag door de mensenmassa de bomen niet. Maar goed we hadden als missie om een Fergburger te eten… je raadt het al… ook daar stond er een mega lange rij alsof het een attractie betrof bij de Efteling. Twee uur wachten op een hamburger, daar hadden we dus geen zin in en doken een Thais restaurant in om onze opgebouwde honger te stillen. Het was heerlijk! Dat van die Fergburger geloven we wel. Daarna ontvluchten we Queenstown.

Goudkoorts in Arrowtown

Een half uur verder rijden en je bent in Arrowtown, een oud goudzoekersdorpje waar nog een oude Chinese goudzoekers settlement was te bezichtigen. Ten tijde van de goudkoorts vertrokken veel arme Chinezen naar Australië en Nieuw-Zeeland om daar hun geluk te beproeven. Langs de ruige westkust van Nieuw-Zeeland vind je dan ook nog oude goudmijnen en verlaten goudzoekers gehuchten. Dit plaatsje was eigenlijk wat ik me van Queenstown had voorgesteld; toeristisch, maar gezellig druk, oude gebouwtjes, stuk historie in een mooi landschap. We besloten daar twee nachten te verblijven. Je kon er mooie lange wandelingen maken en goud zoeken in de rivier. Voor 3 dollar kon je een schepje en een goudpannetje huren. Dus wij op pad terwijl ik me terug in de tijd waande als een goudzoeker met goudkoorts… je kunt nog steeds wat vinden, niet veel,  maar wel iets. Ik kan me voorstellen dat als je daar woont het een leuk tijdverdrijf is. Al was Pris met haar korte spanningsboog na 1 keer al verveeld.

Op naar de bergen, Mount Cook

Een andere highlight is het bezichtigen van Mount Cook. Vaak kun je hem niet zien omdat er wolken omheen hangen. Ook op onze dag van vertrek zag het weer er niet gunstig uit. Maar we wilden twee nachten verblijven op de DOC campground bij het Mount Cook gebergte en hadden goede hoop op schitterend weer de volgende dag.

Kleuren

De weg naar Mount Cook is ook weer van een schoonheid. Iets wat in Nieuw-Zeeland zo onwerkelijk lijkt, zijn de kleuren. Zo knalgroen de bossen zijn, zo knalblauw kan het water zijn. En alles ertussenin. De combinaties zijn vaak ook surrealistisch. Een grasgroen weiland met Hollandse koeien en dan aansluitend een wit tropisch strand met een prachtige heldere azuurblauwe zee met tussendoor vele varens, palmbomen en soms ook dennenbos en uiteraard andere exotische en minder exotische gewassen. Zelfs als het bewolkt is, mistig is en het regent, als de stranden zwart zijn en de begroeiing tegen de steile kliffen geurt van het vocht, dan zelfs kleurt de zee in een blauwe pasteltint als een Chevrolet uit de jaren vijftig. Onderweg naar Mount Cook kom je meren tegen van een onwaarschijnlijke kleur blauw. Als de lucht dan helder is en de zon hoog staat krijg je dan ook foto’s waarbij het lijkt of ze flink gephotoshopt zijn.

Na een ijskoude nacht was het de volgende dag stralend weer. We stonden vroeg op om naar een uitkijkpunt te wandelen. En daar hadden we een half uur lang een majestueus uitzicht op Mount Cook voor ons alleen. We werden alleen gezelschap gehouden door een stel Kea’s, uit de kluiten gewassen bergpapegaaien. In de middag ondernamen we een langere wandeling naar Hooker Lake, waar een gletsjer eindigt in een meer en waar ijsschotsen drijven. Gedurende de tocht hadden we bijna continue uitzicht op Mount Cook.

De wilde westkust

Het Nieuw-Zeelandse alpengebied strekt zich uit over een afstand van 500 km. Het is klimaatbepalend. Aan de westkant houdt het wolkenmassa’s en depressies tegen. Dit betekent simpelweg dat het aan de westkust van het Zuidereiland vaak slecht weer is, terwijl het aan de oostkant van dit eiland mooi blijft. De westkust is ruig en er liggen een aantal trekpleisters; de Frans Josef en Fox gletsjers en de pancake rocks. Via Wanaka reden we naar Fox glacier en het nabij gelegen Lake Matheson, bekend om de prachtige weerspiegelingen. Het weer werd jammerlijk steeds slechter. Zelfs dan is het een schitterend gebied gehuld in regenwoud. We maakten door de miezer nog een wandeling door woud en langs zwart strand met steile rotsen. Zelfs met rot weer is het er mooi en het moet adembenemend zijn als de zon schijnt en de lucht helder is zodat op de achtergrond de witte toppen verschijnen van het Mount Cook gebergte.

Westport

Nu zijn we aanbeland in Westport, een functioneel stadje met een kolenmijn geschiedenis. Door een wolk van regen liepen we vandaag een mooie route langs de kust naar een zeehondenkolonie. Er waren vele jonge zeehondjes, nog afhankelijk van hun moeder, te zien. Velen lagen te luieren en andere zwommen in de zee. Dit spektakel konden we van bovenaf bekijken. Het slechte weer houdt aan en we proberen weer richting mooier weer te gaan. Daarom bereiden we ons nu voor op een meerdaagse wandeltocht in oostelijker gelegen berggebied van hut naar hut: de St. James Walkway. Dit in de plaats van de Queen Charlotte track die we eerst voor ogen hadden. Deze tocht zal ons een dag of vijf kosten. Daarna vertrekken we richting Catherine en Michael voor onze laatste weekendje in Nieuw-Zeeland.

Daar waar de pinguïns zijn

Christchurch, de logische volgende stop na onze wwoofer avontuur. Onze wwoofer host, Catherine, gaat niet graag meer naar de door aardbevingen geteisterde stad. Het maakt haar droevig. Zij kent de stad in volle glorie met haar oude gebouwen. Wij kunnen er anders naar kijken.

Het is een gebroken stad in opbouw. De aardbeving van 2011 heeft de meeste schade aangericht, die van afgelopen november heeft niet zo’n groot effect gehad. We zien veel half ingestorte gebouwen, braakliggend terrein, nieuwe futuristische gebouwen en heel veel bouwvakkers, omleidingen en tijdelijke winkels in containers. Tevens zegeviert de creativiteit, er is veel graffiti, alternatieve eettentjes en prachtige moderne musea. Misschien is Christchurch gebroken, maar zeker niet zielloos.

In de gevangenis

Overnachten in een gevangenis, maar dan voor de lol. Dat kan in Christchurch, of om preciezer te zijn in Addington. Een oude gevangenis die tot en met 1999 nog in bedrijf was is omgetoverd tot een hostel. Een bijzonder verblijf en dat vond ik helemaal toen bleek dat Pauline Parker, die op 15-jarige leeftijd samen met haar hartsvriendin haar moeder vermoordde, haar straf er had uitgezeten. Dit drama vond plaats in 1954 en hield de gemoederen in Nieuw-Zeeland lang bezig. Dit verhaal inspireerde Peter Jackson tot het maken van de film Heavenly Creatures… Eén van mijn favoriete films.

Kerst in Dunedin

Onze roadtrip vervolgde zich richting Dunedin. De oudste stad van het Zuidereiland. Langs de kust vind je onder andere pinguïns, zeeleeuwen en de raadselachtige Moeraki boulders. Het zijn grote grijze, bijna perfect ronde stenen die daar op het strand liggen verspreidt. Jarenlang was dit onderwerp van allerlei legendes en theorieën, maar uit onderzoek blijkt dat ze 60 miljoen jaar geleden zijn ontstaan op de bodem van de zee.

Na een heerlijke lunchstop bij Fleurs Place op aanraden van Catherine & Michael reden we naar Dunedin waar we de kerstdagen zouden doorbrengen. Op kerstavond was het centrumpje nog druk en bruisend, maar op kerstdag was het net een spookstad waar de straten verlaten waren en alles gesloten. Op een mini market en een MC Donalds op het industrieterrein na. Je kunt raden waar onze kerstmaal uit bestond ;-).

Op pinguïnjacht

Een pinguïn in het wild zien, dat stond hoog op onze wensenlijst. Er zijn verschillende kolonies van de Kleine Blauwe pinguïn die je kunt bezichtigen en je kunt tours doen om de bijzondere Geeloog pinguïn te bewonderen. Maar er zijn ook plekken waar je ze zonder hordes toeristen kunt zien, als je geluk hebt tenminste. Het idee om ergens rond te lopen en daar een pinguïn te zien leek me een prachtige ervaring. Alsof je een schatzoeker bent. Op kerstdag was dat onze missie. We reden richting Sandfly Bay over het schitterende Otago Peninsula. Daar zouden Geeloog pinguïns leven. Deze leven overigens niet in kolonies. We hoopten, maar verwachtten niet dat we ze zomaar zouden aantreffen. Maar na een zeer steile afdaling door de duinen naar het strand zagen we een paar mensen gegroepeerd op veilige afstand van twee pinguïns! Ze waggelden de steile duinen op. Gebiologeerd bleven we een tijd lang kijken, waarna we nog even naar de andere kant van de baai liepen om ons geluk te beproeven. Daar vonden we een paar luierende zeeleeuwen. Op de terugweg bleven we nog even plakken bij de waggelende vogels waarvan we er nu drie telden. Missie geslaagd!

Bluff, bitterzoet

Bluff zou het eindpunt zijn van onze wandeltocht. Het zuidelijkste punt van Nieuw-Zeeland, als je tenminste Stewart Island niet meerekent, een kleine 5000 kilometer verwijdert van de zuidpool. Het is zo’n kleine grauwe havenplaats waarbij je het gevoel krijgt dat je het einde van de wereld hebt bereikt. Bij Den Helder heb ik ook altijd dat gevoel. Naast dat einde van de wereld gevoel, voelden we ons ook een beetje ontdaan. We weten heel goed waarom we zijn gestopt en we weten ook dat het een goed besluit is, maar naarmate de tijd vordert vergeet je een beetje hoe het ook daadwerkelijk was. Je vergeet de pijn, de oneindigheid, de honger, de stress van ‘ergens op tijd te moeten zijn voor een slaapplek’ en op de plek wat je eindpunt zou zijn denk je dan; ‘waarom hebben we niet doorgezet’. Maar aan de andere kant wat hebben we nu al een mooie reis gemaakt en wat hebben we nog voor moois voor de boeg. How lucky we are. Kortom bitterzoet.

Gloeiende gloeiwormen

Als je in Nieuw-Zeeland bent dan is een must do een glowworm cave bezoeken. Wij hadden besloten om dit te doen bij Te Anau, een klein en toeristisch plaatsje bij het gelijknamige meer in het Fiordland. Na eerst een mooie boottocht over het meer en langs fjorden belandden we bij de grot. Daar leerden we alles over het leven van de gloeiworm alvorens we de grot ingingen. En het was prachtig, soms een beetje desoriënterend omdat je steeds omhoog kijkt in het pikkedonker en de gids rondjes maakt met het krappe bootje. Maar het was betoverend als een sterrenhemel. Echt bijzonder.

Af en toe is het is net een kermis

De piek van het hoogseizoen is aangebroken en wij bevinden ons inmiddels in supertoeristisch gebied. Niet voor niets is het toeristisch, want het is er schitterend. Te Anau is in alles voorzien en voor het gemak staat ook bijna alles in het Chinees aangegeven. Vanuit hier kun je in twee uur tijd naar Milford Sound rijden, het bekendste fjord van dit gebied. Het is een schitterende rit en je rijdt zo ongeveer in colonne met tientallen tourbussen, campertjes en andere huurauto’s. Op elke stopplek langs de route stopt ook iedereen dat telkens tot bijna ongelukken leidt. Bij Milford Sound wemelt het er dan ook van de toeristen die op één van de vele fjordcruises stappen of een helikoptertochtje ondernemen. De ene vlucht na de ander wordt gelanceerd. Het is er heel mooi, maar ook een kermis…

Na deze kermis wilden we richting Queenstown gaan om daar in de omgeving Oud & Nieuw te vieren. Maar het was haast onmogelijk om in dit gebied een slaapplek te vinden. Uiteindelijk vonden we nog een plekje in Te Anau, dus besloten we daar naar terug te keren, je komt er sowieso weer langs, de weg naar Milford Sound is een doodlopende. De route terug hakten we in tweeën en verbleven we op prachtige doch simpele DOC campgrounds. Hier hebben we mooie wandelingen gemaakt en een zogenaamde walkwire getrotseerd: een brug bestaande uit drie staaldraden, twee om je aan vast te houden, één om over te wandelen. Een wankele ervaring.

Oud & Nieuw

We hebben prachtige dagen gehad qua weer, maar nu regende het pijpenstelen…  dat mocht de pret niet drukken. Wij waren sowieso blij dat we nog betaalbare accommodatie hadden gevonden. Het was een relaxte jaarwisseling. Om half elf waagden we ons door de regen naar een parkje waar er een bandje zou spelen. Het was er niet bepaald bomvol maar gezellig druk. Aan het meer was er om twaalf uur een georganiseerd vuurwerk. Het gemeentelijke vuurwerkbudget was genoeg voor 5 minuten knallen. Heerlijk om niet dagenlang half ingedoken en gespannen over straat te hoeven lopen in afwachting van een knal of vuurpijl uit onverwachte hoek. Kortom een geslaagde jaarwisseling en bij het ontwaken werden we getrakteerd op een stralende regenboog!

De Tongariro Alpine Crossing

In Napier zagen we dat het schitterend weer zou worden bij de vulkanen in Tongariro National Park. En dat werd het! Dus wij gingen in de herkansing en konden dit keer de Tongariro Alpine Crossing doen, een dagtocht van 19,4 km waarvan gezegd wordt dat het de spectaculairste ééndaagse wandeltocht in Nieuw-Zeeland is. We reden via Taupo naar de camping waar we eerder in de vriezende kou hadden vertoefd. Dit keer hing er geen regensluier over Taupo en waren de vulkanen ver over het grote meer zichtbaar. Na een lunch reden we verder naar Whakapapa Village. Zo anders met de warmte en een stralende zon. Ons vertrouwde plekje was weer vrij, we boekten de tourbus die ons bij het begin van de tocht zou droppen en aan het einde ons weer zou ophalen. We lummelden lekker in de zon, maakten wat eten in de gezamenlijke keuken. Nu zaten we daar graag ter verkoeling in plaats vanwege de kou. Ik bladerde wat door mappen waarin stond wat te doen bij een vulkaanuitbarsting. Een realistisch gevaar. In 2012 was er nog een uitbarsting. Niet veel later ging er een luid alarm. Iedereen schrok op en keek elkaar aan van is dit hét alarm en f*ck wat moeten we nu doen??? Maar een Nieuw-Zeelander wist ons gerust te stellen dat het ging om een oproep voor de vrijwillige brandweer. Gelukkig, maar het zet je toch aan het denken.. 😉

De Alpine Crossing

De camping was behoorlijk drukker, gewoon vol. En zo ook de tourbus die ons om 07:00 ’s ochtends naar het beginpunt bracht. Het was niet de enige tourbus… bus en busladingen vol werden er gedropt. Rijen stonden er voor het toilet… maar het was dan ook een perfecte dag (wat heel vaak niet het geval is waardoor het te gevaarlijk is). Onze chauffeuse verzekerde ons ervan dat al onze foto’s er nep uit zouden zien vanwege de strakblauwe lucht en scherpe zon.

Vol goede zin, samen met honderden anderen, gingen we op pad. Het pad is bijzonder goed aangeharkt. Je hebt eigenlijk maar echt één lastige beklimming en afdaling… Heel steil. Verder zijn er allemaal keurige trappen. Het is niet persé een hele moeilijke tocht, maar zeker ook geen makkelijke. We zagen veel mensen die het onderschat hadden. En dan kan het een hele lange dag worden. Regelmatig hoorden we mensen elkaar vervloeken met ‘Wie zijn idee was dit nou eigenlijk??!!’ en ‘nu zouden we die meren toch wel een keer moeten gaan zien!!’

Je begint in laag vulkanische gebied aan de voet van Mount Doom, je loopt langs een stroompje en hebt uitzicht op een witte bergtop zo’n 200 km verder gelegen. Je stijgt en klimt tot je op de Red Crater staat, een indrukwekkend iets. Dan volgt de steile afdaling met uitzicht op de Emerald Lakes en de Blue Lake. Oogstrelend! Ik was blij dat we onze wandelstokken mee hadden, want die afdaling was een worsteling voor velen.
Na de Blue Lake begint er een lange afdaling met prachtige uitkijkjes. Ook loop je langs een rookpluim, dat is een krater die nog steeds rookt sinds de uitbarsting van 2012. Je eindigt in een elfenbos. We zijn blij dat we er voor terug zijn gekomen, het is inderdaad magisch, zelfs met zoveel mensen om je heen.

Plannen voor Azië

Daags na de Alpine Crossing reden we richting Whanganui. Een mooie bergachtige weg. Je realiseert je hoe hoog je zat omdat je opeens zo daalt en de auto flink op de rem moet trappen om langzaam door de haarspeldbochten te rijden.

In Whanganui wilden we onze verdere reis regelen. Tenminste onze tickets omboeken. Maar het is hoogseizoen dus alles zit vol of je betaalt de hoofdprijs. Gelukkig is het ons uiteindelijk voor normale omboekingskosten gelukt (80 ipv 600 of meer euries per ticket). We vliegen nu 23 januari naar Singapore, daar vieren we Pris haar verjaardag. Dan reizen we door Maleisië en Thailand, daarna is het plan om naar Myanmar te gaan en tot slot naar Cambodja en Vietnam. Dat is nu tenminste onze grove plan. We hebben nu nog iets minder dan 8 weken in Nieuw-Zeeland. We reizen nu langzaam af richting Wellington waar we de Ferry naar het Zuidereiland nemen. Daar hebben we nog 7 weken, waarvan (over 2 weken) we 1 week vrijwilligerswerk gaan doen op een farm. In ruil voor 4 á 5 uur per dag werken in de tuin en met paarden krijgen we kost en inwoning! Een mooie manier om op een andere manier kennis te maken met de Kiwi’s.

Zoeven door vulkanisch gebied

En toen hadden we dus een auto. De afstanden die we dagelijkse wandelden kost ons nu een minuut of 20 in plaats van de zes tot acht uur die het ons eerst kostte. Een auto betekent ook dat we weer even moeten wennen aan deze manier van reizen, aan een nieuw ritme. Ook betekent het dat we meer mee kunnen nemen en dat we onze kampeerspulletjes wat kunnen uitbreiden. Een extra broek, shirtjes en sneakertjes zijn nu ook geen overbodige luxe.

Hamilton

Alles ten noorden van Auckland en Auckland zelf, daar hadden we al genoeg gezien vonden we. Dus onze eerste stop was Hamilton, ongeveer een uurtje rijden ten zuiden van Auckland. Een behoorlijk stadje redelijk centraal gelegen. Daar zouden we flink shoppen. Maar shoppen is niet onze lievelingsbezigheid, dus al snel waren we afgeleid. Hamilton is niet perse een heel gezellig stadje, maar het ligt wel aan de mooie ruige rivier de Waikato. Daarnaast regende het er pijpenstelen en was alles daardoor in grauwheid gehuld. We voelden ons ook erg vermoeid, alsof ons lijf dacht te mogen ontspannen na vier weken hard werken. Typisch zo’n dag om je bed niet uit te komen en series te kijken op Netflix. We slaagden voor een paar zaken en als beloning mochten we van onszelf naar de film. De Accountant is een aanrader! Na een goeie maaltijd in de pub, doken we vroeg de tent in.

De volgende dag was het droog maar nog steeds winderig en kil. Daarom hadden we ook een motelletje geboekt in Tauranga met een heus privé thermaalbad. Maar eerst een bezoekje aan de Hamilton Gardens. We wisten niet wat we er van konden verwachten, maar we reden er toch langs. We waren blij verrast. Het was eigenlijk een tuinmuseum, met tuinen uit de hele wereld en uit verschillende tijden. Het was tot onze verbazing erg rustig. Dit bleek vooral te danken aan ons loopritme van vroeg opstaan, toen we vertrokken kwamen de busladingen bejaarden en Chinezen.

Stinkende stadjes en de aardbeving

Nieuw-Zeeland ligt op een breuklijn van twee aardplaaten. Op het Noordereiland zijn er daardoor vulkanen ontstaan, op het Zuidereiland het alpengebied en er vinden daardoor ook regelmatig aardbevingen plaats. Wij bevonden ons nu in het vulkanische gebied aan de oostkust. Voordat we bij het motel incheckten, lunchte we eerst nog even aan het water bij een parkje. We bestudeerde de wijdverspreide borden met informatie over wat te doen bij een tsunami. We concludeerden dat we door even een stukje landinwaarts te lopen veilig zouden zijn. ’s Middags luierden we in het gedateerde maar nog steeds functionele motelkamer met privé thermaalbad. In dit vulkanische gebied graaf je een gat in je tuin en voilá je hebt je persoonlijke thermaalbad vol met mineralen en de bijbehorende zwavellucht. De rotte eieren lucht namen we voor lief, want het bad was een weldaad voor ons lijf en vooral ook voor de open schaafwonden op mijn heup die door mijn rugzak waren veroorzaakt.

Na een heerlijke nacht werden we wakker met bezorgde berichtjes. Of alles okay was met ons in verband met de aardbeving en het tsunamigevaar. Het nieuws moest nog even indalen, maar wij hadden dus helemaal niets gemerkt. Uiteraard zochten we het nieuwskanaal op op de tv. Daar werd alles goed bericht en lag de focus op de gebieden die getroffen waren. Waar wij waren was niets aan de hand. Maar Nieuw-Zeeland is best groot ook al lijkt het niet zo naast het reusachtige Australië.

We besloten wel om niet naar een andere kustplaats te gaan, i.v.m. het tsunamigevaar, maar naar Rotorua, een echte stinkstad. Het staat bekend om de rotte eieren lucht en de borrelende stomende modderpoeltjes. Dat moesten we natuurlijk zien, al hoefde ruiken niet persé. Verder zijn er ook geisers die tot ware toeristenparken zijn omgedoopt met Maoridorpen en Kiwiparken. Uiteraard betaal je je hiervoor helemaal blauw. Daar hadden we geen zin in en zo belandden we in een prachtig Redwoodbos waar je heerlijk kon wandelen. Nieuw-Zeeland kan erg in de kosten lopen als je alle ‘toeristische’ dingen bezoekt, maar vaak heb je in het zelfde gebied mooie DOC-wandelingen die gratis zijn en waar je ongeveer het zelfde ziet, vaak nog meer omdat er geen busladingen voor je neus staan.

Op naar Mount Doom

Uiteraard stond op onze must see lijstje de vulkanen Mount Tongariro en Mount Ngauruhoe (Mount Doom) met de prachtige meren en dreigende landschap. Tussenstop werd Taupo bij Lake Taupo, het grootste meer in Nieuw-Zeeland, wederom een prachtig gebied. Echter het weer bleef maar druilerig en kil en ook was er zware regenval. We bleven twee nachten. Je zou vanaf het meer de sneeuwtoppen van de vulkanen kunnen zien, maar daar was het te slecht weer voor. Wel konden we nog een schitterende wandeling maken naar de Hukafalls.

Het weer zou opklaren dus vol goede moed trokken we naar Whakapapa village van waaruit we de Tongariro Alpine Crossing konden gaan ondernemen. Een dagwandeling van ruim 19 kilometer die als één van de spectaculairste wandelingen in Nieuw-Zeeland wordt gezien. Maar daarvoor moet het weer wel goed zijn. Het weer bleef grillig, guur en regenachtig, wat het landschap een extra dramatisch effect gaf ondanks dat de vulkanen redelijk onzichtbaar bleven. Het hotel aan het begin van het dorp, Chateau Tongariro deed ons denken aan het hotel uit de film The Shining naar de thriller van Steven King. We boekten twee nachten op de camping in de hoop dat het weer zou opklaren. De voorspellingen waren niet goed, hagel en sneeuw werd er beloofd die nacht. We zouden het per dag bekijken hoe het zich zou ontwikkelen. Die dag aten we wat soep in het café van The Shining hotel, we draaide wat wasjes en warmden ons op in de keuken van de camping. We ontmoette Chelsea. Een Nieuw-Zeelandse die ook had getracht de Te Araroa te hiken en ook tot de conclusie kwam dat het niets voor haar was. Nu reisde ze door haar thuisland, zoals wij met de auto en het maken van verschillende dagtochten. Ondanks dat we erg tevreden zijn met onze keuze voelt het toch goed als je een ‘lotgenoot’ ontmoet.

Die nacht was het koud… maar onze ganzendonzen slaapzakken deden goed dienst, dit was de ultieme test. De volgende dag zag het er niet naar uit dat we de Tongariro Alpine Crossing in de komende dagen konden hiken en daarom maakten we een andere prachtige wandeling door elfenbos, langs versteende lavastromen en een waterval. Ondanks de kou en motsneeuw die hoger op de vulkanen bleef liggen kregen we wel goed zicht op de immense bergen en dwaalden we door het Lord of the Rings decor.

Napier

Na een week guur en kil weer hadden we sterk te behoefte aan warmte en zon. We besloten naar Napier af te reizen, ruim twee uur verderop aan de oostkust. Een wijnstreek en een gebied met veel zon en warme voorspellingen. We vertrokken in een dikke mist, het landschap veranderde, reden nog langs Lake Taupo en via een Bob Ross aandoend berglandschap naar de kust. En inderdaad, daar klaagden de mensen dat het zo warm was. Voor ons gevoel kwamen we in een schitterend luxe zuid Frans plaatsje in art deco stijl. Heerlijke restaurantjes, kunstwinkeltjes en zwarte vulkanische stranden (toch stiekem luxe poezen). We blijven hier even genieten van de zon en houden nauwlettend de weerberichten voor Mount Doom in de gaten. Als het de komende dagen beter wordt gaan we terug om de Crossing alsnog te lopen en anders vertrekken we langzaam verder zuidwaarts.

De weegschaal

Onze lijven hebben heel wat te verduren gehad de afgelopen maand. Langzaam trekken we bij. We voelen ons steeds beter alhoewel we nu vaak wel wat stijver uit de tent kruipen. Inmiddels merken we ook dat onze broeken een stuk losser zitten, dat onze truitjes en t-shirtjes een beetje om ons heen beginnen te lubberen. Wat het zwervergevoel verhoogt. We zijn afgevallen. Maar hoeveel dat wisten we nog niet. Nu zijn we op een camping met een weegschaal die goed lijkt te werken… Shocker! We zijn allebei ruim 10 kilo afgevallen! We proberen dit natuurlijk zo te houden en blijven actief (hardlopen en wandelen) en letten op ons eten (met een kleine uitspatting op zijn tijd). We wisten dat we door de wandelinspanning gewicht zouden verliezen, maar zoveel in vier weken, dat hadden we niet verwacht. We voelden ons al een stuk lichter, maar vanmorgen met hardlopen voelden we ons net elfjes…. oké we zijn het dan nog wel niet, maar het begin is er 😉

Orde op zaken

Uitgerust en met goede zin verlieten wij het heerlijke motel in Kerikeri. In het centrum zouden we nog wat boodschappen doen om vervolgens een, volgens de Te Araroa aantekeningen, makkelijke etappe te lopen naar Waitangi of als het heel goed ging een stukje verder naar Paihia.

Bij winkel één, waar we gevriesdroogd eten konden halen kwamen we een jonge Zwitserse jongen tegen die ook de Te Araroa loopt. Vervolgens kwam er een vrouw al zwaaiend aangereden en bood ons een sinaasappel aan. Ze bleek bevriend met de grondlegger van de route. Na een praatje moesten we gedrieën nog even op de foto. We hadden de straat nog niet over gestoken of we raakten alweer in gesprek met een Duits – Nieuw-Zeelands echtpaar… kortom het duurde die ochtend lang voordat we op pad waren. Maar ach, het zou een makkelijke etappe worden.

Heuvel op, heuvel af

We lieten Kerikeri achter ons en kwamen in een groot dennenbos, met een heerlijke breed glooiend pad. Totdat er een omleiding kwam van de route, toen ging het pad behoorlijk steil omhoog en weer naar beneden. Het bleef maar doorgaan. Op de één of andere manier voelden we ons niet topfit die dag (misschien teveel gegeten ;-)) en voelden de rugzakken extra zwaar met onze bevoorrading. Door onze mind-set dat we al fluitend door de dag heen zouden wandelen leek het nu wel of er geen einde aan kwam. Uiteindelijk kwamen we moe en minder voldaan (ondanks de 24 km) aan bij de camping.

Campertje?

In de ochtend hebben we altijd goede zin, vreten we kilometers en voelt de rugzak niet te zwaar. Maar in de middag verandert de last op onze rug in lood, lijkt de tijd en de afstand die we afleggen voorbij te kruipen en lijkt het alsof je op kleine naaldjes loopt.

Waarom doen we onszelf dit toch aan vragen we ons dan af. Met een campertje rondtrekken en daarna een paar maanden door Azië reizen is toch ook leuk? Zo liggen we dan te fantaseren als we uitgeteld en met pijn in de voeten en benen in de tent liggen. Maar al lachend besluiten we dan onze zelfkastijding voort te zetten. Alleen dit keer bedachten we wel dat we het met wellicht wat minder kilo’s afkonden. We spraken met ons zelf af dat als we een groot plaatsje tegen zouden komen met een postkantoor dat we wat we niet meer nodig zouden hebben terug naar Nederland zouden sturen.

Watertaxi

Bij de etappe die volgde moesten we eerst 13 km water overbruggen (via watertaxi).Vijf kilometer vanaf de camping in Waitangi was er een camping van waaruit de watertaxi je kon oppikken. We besloten daar naar toe te gaan en de dag erna de watertaxi te nemen. Die gaat in verband met het getij maar 1 keer per dag. Na 5 km door het leuke plaatsje Paihia kwamen we aan op een prachtige camping en genoten van onze middag aan het water.

De kleine, maar super snelle watertaxi kwam ons in de ochtend op de camping ophalen. In de boot zaten vijf Amerikaanse jongens die al een halte eerder waren opgestapt. Vier studenten die met elkaar de Te Araroa liepen en 1 solo hiker. Na een prachtig watertochtje langs een mooi haventje en mangroves kon onze voettocht weer verder gaan. De 4 jonge jongens marcheerden snel door en de solo hiker, Luke uit Seattle, die vond het wel gezellig om bij ons te blijven. Dat was wederzijds.

Wandelen door water

We voelden ons goed en hadden na de gave boottocht zin in het bos met onder andere een 4 km lange trip door een stroom. Het was echt prachtig en tot dusver onze favoriet. Het stroompje slingerde door het bos met haar flinke heuvels en grote bomen. Het was net of je in het regenwoud liep en op sommige stukken kwam het koude water tot boven je knieën. Speciaal voor dit soort onderdelen van de route hadden we, toch wel lelijke, Keen sandalen gekocht, maar die sandalen vulden zich steeds met kleine steentjes… resulterend in de allereerste blaar tot nu toe. Pris was de ongelukkige. Daarnaast drogen ze ook voor geen meter, dus de sandalen kwamen als eerste op de lijst van terug te sturen spullen! Uiteraard zijn daar ondertussen dichte waterschoenen voor terug gekomen, want er volgen nog veel meer waterstukken.

De lange, maar mooie dag sloten we gedrieën af tussen de koeien en paarden. De koeien vonden ons niet zo fascinerend, maar de jonge paarden des te meer. In de avond en de nacht kwam het met bakken uit de hemel, maar tegen alle voorspellingen in werd het droog toen wij weer op pad wilden. Luke ging al snel verder op zijn eigen tempo (speedy) en na een tijdje zagen we 2 borden. Het ene wees ons op een art gallery en café 5 km verderop (met heerlijk eten vermoedde we) en het andere wees ons op het feit dat de grote plaats, Whangarei, waar we naar toe wilden om een en ander te reorganiseren maar 41 km verderop was. Beide borden wezen de tegengestelde richting van de route, maar we gingen overstag (kwam door het eten :-)).

Liften is geen doodzonde

We zouden de weg volgen en dan uiteindelijk via highway 1 naar Whangarei lopen. Dan zouden we er al in 2 dagen zijn! En zorgen over die snelweg maakten we ons niet want daar hadden we al eerder over gelopen en dat was heel goed te doen, druk was het niet. Gedurende onze wandeling waren er 2 auto’s die ons zagen en rechtsomkeert maakten om te vragen of we wel wisten dat we verkeerd gingen. Dat wisten we. Drie keer kregen we een lift aangeboden. Wij liepen vrolijk door want het idee dat onze rugzakken na de reorganisatie snel lichter zouden worden gaf ons vleugels.

Toen zagen we highway 1 opdoemen. Er reden auto’s op. Gevaarlijk veel snelle auto’s. Onverantwoord om daarop te gaan lopen. Er zat maar één ding op en dat was om tegen onze principes in te liften. En we hadden het nog niet bedacht of er stopte een auto. Twee vijftigers, een man en een vrouw, collega’s van de Department of Conversation, natuurbeheer van Nieuw-Zeeland. Ze waren erg geïnteresseerd in onze tocht en hadden ons al eerder zien lopen. We voelden ons een beetje beschaamd dat we een lift namen en niet liepen, alsof we valsspeelden. Zij zagen dat helemaal niet zo en dropten ons netjes af bij een Holiday Park in Whangarei.

De Camino versus Te Araroa

Liften voelt voor ons misschien als valsspelen, maar blijkbaar is dat de gewoonste zaak van de wereld op deze route en soms ook pure noodzaak. Ook Luke, mister wildernis, had al een paar keer gelift en we begrepen dat er op sommige stukken services worden aangeboden zodat wandelaars niet een stuk weg hoeven te lopen, maar gelijk op een route in een bos terecht komen. Waar de camino een pelgrimstocht is, een religieuze oorsprong heeft, het gaat om boetedoening en zelfkastijding, is dat anders bij een route als deze. Hier gaat het om een manier om een land te ontdekken, om te reizen op de manier hoe jij wilt. Daarbij zijn er plekken op de route waarbij je wel moet liften of met de boot over moet. Luke stelde het mooi, ‘Is het doel om 3.000 km te lopen of is het doel al wandelend gave dingen te zien’. Misschien is het inderdaad niet zo erg om uiteindelijk bijvoorbeeld 2.500 of 2.300 of 2.800 km te lopen, het gaat om het avontuur.

Inmiddels hebben we 6 kilo teruggestuurd naar Nederland. 6 kilo!! Wie heeft er nou twee broeken nodig? En Uno? En een EHBO-set waar een gemiddeld ziekenhuis jaloers op zou zijn? Extra trui? Twee extra lampjes? En…? Thuis lijkt alles handig, maar hier ga je over elke gram toch extra nadenken! Morgen sluiten we weer, verlicht, aan op de route. Op naar nieuwe wandelavonturen!

Cape Reinga en Ninety Mile Beach: de eerste 100 km

Cape Reinga is een spirituele plek voor de Maori en het is de plek waar de Tasmaanse zee en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Kortom een bijzondere plek om onze tocht te beginnen. Je kunt er niet komen met openbaar vervoer. De laatste 120 kilometer moet je liften of je gaat mee met een tourbus. Wij kozen het laatste.

Simon onze Maori chauffeur en tourguide bracht ons naar wonderschone plekjes in zijn speciale 4×4 bus voordat Cape Reinga werd aangedaan. Ook ontkwamen we niet aan een pitstop bij een winkeltje met de grootste ijsjes in Nieuw-Zeeland. Uiteraard een familiebedrijfje van zijn familie, zoals Simon zelf al grapte. Maar het Hokey Pokey ijsje smaakte er niet minder om. Om 12:30 werden we gedropt bij de Cape.

Eerste stop Camp Twilight Beach

Daar stonden we dan. Nog een beetje onwennig met onze kraaknieuwe rugzakken en wandelstokken. Het weer was prachtig, zonnig, maar niet te heet en een heerlijke zeebries. Rond 13:15 zette we onze eerste stappen op Te Araoa. Om 13:20 was het avontuur bijna afgelopen toen Priscilla door d’r enkel ging en met 17 kilo op haar rug op haar knieën viel. Gelukkig deed ze het nog en kwam ze er vanaf met een kleine schaafwond. We trokken verder  door een prachtig duingebied met de nodige duinbeklimmetjes (oef). Twaalf kilometer naar Camp Twilight Beach was het doel de eerste dag.

Aan het einde van het strand, net voor de ingang van het kampeerterrein stond een lange jongeman met lang zwart golvend haar ons op te wachten. Beetje excentriek. Hij stelde zich netjes voor. Norbert uit Italië. Hij vroeg hoeveel kilo wij meetorsten… Veel te veel antwoordde wij. Maar Norbert droeg 45 (!) kilo met zich mee, waaronder een stapel handdoeken, een grote camera, een flinke tent en eten uit blik. Hij reisde wat rond en liep niet de Te Araroa maar überhaupt bewonderingswaardig dat hij zover was gekomen.

Verder op het kampeerterrein zelf troffen we twee uitgeputte Canadese meiden aan. Wij voelde de kilometers ook, maar op zich ging het best heel goed. Wij waren dan ook niet verdwaald (door hulp van onze verrekijker) in de duinen zoals deze meiden.

Ninety Mile Beach

De volgende ochtend vertrokken we al vroeg, voelden ons kiplekker en liepen vol goede moed richting Ninety Mile Beach. Niemand weet waarom dit strand zo heet, want het is iets van 80 kilometer, maar we kunnen jullie vertellen dat de gevoelsafstand zeker 90 Mile is… Na een prachtige maar steile afdaling met behulp van trappen stonden we op Ninety Mile Beach, vanaf dat moment leefden we met het getij, aan de rechter kant de mooie, azuurblauwe maar ruige zee en aan ons linkerhand de duinen met daarachter bos. De zon scheen in onze rug (in Nieuw-Zeeland kun je maar het beste een tuin op het Noorden hebben) en ook de wind hadden we mee. Mooi maar op den duur eentonig. Er is namelijk bijna geen leven op het strand. Hier en daar een meeuw of een andere zeevogel. Tijdens eb scheuren er af en toe auto’s en van die 4×4 bussen langs. Hier en daar een wandelaar en er wordt ook tijdens eb naar Tua Tua (schelpdier) gezocht. Het grootste deel van de tijd ben je alleen en zie je kilometers lang niets of niemand. De Canadese meiden hadden het dan ook snel gezien en die kwamen we op het einde van de tweede dag tegen achterin een pick-up truck… of we ook een lift wilden. Wij wilden gewoon stug doorwandelen naar het volgende kampeerterrein en de meiden hebben we sindsdien nergens meer gezien. Van de kampeerterreinen moet je je overigens niets voorstellen. Er is namelijk niks, behalve, als je geluk hebt, drinkwater en een soort houten hut met een Dixie toilet.

Vastgeraakte Françaises en de reddeloze zeehond

Na de tweede dag (28 km) op het strand volgende een nog langere derde dag (30 km). Aan het einde van deze dag waren we wel klaar met het strand, maar het vooruitzicht op twee kortere dagen deed ons doorgaan. We eindigde die lange dag in Utea Park. Er was weliswaar nog geen verbinding met de rest van de wereld, maar het was een idyllisch plekje met lieve mensen. We namen een cabin, er was bier, een straaltje wat voor douche doorging en gehinnik van wilde paarden op de achtergrond. Het was perfectie! De volgende dag begonnen we wat later want we hadden maar 18 km te gaan die dag. Na een tijd ontwaarde we iets in de verte. Wat was het waar de zee mee speelde? Het bleek een bumper te zijn van een auto. Toen we het ding al een tijd gepasseerd hadden en achterom keken zagen we een auto stoppen bij de bumper. Een jonge vrouw stapte uit en pakte, onhandig door de wind, de bumper. En ze zoefden weer door. Wij dachten nog ‘als dat maar goed gaat’ want het water stond bijna op zijn hoogst. Een uur later zagen we een auto ingezakt in het zand met de zee onder zich. Het was de bumperauto en de jonge vrouw verscheen uit de duinen. Het was een Française en had de avond ervoor de bumper verloren. Haar reisgenote zocht hulp en zij had alle spullen al uitgeladen. Wij konden haar geruststellen dat het getij niet hoger zou komen. Later die dag scheurden ze al toeterend en uitgelaten langs ons.

Toen we onze tocht vervolgden zagen we een zeehondje op het strand. Eerst dachten we dat het dood was, maar toen bewoog het… We probeerde nog een Lenie het Hart actie. Trokken onze schoenen uit en halveerden onze afritsbroeken. We brachten het beestje zover mogelijk de zee in. Maar het lukte het zeehondje niet om de branding door te zwemmen, het was te zwaar gewond. We konden niet anders dan het achterlaten.

Ahipara

We eindigen de strandetappe in het plaatsje Ahipara. Er is een prachtig begroeide camping met alles erop en eraan. Er is weer een telefoonverbinding en een beetje internet. We maken de balans op en bereiden ons voor op de volgende etappe. We beginnen een beetje te wennen aan de verschillende pijnen, schaafwonden van de rugzak en de ontembare honger en verlangen naar een lekkere maaltijd. Morgen gaan we weer voor een dag of vijf de wildernis in. Eten en water mee en geen telefoon- of internetverbinding.